+ Meer informatie

Naastenliefde en standsbesef gingen in Utrechts weeshuis prima samen

Boek ter gelegenheid 500-jarig bestaan stichting Evert Zoudenbalch Huis

4 minuten leestijd

UTRECHT - Op donderdag 13 januari 1491 legt de inmiddels op jaren gekomen Utrechtse kanunnik en thesaurier van het dom kapittel Evert Zoudenbalch de ganzeveer neer waarmee hij zojuist zijn handtekening heeft gezet onder een uitvoerige akte. Aan de vooravond van de feestdag van Sint Pontianus voltooit hij daarmee de oprichting van het St. Elisabethsgasthuls, een werk waaraan hij reeds enkele jaren eerder is begonnen. De door hem eigenhandig opgestelde stichtingsbrief vormt het sluitstuk van dit werk.

Zo begint het ruim 300 pagina's tellende boek met de titel "Als een groot particulier huisgezin" dat is uitgegeven in het kader van het 500-jarig bestaan van de Utrechtse Stichting Evert Zoudenbalch Huis. In het boek worden de bloei en het verval van het traditionele weeshuis tot leven gebracht aan de hand van de geschiedenis van het Utrechtse burgerweeshuis. Deze in de Middeleeuwen gestichte instelling werd bestuurd door een broederschap van regenten die aanzienlijke posities in de stad bekleedden. Hun doel was de kinderen uit de burgerstand op te voeden tot zelfstandige burgers, om hen zo voor hun stand te behouden.

Het Gereformeerd Burgerweeshuis was bestemd voor verweesde kinderen van gezeten burgers die gereformeerd waren opgevoed. Christelijke naastenliefde en standsbesef gingen zo dus prima samen. Na de sluiting van het tehuis in 1963 bleef de Stichting Evert Zoudenbalch Huis haar idealen uitdragen als steunfonds op het terrein van de Utrechtse jeugdzorg.

Paus

Dat Evert Zoudenbalch voor het ondertekenen van de stichtingsakte voor het weeshuis juist Pontianusavond had uitgekozen, was geen toeval. Deze feestdag werd in Utrecht namelijk gevierd met het geven van geschenken van vrouwen en meisjes aan mannen.

Zelfs vóór de officiële stichting van het weeshuis blijkt Zoudenbalch al goederen te hebben geschonken aan het weeshuis. Ook andere mensen, voornamelijk rijke geestelijken en wereldse hoogwaardigheidsbekleders, hadden reeds grote giften overgemaakt voor een op te richten tehuis voor de wezen.

Zoudenbalch stichtte zijn weeshuis ter ere van de „weerdigher vrouwen sunte Elisabeths van Dueringen, die ene ontfermster ende vertrooster is der ellendiger weeskynderen die van alle menschelicken troost verlaten zijn". Hoewel in de stichtingsbrief niet nadrukkelijk over het St. Elisabethsgasthuis werd gesproken, was het wel gebruikelijk dat een gasthuis werd vernoemd naar een heilige aan wie de stichting werd opgedragen. Daarom werd het Utrechtse weeshuis al snel het Elisabethsgasthuis genoemd. Toen in 1497 paus Alexander VI zijn goedkeurig aan de stichting gaf, was het voortbestaan van het weeshuis voor lange tijd gewaarborgd.

Voor de kinderen die in de vijftiende eeuw in het weeshuis opgenomen konden worden, was het verblijf aldaar echter niet direct een pretje. Zo moesten de jongens dagelijks in speciale kleding langs de huizen van de stad gaan om hun brood bij elkaar te bedelen. Die bedelgang had voornamelijk tot doel de Utrechtse bevolking te herinneren aan haar plichten ten aanzien van de behoeftigen. De meisjes hoefden deze gang niet te maken, maar moesten thuisblijven en „haer hantwerck doen, een yghelick nae dat hemluyden van Godt synne ende verstant gegeven is".

Drie personen werden „erfflick ende ewelick" belast met „bewind ende regiment" van het weeshuis, te weten de domdeken als hoogste geestelijke autoriteit van het bisdom Utrecht, de schepenburgemeester en de naaste erfgenaam van Evert Zoudenbalch. Later werd hier nog een regentengezelschap aan toegevoegd.

Reformatie

De Reformatie bracht voor het Burgerweeshuis in Utrecht grote veranderingen. In 1577 had de stad Utrecht zich al geschaard achter de Prins van Oranje en zich daarmee aangesloten bij de Nederlandse opstand. Op 7 maart 1580 drong een opgewonden menigte gewapende burgers de Utrechtse raadszaal binnen. Ze stelden de raad een twaalftal eisen die een vergaande reformatie van de stad en een verbod op de katholieke godsdienstuitoefening inhielden.

Zeer opmerkelijk was dat in de vierde eis die aan de raad der stad werd voorgelegd, al werd gesproken over het weeshuis. Letterlijk stond er dat men eiste dat „de weeskinderen sullen worden geregeert ende geinstrueert na insettinge van de Gereformeerde religie". Nog diezelfde dag besloot de raad aan deze wens tegemoet te komen. De kinderen zouden voortaan naar de gereformeerde kerk gestuurd worden en in de gereforruggegraat van het toerisme in Zuid-Holland. meerde religie worden onderwezen.

Na een woelige geschiedenis van bijna vijf eeuwen nam de broederschap op 3 mei 1963 de ingrijpende beslissing om het huis te sluiten. De toenemende invloed van de verzorgingsstaat noopte de leiding tot het nemen van deze maatregel. Het weeshuis bleek niet meer levensvatbaar. Kort na sluiting van het huis werden de ruimten in het grote pand verhuurd aan instellingen die actief zijn voor de jeugd. Het erfgoed van het door Evert Zoudenbalch gestichte weeshuis ging zo toch nog niet helemaal verloren.

"Als een groot particulier huisgezin" geeft een enorme hoeveelheid informatie. Helaas is het gebruikte lettertype wat klein, waardoor de bladzijden nogal 'grijs' aandoen. Maar al met al is het een zeer lezenswaardig boek, dat in de beschrijving van de geschiedenis van het Utrechtse weeshuis tevens een goed beeld geeft van de ontwikkeling die wij iri onze maatschappij hebben doorgemaakt op het gebied van opvoeding, scholing en gezinsleven. N.a.v. "Als een groot particulier huisgezin", Opvoeden in het Utrechtse Burgerweeshuis tussen caritas en staatszorg 18131991, door J. J. Dankers en J. Verheul; uitgave Walburg Pers, J Zutphen, 1991; 311 blz.; 65 gulden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.