+ Meer informatie

DIACONAAL HUISBEZOEK

11 minuten leestijd

Sinds de ‘invoering’ van het diaconaal huisbezoek heeft Ambtelijk Contact herhaaldelijk over dit onderwerp gepubliceerd. Laatstelijk heeft ds. K.T. de Jonge in het nummer van december 1996 hierover geschreven. In dit artikel wil ik de relatie van het diaconaal huisbezoek met het pastoraal huisbezoek bespreken vanuit het oogpunt van gemeenteopbouw.

De gemeente

Over de gemeente is veel geschreven. Voor het praktische doel van dit artikel wil ik de kern van het gemeente-zijn onder woorden brengen vanuit Marcus 3, 13-15. “En Hij ging de berg op en riep tot zich, wie Hij zeit wilde, en zij kwamen tot Hem. En Hij Steide er twaalf aan, opdat zij met Hem zouden zijn en opdat Hij hen zou uitzenden om te prediken en om macht te hebben boze geesten uit te drijven”. De kern van gemeente-zijn bestaat dus uit:

1. Er is een initiatief van de andere kant: Jezus roept en zo ontstaat de gemeente.

2. Er ontstaat random Hem een nieuwe gemeenschap: de twaalf, die met Hem zouden zijn en vervolgens de gemeente.

3. Deze nieuwe gemeenschap is gericht op de wereld: prediken en boze geesten uitdrijven. Voor ons doel wil ik dit samenvatten in drie begrippen. In de eerste plaats de persoonlijke omgang met God. Deze heeft zowel betrekking op het persoonlijk leven als op de samen-komsten. Dit staat tegenover de secularisatie en het steeds onpersoonlijker worden van het beeld van God. Vervolgens de onderlinge gemeenschap, waarin de leden van het lichaam van Christus omzien naar elkaar en elkaar van dienst zijn. Het individualiserings-proces van onze tijd krijgt zo een tegenhanger in de gemeenschap met elkaar. Tenslotte de dienst aan de naaste en de samenleving (boze geesten uitdrijven). De tendens om de samenleving te vergeten of af te schrijven en alle energie te steken in de eigen overleving wordt gecorrigeerd door de opdracht tot dienst aan mens en samenleving.

De eredienst

In de eredienst komen deze drie kernzaken aan de orde. In die eredienst vindt de gemeente van Jezus Christus haar centrum en bron, de aandrift voor haar geloof en de bemoediging voor haar strijd. God roept haar samen en Hij zendt haar daarna uit, de wereld in met een opdracht. De diaconale opdracht komt daarom ook in de kerkdienst op ons af. Dat blijkt uit de volgende met elkaar samenhangende punten:

1. De verkondiging als zodanig is diaconaal. God dient in zijn Zoon immers verloren mensen met zijn goddelijke liefde. Een bijzondere trek van die verkondiging is dat de gemeente wordt geroepen zich dienstbaar te stellen in Christus’ naam.

2. De voorbede waarin de gemeente wordt betrokken bij het gebed voor de nood van de christenheid en de wereld en soms voor met name genoemde mensen, volkeren en Problemen.

3. De inzameling van de gaven, waarbij de gemeente offert voor het diaconaat. Dat veel collecten bestemd zijn voor de kerkelijke kassen en de eigen eredienst is een negatie-ve verandering van een zeer oude gewoonte.

4. De bediening van het Heilig Avondmaal, als maaltijd van de gemeenschap. Deze is er eerst met Christus, dan ook met elkaar en vervolgens met anderen. De offergaven hier zijn ook voor anderen bestemd en niet voor onszelf of ons eigen gemeentelijk leven.

Het is van oudsher zo geweest, dat de diakenen betrokken waren bij de voorbede, de inzameling van de gaven en de bediening van het Avondmaal. Vaak ook verrichtten zij de lezing van het evangelie. In onze dagen is meestal alleen de collecte voor de commissie van beheer of de kerkelijke kassen voor hen overgebleven. Het geestelijk karakter van het diaconale ambt is op deze wijze voor een belangrijk deel verloren gegaan. Het is in elk geval niet meer zichtbaar in de eredienst. Gevolg daarvan is soms dat de gemeente diaconaat minder belangrijk acht. Dat zet zich door in de kijk die men heeft op de plaats van de diaken: ook minder belangrijk.

Vanwege de samenhang van de aspecten omgang met God, onderlinge gemeenschap en dienst aan de naaste, betekent dit echter een tekort aan ‘godsdienst’. Met andere woorden, ook ons eigen geloof wordt daar minder van.

