+ Meer informatie

Er zit heel veel muziek in de Tabernakel van Salt Lake City

8 minuten leestijd

Een blinkende batterij sterke lampen werpt haar licht richting het orgelfront; en naar het witte stuc-werk op hout als achtergrond. Koperkleurige pijpen schijnen van goud en tekenen hun schaduw op het nü purperpaars ogende plafond. Een ogenblik later overheerst hemelsblauw of zacht oranje. Ik luister naar de zoete klanken van een van de grootste orgels ter wereld. Dat staat in de Tabernakel in Salt Lake City (VS). Twee keer per jaar, in april en oktober, schieten 6500 dennenhouten zitplaatsen bijkans tekort om de internationale vergadering van mormonen te huisvesten.

De Tabernakel toont met een tent weinig gelijkenis. Het gebouw heeft meer van een half ei. Brigham Young volgde in de vorige eeuw de eerste 'profeet' Joseph Smith op als 'aanvoerder' van de mormonen. Het verhaal wil dat Young in 1863 de vormgeving als volgt verordende. De leider nam een hardgekookt exemplaar mee naar de vergadering, sneed het doormidden en plaatste één helft met de platte kant op tafel. „Dat moet-ie worden."

AEolian Skinner
Het halve ei blijkt ook nu beter dan de lege dop. Want er zit muziek in de Tabernakel. Trompetten en bazuingeschal. AEolian-Skinner bouwde er zijn Opus 1075. Een orgel met 147 stemmen en 11.623 pijpen, verdeeld over vijf klavieren en pedaal. Zomaar een paar wetenswaardigheden. Tien pijpen van de Prestant 32' (eigenlijk de Montre) uit het pedaal staan in het front. De langste zitten in de buurt van de tien meter. Naast de genoemde laagste tonen kent het instrument ook nog een Contra Fagot 32', alsmede een Bombarde 32'. De Open Fluit en Contra Bourdon van dezelfde afmeting tellen evenals de Montre 32' slechts 12 pijpen. Barbara Owen somt een schier eindeloos lange lijst van bijzonderheden op in haar fraaie boek over het orgel. Behalve over de talloze speelhulpen -bij voorbeeld 64 vaste combinatiesvertelt zij eveneens over Great Organ, Swell Organ, Positiv Organ, Choir Organ, Bombarde Organ, Solo Organ en Antiphonal Organ.

Tempel is heilig
De Tabernakel staat op het Tempel Plein. Net als de Assembly Hall, de eerst gebouwde verzamelplaats voor de eredienst van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Ieder mag de eivormige 'tent' vrij betreden; van de muziek mag hij genieten. Maar de Tempel met de 64 meter hoog van de toren blazende 'engel Moroni' is verboden terrein voor vreemdelingen. Het reusachtige granieten bouwwerk kwam tot stand tussen 1853 en 1893. Onder architectuur van Truman O. Angell. „Het is een heilige plaats", vertelt mijn toegewijde gids sister Dijkwel. Nu kon zij in haar keurige rok wel op de Veluwe thuishoren. Maar in haar vrije tijd mag zij een spijkerbroek dragen. „De Tempel is niet zomaar van hout en steen. Maar het huis van God. Daar krijgen we instructie van Hem. Niemand kan er zomaar binnengaan. Het gebouw is niet toegankelijk voor ongelovigen. De bisschop stelt eerst een aantal vragen. Het geeft rust om daar te zijn. Wij sluiten er nieuwe verbonden. Bij de doop beloven we Christus te accepteren en de Tien Geboden te onderhouden. Als zegen krijgen wij dan vergeving van zonden, naarmate wij ons aan die geboden houden. En wij ontvangen er ook speciale zegeningen." De inrichting moet zeer kostbaar en kunstzinnig zijn. Er staan ongeveer vijftig van die kolossale steenklompen in de hele wereld. „Hier sluiten wij Tabernakel onze huwelijken voor de eeu- heeft de vorm wigheid; dus niet alleen voor  dit leven."  Als ongelovige -want niet be- horend tot de mormonen- moet ik evenwel in het ongewisse blijven over het inwendige van de Tempel. Een sobere  calvinist met zijn confessie van het Sola Scriptura treurt er niet om.

