+ Meer informatie

De Pelgrimsreis is voor Oud en Jong

8 minuten leestijd

27

’t Is groot te mogen staan in het geloof, te leven in de vriheid van Christus tot verheerlijking van Zijn naam. Hij heeft niet alleen het leven in de slavernij van de zonde u onmogelijk gemaakt, maar ook de verlossing daaruit deelachtig doen worden. Maar denk nu niet dat u daarom buiten gevaar bent.

U kunt wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen worden, dat werkt de ongerechtigheid in de hand tot verachtering in de genade.

Er is zoveel dat ons aangrijpt om ons af te trekken van de Heere. Vanwege ons verdorven bestaan zijn wij altijd weer geneigd aan het kwade toe te geven Zie toe, in welke gevaren wij verkeren. Let er op, neem het ter harte, om te volharden in het goede. Het is een eerste vereiste voor een gezond geestelijk leven te blijven staan in de oefeningen van het geloof, dat de wereld overwint. Overdenk toch wat het is wederom bevangen te worden met het juk der dienstbaarheid, daar het uw hart met grote onvruchtbaarheid slaat.

Onze Pelgrim, het spijt ons zeer, is in een vaste slaap gevallen van zorgeloosheid, die hem met machteloosheid sloeg. Nog maar kort geleden werd hij in de vrijheid van Christus gesteld en nu zit hij in onmacht ter neer. Hij denkt er niet aan op te staan en verder te gaan in gehoorzaamheid aan de Heere

Wij hebben er ons over verheugd toen de Pelgrim met de liefde van zijn hart drie zorgeloze reizigers naar Sion vermaande op te staan en verder te gaan, daar de Heere bereid was hen te bevrijden van de kluisters, die zij zichzelf hadden aangedaan. Er was in hem een grote bewogenheid omtrent het zijn en blijven in de zorgeloosheid. En zie, nu zit dezelfde man in de slaap der zorgeloosheid ter neer en dan nog wel in een lief prieel dat getuigt van Gods vaderlijke zorg over hem. Ach, had hij dit woord ter harte genomen: „Zo dan die meent te staan, zie toe dat hij niet valle”

En toch heeft de Heere Zijn hand niet van hem afgetrokken. Hij heeft één van Zijn trouwe wachters tot hem gezonden om hem wakker te maken. De Heere geeft de Pelgrim niet prijs aan de slaap der zorgeloosheid van het vlees, al had hij het zelf wel gedaan

En wie zou nu die trouwe wachter wel geweest zijn? Jammer dat het ons niet vermeld is hoe zijn naam en waar zijn woonplaats was. Zulke wachters hebben wij toch te waarderen.

Maar, en bedenkt het wel, dat doet hier niet ter zake. De Heere zal Zijn goede en getrouwe dienstknechten wel belonen Het was, en dat moet ons duidelijk zijn, een boodschap van de Heere, en zo heeft de Pelgrim dat ook verstaan en ter harte genomen. De roepstem: „Ga tot de mier, gij luiaard, zie haar wegen en wordt wijs”, klonk hem als een boodschap van God uit de hemel in de oren. Dit woord zocht hem niet alleen, maar trof hem in het hart, kwam hem diep te verwonden.

Van de mieren kunnen wij leren, daar zij met grote vaardigheid brood verzamelen voor de toekomst, voor de winter die aanstaande is. Zij slapen niet als de zon nog aan de hemel staat, zij werken zo lang het dag is. Daar is niet één mier, of het zou door ziekte moeten zijn, die niet gestadig doorwerkt met het oog op de toekomst. En de Pelgrim zat in ledigheid neer, hij was niet werkzaam met het oog op de toekomst, op het ingaan in de heerlijkheid van Sion Hij dacht niet aan de nacht die komt, wanneer niemand werken kan.

Maar gelukkig, de Goddelijke roepstem: „Ga tot de mier, gij luiaard, zie haar wegen en wordt wijs”, werd ter harte genomen, ’t Is erg, ontzettend erg, een luiaard te zijn die de kostelijke tijd der genade verwaarloost. Was hij uit deze traagheid niet opgestaan, dan had hij weer gescheurde klederen moeten dragen. De Goddelijke roepstem is wel ter harte genomen, maar, en dat kan niet anders, met schrik in zijn consciëntie. Van een wakker worden in de Heere met een blij gemoed was hier geen sprake, want dan moet het zijn een ontwaken in de Heere

Schrik veroorzaakt onrust, een gejaagdheid die ons voortdrijft om zo mogelijk een dreigend kwaad te ontvluchten. De gedachte van te laat op de top van de heuvel Moeilijkheid te zijn en geen onderdak te hebben voordat de nacht met zijn vele verschrikking was aangebroken, greep hem aan.