Huisbezoek

Het diaconale karakter van de gemeente en haar eredienst vraagt voortzetting in het persoonlijk leven. Ooit is de zondagse kerkdienst wel het wekelijks gezamenlijke groothuisbezoek genoemd. Het hele gezin van Gods gemeente is bijeen en wordt daar op Gods wenken bediend. Dat gebeurt massaal. Dat grote en grootse moet worden omgezet in de pasmunt van elke dag en elk lid. De toespitsing daarvan tot het kleinste gezin gebeurt in het gewone huisbezoek. Daar is het de bedoeling dat ingegaan wordt op de bijzondere situatie van de enkeling, dat paar, dit gezin. De kernzaken van de gemeente komen ook hier aan de orde: de persoonlijke omgang met God, de gemeenschap met elkaar en de dienst aan de naaste en de samenleving. De ouderling schenkt op huisbezoek voornamelijk aandacht aan de persoonlijke omgang met God en de plaats die de leden in de gemeente innemen. De diaken legt het accent op de dienst aan de naaste, zowel binnen als buiten de gemeente en op de samenleving als geheel.

Huisbezoek is toerusting

Het huisbezoek door ambtsdragers is, zo gezien en naar de aard van hun ambt, onderscheiden. Dat mag pas gezegd worden als we eerst beseffen dat de ambten alle Ontspringen aan de Here Jezus en dus niet gescheiden kunnen worden. Pastoraat en diaconaat zijn verbonden in de ene dienst van Christus aan zijn gemeente. De dienst van de ambtsdragers is dienst aan Hem, aan zijn lichaam. Dat betekent dat de ambten fundamenteel gelijkwaardig zijn. Er is ook sprake van een fundamentele eenheid van de ambten in hun doelstelling. Zij zijn gericht op de opbouw van het lichaam van Christus en de toerusting van de heiligen tot dienstbetoon. Het bevestigingsformulier zegt niet voor niets dat Christus ook van de dienst der diakenen gebruik maakt om zijn gemeente te bouwen. Aan deze diakenen is de dienst der barmhartigheid toevertrouwd. Vanuit het oogpunt van de opbouw van de gemeente betekent dit dat diakenen tot taak hebben leiding te geven aan de diaconale roeping van de gemeente. Dat houdt in dat zij de gemeente tot deze dienst hebben te stimuleren. Het bevestigingsformulier zegt dat diakenen de gemeente zullen opwekken barmhartigheid te bewijzen aan de naasten. Deze opwekking impliceert toerusting.

Gaven

Voor een belangrijk deel betekent deze toerusting dat diakenen via diaconaal huisbezoek proberen mensen zich bewust te laten worden van de gaven die zij van de Geest gekregen hebben om anderen te dienen. leder mens heeft capaciteiten en mogelijkheden. Het gebruik hiervan voor de ander en anderen maakt deze mogelijkheden tot gaven. Wat wij gekregen hebben, hebben we gekregen om te gebruiken ten dienste van God en de naaste. Het diaconaal huisbezoek heeft een toerustend aspect door hiervoor aandacht te vragen. Kortweg gezegd: een ouderling vraagt wat mensen nodig hebben in hun relatie met God en de gemeente. Een diaken vraagt wat mensen, om Jezus’ wil, te geven hebben aan de gemeente, de naaste en de samenleving.

Gaven en organisatie

De diaken probeert vervolgens die gaven een plaats te geven in de dienst van de gemeente. Anders gezegd: hij zoekt een taak bij een gave. Dat staat haaks op de manier zoals meestal in de kerk wordt gehandeld. Er is ergens in de gemeente een vacature en daar zoeken we iemand voor. Dan staat de vacature en de kerkelijke organisatie centraal. Niet de gaven van het lid, maar de vraag van onze organisatie is uitgangspunt. Maar als we uitgaan van de gaven die de Geest geeft aan de leden van de gemeente om daarmee die gemeente te bouwen, is juist een andere benadering nodig. Mensen hebben gaven en nu ‘passen’ we dus de organisatie aan. Het gaat namelijk niet in de eerste plaats om een ideale organisatie, maar om de leden met hun gaven. Vanuit dit gezichtspunt kan het niet zo gemakkelijk gebeuren dat een bekwame jeugdleider ouderling wordt en dat het jeugdwerk dan maar een nieuwe leider moet zoeken, want dat is hun probleem. Of dat een schoolbestuur een bekwame secretaris verliest, omdat hij tot diaken wordt gekozen. Die andere taken buiten het bijzonder ambt zijn immers ook belangrijk, want zij zijn evenzeer dienst aan kerk en samenleving. Die andere taken zijn eveneens gebaseerd op gaven, die mensen gekregen hebben.