Unieke akoestiek
De Tabernakel kreeg vorm tussen 1863 en 1867. Niet rotsharde steen, maar dennenhout vormde voornamelijk de basisbouwstof van banken, pilaren, dak en dergelijke. De plaats voor de eredienst telt nog volop oorspronkelijke planken. Veel is samengesnoerd door dierenhuid. De nieuwkomers -hun trektocht, of liever vlucht, strekte zich uit over 1300 mijlmoesten 'roeien' met de beschikbare riemen. De akoestiek in deze vergaderplaats is onvergelijkbaar. Op een afstand van tweeënvijftig meter, van het spreekgestoelte op het podium naar de achterwand, hoor ik een stukje papier verscheuren alsof het vlak naast mij gebeurt. Dat ik de luide tik van een vallende spijker op de katheder hoor, ligt voor de hand. Maar het duidelijk waarneembare geluid van drie spelden die dezelfde beweging maken, gaat alle begrip te boven.

Eerste orgel
In 1867 bouwde Joseph H. Ridges het eerste orgel. Hij was een naar Australië geëmigreerde Engelsman die na zijn 'bekering' naar Salt Lake City verhuisde. Nadat Ridges zijn werk had voltooid, zo luidt de historie, trok hij naar het zuiden om een boerenbedrijf te runnen. Daar nam hij twee vrouwen extra. Ach neen, de mormonen hebben nog nimmer hun 'meervoudig huwelijk' afgezworen. Maar als ik vriendehjk en zonder enige bijbedoeling vraag of een van de 150 op het Tempel Plein werkende gidsen mee gaat eten tussen de middag, moet ze eerst toestemming vragen. „Neen, toch maar niet." Het eerste speeltuig telde niet meer dan 700 pijpen. De kunstenaar gebruikte zoveel mogelijk materiaal dat in de natuur voorhanden was. Soms haalde hij het per ossenwagen van 300 mijl ver. Lijm werd in grote potten gekookt. De handwerkslieden verschaften zich spijkers door het met de hand hameren van metaalresten. Uit pelzen en huiden vervaardigden zij sterke verbindingslijnen voor de bewegende delen. En het huidige instrument bevat nog altijd een aantal pijpenvan-het-eerste-uur. In de loop van de jaren volgden diverse restauraties en uitbreidingen waar Ridges aanvankelijk opnieuw bij betrokken was. De meest recente is van 1948 door AEolian-Skinner Organ Company.

Windvoorziening
De windvoorziening had eerst plaats door vlijtige lieden die aan de handpompen stonden. Een zwaar karwei. Na een halfuur namen vervangers hun werk dan ook telkens over. Later bleek waterkracht beschikbaar. En nu natuurlijk elektriciteit Toen heel lang geleden de organist tijdens een concert zeer bezorgd was over de juiste winddruk -hij maakte graag indruk op zijn gewichtige luisteraarsmaakte hij nog wat brutale en trotse opmerkingen tegen de mannen aan de pomp. Zij werden daar erg boos over en stopten met hun werk. De musicus beklaagde zich daarover. Maar het officiële antwoord was kort maar duidelijk. „Ik wil u eraan herinneren en onze hoge gasten laten weten dat er behalve u nog meer mensen aan het werk zijn." Het is iedere dag feest in Salt Lake City. Dagelijks geven de organisten van de Tabernakel een niet langdurig, maar vrij toegankelijk concert. Als ik ga luisteren, speelt Richard Eliott. Hij vertelt eerst iets over zijn programma.

