+ Meer informatie

het oosterse landschap

6 minuten leestijd

Het landschap, dat we thans aan de orde willen stellen, is de

Negeb.

In de Statenvertaling heet clit gebied het Zuiderland. We zullen het dus moeten zoeken in het zuiden.

In de huidige staat Israël is het dan ook het meest zuidelijke district en strekt zich uit tot Egypte. Zover zuidelijk ging het in oude tijden niet (zie artikel over de landsgrenzen). In verschillende tijden echter wel zuidelijker dan Berseba, dat herhaaldelijk als zuidelijke grensstad in de Bijbel wordt aangeduid. („Van Dan tot Berseba toe.")

In het noorden was ook geen vaste grenslijn, maar men kan daar beter spreken van een grenssoom. Dit kwam, omdat het daar een echt herdersland was, waar het recht van de sterkste heerste, vooral wanneer het bronnen en putten betrof. Soms heersten de Israëlieten in de grenszoom, dan weer vreemde nomadenstammen, b.v. Jerahmeëlieten en Kenieten. „Als Achis zeide: aar zijt gijlieden heden ingevallen? Zo zeide David: egen het zuiden *an Juda, en tegen het zuiden der Jerahmeëlieten en tegen het zuiden der Kenieten." (1 Sam. 27 : 10) Later werd dit gebied door Israël weer veroverd in de dagen van koning Hizkia.

In de tegenwoordige tijd heeft de staat Israël ten westen van de Jordaan een oppervlakte van 20850 km 2 en daarvan beslaat het Zuiderland ongeveer de helft, n.1. 11872 km*.

Het noordelijke gedeelte van de Negeb bestaat uit een grote zonnige vlakte, waar nog geploegd wordt met een ezel, paard, rode koe of kameel met lange hals. Dit gebeurt dan door Bedoeïenen en halfnomaden. Als ze ergens gezaaid hebben, verlaten ze de plaats om rond te zwerven met hun tenten van zwarte geitenvellen en tegen de oogsttijd keren ze terug. Het is een land met een karakter als in de dagen van Izaak.

Het zuidelijke gedeelte is een echte woestijn met langs de noordelijke rand een overgangsgebied naar de noordelijke vlakte bestaande uit een woestijnsteppe. Hier heeft men te doen met een korte winter en een troosteloos lange, warme zomer. In het laatst van October en in November valt de regen in heftige buien, waardoor beekjes in woestbruisende stromen herschapen worden in korte tijd. Plotseling is dan het karakter van het landschap veranderd, zoals ook blijkt uit Ps. 126 : 2

God heeft bij ons wat groots verricht; Hij zelf heeft onze druk verlicht; Hij heeft door wond'ren ons bevrijd; Dies juicheti wij en zijn verblijd. Breng Heer, al Uw gevangnen wecler; Zie verder op Uw erf volk neder; Verkwik het als de watervloed, Die 't Zuiderland herleven doet.

Is de onbarmhartige zomer echter weer aangebroken, dan bestaat het landschap uit „onafzienbare vlakten", bezaaid met zwarte vuursteen, waarin men, als men enkele dagmarsen achter elkander reist, geen water ziet. Dan weer zijn er uitgestrekte velden, bedekt met stuifzanden, waarboven men toch nog wel grasdodden ziet of kleine bosjes struikgewas — een tegenstelling met cle vuursteenvlakten, waar geen spoor van plantengroei te zien is. Die vuursteenvelden en die zandvlakten wisselen af met onregelmatige kalkruggen en krijtheuvels. De landstreek heeft hier en daar kleinere poelen in lage gebieden. Bovendien wordt het gebied ingesneden door woeste kloofdalen, waar aan de dalwanclen spaarzaam enkele dotten gras groeien. In zijn geheel heeft dit hoogland een typisch woestijnkarakter, " aldus het relaas van een reiziger.

Het spreekt vanzelf, clat een gebied als hier beschreven alleen bewoond kan worden, wanneer er bronnen of putten zijn en dan alleen nog maar in de onmiddellijke nabijheid daarvan. Nu vindt men er veel verlaten putten en daarbij een groot aantal ruïnes van oude nederzettingen, wat er op wijst, dat het Zuiderland eens een dichte, althans een dichtere bevolking heeft gehad dan tegenwoordig. Opgravingen en nauwkeurige bestudering van het gevonden sehervenmateriaal hebben ook uitgewezen, wanneer hier meer mensen hebben geleefd. Men kwam tot cle slotsom, clat er weinig mensen hebben gewoond in cle oude Kanaanietische tijd, veel meer in de Israëlietische periode, waarin een groot aantal kleine plaatsen het land sierde, wat een merkwaardige overeenstemming oplevert met cle plaatsnamenlijsten in clat gebied in cle Bijbelboeken Jozua en 1 Kronieken. Er kan zelfs van welvaart gesproken worden in het Zuiderland in de Romeinse tijd en in de Byzantijnse eeuwen. Toen heerste er een gevreesd gezag, maar zodra clat wegviel, was het met de bloei gedaan en brak een tijd van verwaarlozing en verval aan.

Die oude nederzettingen — dit bleek duidelijk uit cle opgravingen — waren als vestingen versterkt met het oog op eventuele aanvallen door zwervende nomaden. Bovendien had men strijd te voeren tegen zandstormen en gebrek aan water, waardoor men soms genoodzaakt was om putten van 80 a 90 m diep te graven, waarvan er sommige nu nog in goede toestand verkeren.

Van twee zeer bekende nederzettingen in het Zuiderland moeten we nog iets meedelen: Kades en Berseba.

Kades is zeer bekend geworden door het oponthoud, dat de Israëlieten hier gehad hebben, toen Mozes de 12 verspieders uitzond met de ontzettende gevolgen. Prof. Böhl heeft in 1926 een tocht gemaakt naar cle plaats, waar eens het oude Kades gelegen heeft. Hij schrijft daarover: „Opvallend is de grote omvang van dit geheel van oasen, met waterbronnen aan alle kanten, door bergen afgesloten van cle buitenwereld. Hier is plaats in overvloed, en ook veiligheid en onderhoud voor een half-nomadische bevolking, zoals de Israëlieten clit vóór hun intocht in Kanaan geweest zijn."

Het stedelijk middelpunt van het Zuiderland was evenwel Berseba — bron van zeven. In de tijd der koningen moet hier het een of ander heiligdom geweest zijn, want Amos zegt: „Maar zoekt

Bethel niet en komt niet te Gilgal en gaat niet over naar Berseba; want Gilgal zal voorzeker gevankelijk worden weggevoerd en Bethel zal worden tot niet." (Amos 5 : 5). Thans is Berseba een weinig aantrekkelijke stad. Er is slechts één brede straat met zijstraatjes. In die hoofdstraat is elk huis een winkel, waaide Bedoeïen alles kan kopen, wat hij niet zelf vervaardigt. Trouwens, de stad is een echte marktplaats voor deze lieden.

Voor de toekomst is de staat Israël stellig van plan, van dit dorre gebied vruchtbaar land te maken. Het zwaarste probleem vormt de watervoorziening, want er valt maar 25 mm regenwater per jaar. Men wil nu de grote verzamelbekkens van regenwater in het gebergte af laten vloeien naar de vlakte. En verder zijn er al wegen aangelegd, terwijl de Joodse kolonies de Negeb beginnen binnen te dringen.

W. VAN DIJK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.