Met een onrustige ziel verlaat de Pelgrim dus zijn lief priëel en vlucht om de duisternis van de nacht te ontvlieden, naar de top van de heuvel, dat hem zijn rol deed achterlaten. Niet verfrist, maar verschrikt, is de slapende man wakker geworden. Met schrik in zijn geweten, met de overtuiging verkeerd gedaan te hebben Maar daarom is hij nog niet opgestaan en verder gegaan met een boetvaardig hart.

Ik moet hard lopen, mijn verloren tijd inhalen, om de top van de heuvel en het huis van mijn verwachting nog bijtijds te bereiken. Was dat geschied, dan was het doel van de reis toch nog bereikt en de schuld van het slapen gedekt. Maar dat ging niet door.

„Toen hij nu boven op de heuvel was, kwamen twee mannen zo snel zij konden naar hem toelopen. De één heette Beschroomd en de ander Wantrouwen”.

Een niet aangename ontmoeting, daar de Pelgrim in zijn vaart werd gestuit. Uit de onrustige gezichten van deze twee mannen is het af te lezen dat zij met onheilspellende berichten tot hem kwamen Zij hebben wat te vertellen, waarmee de Pelgrim als reiziger naar Sion wel terdege rekening heeft te houden.

„Wel heren — zei de Pelgrim tot hen — wat is er te doen? U loopt de verkeerde kant uit” Beschroomd antwoordde hem, dat zij op weg waren naar de stad Sion en op die moeilijke plaats waren terecht gekomen; en zeide hij, hoe verder wij komen des te groter wordende gevaren. Daarom keren wij om en gaan nu terug.

„Ja — zei Wantrouwen — want vlak voor ons liggen een paar leeuwen op de weg, of ze slapen of waken kunnen wij niet zeggen, maar ik geloof dat als wij binnen het bereik komen, wij in stukken gescheurd zullen worden”.

Blijkbaar heeft de Pelgrim van die moeilijke plaats uit de verte wel eens wat gehoord. Tenminste, de mannen doen het zo voorkomen daarvan wel wat te weten, althans, hij weet wat zij bedoelen. Maar deze mannen zijn er geweest en d a a r om roepen zij het alle reizigers naar Sion toe, terug te keren. Het risico verder te reizen is veel te groot. Voor wie het treft dat de leeuwen in een diepe slaap liggen, en geruisloos weet te passeren, is er enige kans er door te komen. Maar dat komt maar sporadisch voor. Daarom hebben de twee schrikaanjagende mannen geen moed verder te g a a n en ontraden het alle reizigers een stap verder te gaan.

Wat denkt u, is deze ontmoeting voor de Pelgrim niet een ingrijpende ontmoeting? En te meer, daar het de aard van elk mens is anderen die hard lopen om een bepaald gevaar te ontlopen, na te lopen. Zij moeten zo spoedig mogelijk van de heuvel af, om niet door de leeuwen verscheurd te worden. Lang valt hierover dan ook niet te denken en de Pelgrim is natuurlijk nog al wat verstrooid in zijn denken, daar hij heel veel tijd verloren heeft laten gaan in het bewuste priëel.

Maar gelukkig, en hoor maar, de Pelgrim weet toch nog de mannen met beslistheid des harten te antwoorden. „Gij maakt mij werkelijk angstig — zo vangt hij aan — maar — vervolgt hij — waar zal ik heenvlieden om veilig te zijn? Indien ik terugkeer naar mijn geboorteplaats, die bestemd is voor vuur en sulfer, zou ik zeker omkomen; kan ik het hemelse Koninkrijk ingaan, dan ben ik behouden! Ik moet het wagen. Terug te keren is voor mij de dood; voorwaarts gaan is vreze des doods, maar daarachter het eeuwige leven. Ik wil dus voorwaarts gaan!”

Wat een zegen, mannelijk te mogen blijven staan in deze verzoeking van satan en dat, terwijl hij zijn rol niet eens tot zijn beschikking heeft. Het was de beslistheid van zijn keus, zijn onberouwelijk kiezen, die hem sterkte om staande te blijven in deze verzoeking. Met een volkomen hart heeft hij het leven van zijn eertijds af mogen zweren. Terug naar zijn geboorteplaats, nee dat nooit!

Hij denkt wel gedurig terug a a n zijn geboorteplaats, aan het leven van zijn eertijds, maar dat is het juist, wat hem het wonder steeds groter doet worden daaruit door de Heere verlost te zijn, om zo met des te meer beslistheid des harten de reis naar Sion voort te zetten. Het gesprek was ineens uit, hier viel niet over te redeneren.

Wantrouwen en Beschroomd liepen dus de heuvel af en de Pelgrim vervolgde zijn weg.

A.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.