Het dagelijks leven

In het diaconaal huisbezoek komen juist die aspecten van het leven aan de orde die te maken hebben met het dagelijks leven vanuit het gezichtspunt van de dienst. Welke onze gaven zijn, blijkt tenslotte in de dagelijkse praktijk. Zo’n gesprekspunt kan zijn de opleiding voor een beroep als het gaat om jongeren. Want een opleiding stimuleert de menselijke capaciteiten. Maar de vraag is wat we met die geschonken mogelijkheden gaan doen. Zetten we ze in voor een carrière, om veel geld te verdienen, om status te krijgen? Wat betekent het in dit verband om God en de naaste te dienen?

De mogelijkheden van oudere gemeenteleden zijn vaak groot, omdat ze als gave bijv. over meer tijd beschikken. Toch is het soms nog zo dat zij klagen over wat ze tekort komen, zonder dat dit gepaard gaat met een eigen inzet. “Je ziet nooit iemand”, zegt men wel. Zoeken naar mensen die op bezoek willen komen, is dan de meest voor de hand liggende oplossing. Maar de betrokkene blijft zelf passief en dat betekent bevestigd worden in de eenzaamheid. Actief worden laat zien dat iets dat als een tekort wordt beleefd een gave kan worden. Eenzame mensen begrijpen wat andere mensen eenzaam maakt en hoe eenzaamheid voelt. Dat soort dingen duidelijk maken is toerusting. Voor anderen kunnen het werk en daarmee samenhangende problemen aandacht vragen. Of juist het niet hebben van werk en de reden daarvan. We zeggen immers dat ons werk een goddelijk beroep is, met andere woorden ook ons werk is godsdienstig van karakter. Dat stelt mensen soms voor grote problemen, omdat er spanning kan optreden tussen wat de werkgever vraagt en wat de werknemer gelooft. In een diaconaal huisbezoek is voor deze spanning aandacht.

Ook vrijwilligerswerk kan aan de orde komen. Daarin immers blijkt ook iets van onze dienst aan de samenleving en de naaste. Het is uiterst waardevol als mensen bereid zijn zich in te spannen voor een politieke partij, of zitting nemen in een schoolbestuur of het bestuur van een sportvereniging. De hulp die mensen bieden in een verpleeghuis bij verzorging en het bezighouden van mensen is van grote betekenis. Het rijden van de ouderenbus, of het bezorgen van maaltijden voor tafeltje-dek-je is uitermate zinnig. De inzet voor vluchtelingen, asielzoekers, daklozen en verslaafden ontspringt aan het evangelie en is, in de lijn van Mattheüs 25, dienst aan Christus en dus godsdienst. Het is goed als diakenen dit soort activiteiten van gemeenteleden op het spoor komen. Niet uit nieuwsgierigheid of om zich ermee te bemoeien. Wel om eventueel ondersteuning te geven en zeker om dit soort werkzaamheden een plaats te geven in de voorbede van de gemeente in de eredienst. Voor veel werk van gemeenteleden bidden we vaak niet en daarom weten we het ook niet van elkaar. Diaconaal huisbezoek is een bron voor de voorbede.

Samen op huisbezoek

In sommige gemeenten gaan ouderlingen en diakenen samen op huisbezoek. Principieel is daar niets op tegen. In de praktijk betekent dit wel vaak dat de diaken fungeert als hulpouderling. De zaken die aan de orde komen worden voornamelijk door de ouderling bepaald. Hij is degene die het gesprek leidt en het gespreksthema vaststelt. Als ouderling en diaken samen op huisbezoek gaan is het nodig dat het onderscheid tussen ambten tot uiting komt. Dat betekent dat naast het pastorale door de ouderling ook het diaconale door de diaken aan de orde moet worden gesteld. Gezamenlijk geven de ambten immers gestalte aan de opbouw van de gemeente. In een huisbezoek kan een lid natuurlijk ook zelf allerlei zaken aan de orde stellen. Maar wat betreft de onderwerpen van de kant van de ambtsdragers zullen zowel pastorale als diaconale zaken aan de orde dienen te komen als diaken en ouderling samen op huisbezoek gaan. In elk geval mag de ouderling enig diaconaal gevoel worden verwacht. Dat de diaken ook pastoraal zijn plaats weet, blijkt uit de opdracht in de formulieren voor de bevestiging van ambtsdragers: dat zij ‘met troostelijke redenen uit het Woord van God hulp bewijzen’ of ‘bereid zijn om de troost van het evangelie mee te delen’.

Drs. van Well is functionaris voor vorming en toerusting bij het Diaconaal Bureau te Veenendaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.