+ Meer informatie

PASTORAAT EN (EX)MOSLIMS

7 minuten leestijd

Pastoraat. Een belangrijk vak voor theologie studenten. Belangrijk voor predikanten en ouderlingen die pastoraal werk verrichten. Herderlijke zorg. Het omzien naar de schapen van de kudde. Er zijn veel cursussen en handboeken over pastoraat in een christelijke gemeente. Een vraag die bovenkomt als je bezig bent op het breukvlak van kerk en moskee, is: Hoe zit dat met pastoraat in de islam? Kent men daar ook de herderlijke zorg binnen de moslimgemeenschap?

Een student theologie die daar een afstudeerscriptie over schrijft, kwam naar het kantoor van Evangelie & Moslims voor een gesprek. Omdat het woord pastoraat niet gebruikt wordt in de islam, zochten we naar een equivalent in het Arabisch, de taal van de koran en het islamitische geloof. We kwamen uit bij irshad roehiyya, geestelijk leiding.Toch spelen deze woorden een ondergeschikte rol in de opleiding van bijvoorbeeld imams. Het accent ligt daar vanouds op kennis van de koran en de hadieth (tradities van de profeet Mohammed), van de islamitische geloofsleer en jurisprudentie.

ACCENT OP KENNIS VAN WETSREGELINGEN

Imams dienen ingewikkelde geloofsvragen te kunnen beantwoorden. Daarnaast moeten zij leiding kunnen geven aan islamitische rituelen, zoals het verrichten van de gebeden (salāt) en het reciteren van de Koran. En leiding geven bij allerlei ethische vragen om zicht te geven op wat wel en wat niet mag. Imams zijn specialisten in islamitisch recht (sharia) waartoe men kennis van de koran en de hadieth moet hebben. Bij ‘geestelijke leiding’ gaat het vooral om kennis die helpt om de islam op een juiste wijze toe te passen in het leven. De islam bestrijkt alle terreinen van het leven, niet alleen het religieuze. En omdat er een wet centraal staat in de islam, is er ‘leiding’ (hoeda, een uitermate belangrijk begrip in de islam) nodig in het doolhof van voorschriften om als goede moslim te leven.

OMZIEN NAAR ELKAAR BINNEN FAMILIESFEER

In de dar al-islam (het huis van de islam, waar de islam meerderheidsgodsdienst is) vervullen imams met name taken in de moskee: preken, leiding geven aan de gebeden, zorgen dat daar alles op rolletjes loopt, vragen van gelovigen beantwoorden. Het omzien naar elkaar gebeurt vooral binnen de families. Het gaat in de thuislanden van moslims om een gemeenschapscultuur. Bij ziekte kan men op de familie terugvallen. Bij financiële problemen nemen familieleden het voor elkaar op. Bij werkloosheid worden vrienden en bekenden benaderd om een baantje te vinden. Hoewel de islam alle terreinen van het leven bestrijkt, zien we toch in de praktijk dat moslims daar hun zaakjes regelen buiten de moskee om. ‘Zelfs bij een begrafenis hebben we de moskee niet nodig. We regelen dat als familie zonder inbreng van de imam’, vertelde mij een man uit Jemen.

DIVERSITEIT ONDER MOSLIMS IN WESTERSE LANDEN

Allerlei uitingen van een gemeenschapscultuur zetten zich nog lang voort onder migranten in westerse landen. Vanzelfsprekend ondergaat men hier de invloed van westers en christelijk denken. Daarom is het terecht te spreken van een Europese islam, een islam met als kenmerk flexibiliteit en diversiteit. Men geeft elkaar de ruimte om verschillend te denken en de islam te beleven op een manier die bij de persoon past. Het is een gevolg van het leven in een meer geïndividualiseerde samenleving. Bij de ene moskee houdt men nog sterk vast aan de principes van het thuisland. Een andere moskee staat open voor westerse principes. De ene imam is traditioneel en recht in de leer (orthodox). De andere is modern en ruimdenkend.Veel jonge moslims hebben geen imam of moskee nodig en zoeken via websites naar antwoorden die hun Sitz im Leben vertolken. Velen voelen zich aangesproken door iemand als Mohamed Ajouaou (hoofd islamitische geestelijke verzorging bij het ministerie van Veiligheid en Justitie en docent islam aan de VU). Hij schreef een boekje met de veelzeggende titel ‘De moslim die ik ben. Notities over een rekkelijk geloof.’ Hij vertolkt de stem van jongeren die weliswaar affectief nog met de islam verbonden zijn, maar geloofsinhoudelijk sterk geseculariseerd zijn. Het aantal moslims met verlichte ideeën zal onmiskenbaar toenemen.

EEN ISLAM METCHRISTELIJKE TREKKEN’

Daarnaast zijn er jongeren die bewust zoeken naar een spirituele interpretatie van de islam. Zij houden zich aan de voorschriften van de islam maar niet op een wettische manier. In hun gedrag en beleving van geloof verschillen zij niet veel van bewust gelovende christenjongeren. Hun islam heeft, oppervlakkig beschouwd, veel weg van christelijk geloof. Pas als het gaat om kernzaken als godsbeeld, mensbeeld en de weg van heil, komen de verschillen naar voren. Met name waar het gaat om de betekenis van het kruis en de centrale plaats die het inneemt in het christelijk geloof. De weerstand daartegen is zo groot, dat moslims die voor hun gebeden van een kerk gebruik mogen maken, elk kruis weghalen of tenminste bedekken.