American classis
Neen, het gaat in de stad aan het zoutmeer niet om een monument van Noord-Duitse orgelbouwkunst. Buxtehude -hij overleed in de eerste helft van de achttiende eeuw- bespeelde wellicht liever een instrument van Arp Schnitger. Maar toch om iets moois. Barbara Owen noemt in haar boek het product van AEolian Skinner „an American classic." Dat duidt het karakter doeltreffend aan. Improvisatie neemt tijdens deze recitals een grote plaats in. Eliott beweegt zich overwegend in het romantische genre. Met registers als Flüte Harmonique, Vobc Humaine, Viole Geleste en Saliconal wil dat ook wel. Of met tongwerken als English Horn en Hautbois. De klanken lijken mij aan te sluiten bij het emotievolle in de 'geloofsbeleving' van de mormonen. Ik vertel dame Dijkwel dat het niet om emotie gaat, maar om het profetische Woord van God in de Bijbel. Daar heeft zij wel wat bedenkingen tegen. Niet alleen omdat zij ook een andere openbaringsbron erkent. Maar wegens het feit dat emotie, ervaring (gereformeerd gezegd: bevinding) heel belangrijk is voor het geloof van de mensen in Salt Lake Gity. Ik hoor het in de muziek.

Sola Scriptura
De stoere, in onze oude, grote kerken staande plena sluiten dichter aan bij het Sola Scriptura van onze gereformeerde religie. En het evenwichtige en volle werk van Bach biedt het lutheranisme wat meer liturgische vrijheid. In beide gevallen houden de gedachten soms zomaar even stil bij de vrome burgers die weleer hier hun geloof beleden. De armen die in hun oprechtigheid vasthielden aan Christus als hun Verlosser. De rijken die van Smytegelt geselslagen ontvingen om hun levenswandel. Maar onder wie zich stellig ook Godvrezenden bevonden. De romantiek en een vleug vroeg modernisme, het indrukwekkende licht- en kleurenspel, het zwelwerk en de knappe virtuositeit van de orgelist bieden geen vaste grond om op te staan; zij doen mij meer denken aan een vermenging van gedachten, van opvattingen, van christendom en 'godsdienst van onderen'. En dan ben ik weer precies waar ik zit: in het spirituele centrum van de Latter Day Saints te Salt Lake City. Natuurlijk is het heel goed mogelijk om Bach te spelen hier. Evenals in de Reformed Presbyterian Ghurch te Minneapolis op het vierklaviers orgel dat iets kleiner was. En waar de organist mij alle ruimte gaf Toch blijken de mensen van de praktijk zich vooral toe te leggen op de koraalvoorspelen van de grote meester. En minder op zijn grote werken.

Koor
In 1846 zochten de volgelingen vanjoseph Smith een plaats waar zij God konden dienen zoals het hen uitkwam. Het was een tocht van 1300 mijl. Tijdens deze barre reis naar het westen van het Amerikaanse continent braken de pioniers dikwijls de stilte van de prairie met hun liederen. Evenals rond het nachtelijk kampvuur. Na de aankomst in Salt Lake City, in 1867, verklaarde Bigham Young: Wij kunnen het evangelie niet verkondigen wanneer wij geen goede muziek hebben. Ik wacht geduldig op het gereedkomen van het orgel. Dan kunnen wij het Evangelie het hart van de mensen in zingen." Zo ontstond het wereldberoemde koor met 325 leden. Sommige families participeren al generaties lang in de religieuze zang. De repetitie is vrij toegankelijk; een belevenis. Hoewel een echt concert natuurlijk pas werkelijk bevrediging schenkt. Want nu tikt de dirigent het koor voortdurend af De zangers stonden ooit op het Rode Plein in Moskou -dat is weer iets anders dan het Tempel Plein- en zongen in het Bolshoi-theater; of op trappen van het Opera House in Sydney; of in Osaka, Japan. Aardig toch: als zanger komt iemand nog eens ergens.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.