+ Meer informatie

Gijzelaars met militair toestel aangekomen in Nederland

Brandt verwacht dat Bagdad nog meer mensen laat gaan

4 minuten leestijd

DEN HAAG — De tien door Irak vrijgelaten Nederlandse gijzelaars en twee Rode Kruis-medewerkers zijn gisteravond met een F-27 van de Luchtmacht van Frankfurt naar Nederland gevlogen. De militaire Friendship landde kort na middernacht op het vliegveld Soesterberg.

Op Soesterberg stapten de ex-gijzelaars zo snel mogelijk over in een bus. Die bus bracht hen naar het Holiday Inn Hotel in het centrum van Utrecht. Daar werd de groep opgewacht door ontroerde familieleden en stond de groep de pers te woord. Ook twee psychologen stonden klaar voor de opvang van de tien gijzelaars en hun naaste familie. Dringende hulp wordt indien nodig meteen verleend, aldus het ministerie van WVC.

Eerder op de avond arriveerde de voormalige Westduitse bondskanselier Willy Brandt in Frankfurt met bijna 200 vrijgelaten gijzelaars uit Irak, onder wie de tien Nederlanders. Brandt keerde terug van een omstreden missie naar Irak waarbij hij in gesprekken met president Saddam Hoessein de vrijlating van zoveel mogelijk westerse gijzelaars probeerde te bereiken. Veel van de westerlingen die met ex-bondskanselier terugvlogen werden in Irak als menselijke schilden op strategische plaatsen vastgehouden.

Onder de passagiers van de Airbus van Lufthansa bevonden zich volgens de vliegmaatschappij 120 Duitsers, twintig Italianen, twaalf Britten, tien Nederlanders, drie Belgen, twee Amerikanen, een Zwitser, een Noor, een Ier, een Griek, een Portugees en een Luxemburger. Met het vliegtuig, dat even voor 21.30 uur plaatselijke tijd in Frankfurt landde, reisde een twintigtal familieleden van Duitse gijzelaars mee die eerder vrijwillig in Irak waren achtergebleven.

Triest

Op het vliegveld van Frankfurt werden de ex-gijzelaars opgewacht door rond 300 familieleden en zo'n 250 journalisten uit alle delen van de wereld. Willy Brandt verklaarde na aankomst voor de televisie dat hij erop rekent dat Bagdad nog meer buitenlanders zal laten gaan. Hij baseert dit op de opmerking van Saddam Hoessein dat „dit niet het eind van de weg is".

Veel tijd kregen de tien door Irak vrijgelaten Nederlanders gisteravond niet op het vliegveld van Frankfurt. Kort nadat zij met de Airbus A300-600 van Lufthansa waren geland, werden zij richting een speciaal ingeschakelde Fokker 27 van de Koninklijke Luchtmacht gedirigeerd die hen naar de vliegbasis Soesterberg bracht.

De enige die in Frankfurt achterbleef was ex-gijzelaar Klaui. Hij is in dienst van een Duitse firma en hoorde donderdagavond om half twaalf van de Nederlandse ambassade dat hij naar Nederland kon vertrekken. Zijn eerste reactie was dat hij het uitermate triest vond voor de achtergebleven mensen.

„Hoe minder er achterblijven in Irak, hoe minder er aandacht voor hen komt. Het is moeilijk om dan nog de aandacht van de pers en de politiek te vangen. Dat is triest", aldus Klaui. Voor hem kwam het als een volstrekte verrassing dat hij weg kon gaan. Hij zat in de voormalige DDR-ambassade met veel Duitsers van wie hij gedacht had dat die eerder zouden vertrekken. Hij schat in dat de situatie voor de achterblijvers psychisch erg moeilijk is.

„Stuur Luns"

„De mensen zitten er al maanden. Hun vrouwen en kinderen zitten thuis. Vooral voor de kinderen is het erg, want die kunnen er niets aan doen. Ik hoop zeer dat er voor de achterblijvers nog iets gedaan wordt en dat de Nederlandse regering het probleem van de gijzelaars aanpakt en niet alleen het probleem van Koeweit".

Klaui had geen idee waarom juist hij en de negen andere Nederlanders waren uitverkoren voor vertrek. „Ik ben niet oud, ziek of zwak, dus daar kan het niet om zijn", aldus Klaui die door zijn vrouw en nog enkele familieleden was afgehaald. Zijn familie, die hem zo snel mogelijk mee naar huis wilde nemen, riep alleen de pers nog toe: „Laat de Nederlandse regering Luns of zo sturen, want ze moet iets doen voor de gijzelaars".

Voor de Vara-radio verklaarde de Nederlandse ambassadeur in Irak, Van Dam, dat de psychische gesteldheid van de achtergebleven Nederlandse gijzelaars er niet beter op is geworden. „Iedereen had toch een beetje hoop om mee te mogen en als je anderen dan ziet gaan is dat niet prettig", aldus Van Dam. Er zijn volgens hem nog 145 Nederianders in Irak en drie in Koeweit.

„Verheugd"

Het Familiecomité van de Nederlandse gijzelaars is „uitermate verheugd" over de vrijlating, zo zei hun woordvoerder ds. Wouters.

Inmiddels heeft het familiecomité van de Nederlandse gijzelaars veertig procent van de gelden bij elkaar die nodig zijn voor onder meer de opvang en begeleiding van gijzelaars en familie. „We hebben ondertussen vele kleine en enkele grote giften binnen op ons speciale gironummer", aldus ds. Wouters.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.