VOLDOEN AAN KWALITEITSEISEN

Imams in Nederland met een aanstelling vanuit Turkije of Marokko, houden zich gewoonlijk sterk aan het geloof en de tradities van het thuisland. Zij die een aanstelling in een ziekenhuis of detentiecentrum krijgen, zullen echter moeten voldoen aan Nederlandse normen en kwaliteitseisen. In de opleidingen tot imam zien we dan ook het vak ‘geestelijk leiding geven’ opgenomen. Zo biedt de Islamitische Universiteit Rotterdam (IUR) een Master Islamitische Geestelijke Verzorging aan. Dat is een goede zaak. Verhalen over imams die gevangenen met opgeheven vinger benaderen en met teksten om de oren slaan, gaan nog steeds rond.

VELEN OP ZOEK NAAR EEN ALTERNATIEF

Veel moslims keren momenteel de islam bewust de rug toe. In het bijzonder door wat er in naam van de islam geroepen en gedaan wordt. IS (Islamitische Staat) heeft daar, onbewust en onbedoeld, een belangrijke rol in gespeeld. De oude naam was ISIS wat staat voor de Islamitische Staat in Irak en Sham (= Syrië). Het is niet voor niets dat moslims juist uit die landen op zoek zijn gegaan naar een nieuw geloof. Kerken kregen te maken met moslimvluchtelingen die gedoopt wilden worden. Deze nieuwkomers ervaren de pastorale zorg en het omzien naar elkaar binnen een gemeente als een warme douche in een samenleving die als kil op hen over kan komen. Terwijl etnocentrisme steeds weer de kop opsteekt, kan de kerk een tegenbeweging vormen en veel voor vluchtelingen en ontheemden betekenen. Áls de liefde die gepredikt wordt, daar ook echt gestalte krijgt.

PASTORALE ZORG VOOR CHRISTENEN MET EEN MOSLIMACHTERGROND

Nederlandse kerken krijgen te maken met pastorale zorg aan moslims die christen zijn geworden, broeders en zusters uit een leefwereld, die dichter staat bij de Bijbelse leefwereld dan de onze. Denk aan de gemeenschapszin, de vanzelfsprekendheid van geloof (in wonderen), het belang van eer. Het nieuwe geloof werd als bevrijdend en verrijkend ervaren. Zij hebben zich afgekeerd van de islam en zich voor ‘de godsdienst van de liefde’ opengesteld. Niet dat zij direct inzagen wat hetbetekent om discipel en volgeling van Jezus Christus te zijn. Maar hun verlangen om christen te worden was zo sterk dat ze liever vandaag dan morgen gedoopt wilden worden, soms amper wetend wat de doop inhoudt.

Hun geloofsovergang snijdt hen echter ook af van hun wortels van cultuur en geloof. Die afsnijding kan gaan opspelen als er teleurstellingen in en met de nieuwe gemeenschap komen. Er komen vaak twijfels boven, schuldgevoelens, depressieve gevoelens. Pastorale zorg die daar rekening mee houdt is van groot belang. Pastoraat met begrip voor hun situatie en het voeren van troostvolle gesprekken. Maar vooral ook hen op een creatieve wijze activeren, inschakelen in de gemeente, of helpen bezig te zijn in de samenleving. Het geeft hen, komend uit een eergevoelige cultuur, eigenwaarde en kan hen door een moeilijke periode van hun leven heen helpen.

OVERGESTOKEN VAN DE ISLAM NAAR HET LICHT VAN CHRISTUS

In westerse literatuur wordt over hen geschreven als MBB’s (Muslim Background Believers), een afkorting die nauwkeurig aangeeft waar het om gaat. De term doet echter kil aan. Wat minder bekend is, is dat Arabische MBB’s zich ‘aaberien noemen. Het woord heeft iets in zich van pelgrim zijn, op reis zijn en betekent letterlijk: ‘zij die overgestoken zijn’, d.w.z. zij die van de islam naar het licht van Christus overgestoken zijn (‘aaberien min al islaam ila noer al-Masiech). Met alle consequenties van dien. Het woord komt ook voor in de Hebreeuwse Bijbel. In Psalm 84 lezen we dat zij, die hun toevlucht bij God zoeken, gelukkig zijn. Trekken zij door (van dezelfde stam ‘aBeR) een dal van dorheid, het verandert voor hen in een oase; rijke zegen daalt als regen neer.

Het is ons gebed dat de ‘aaberien in Nederland dat mogen ervaren in onze christelijke gemeenten. Dan is dat een zegen voor hen én voor onze kerken die hen ontvangen in Christus’ naam.

Herman Takken is werkzaam bij Evangelie & Moslims, een stichting waarin ook de Christelijke Gereformeerde Kerken participeren. E&M zet zich in voor de verkondiging van het Evangelie onder moslims in Nederland, rust kerken en christenen daarvoor toe, en doet pastoraal werk onder moslims die christen zijn geworden. Herman is lid van OASE, de Arabisch-Nederlandse gemeente van ICF-Amersfoort.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.