+ Meer informatie

Naar de 30 CATECHISATIE

4 minuten leestijd

GODS EIGENSCHAPPEN (5).

Gods onveranderlijkheid (vervolg).

In Zijn Genade\’erbond komt de Heere met Zijn genadige beloften, die Hij verzegelt dom’ Zijn heilige Sakramenten. Zondag25. H. Gat. Deze beloften mogen wij niet houden voor de deelachtigmaking, al belooft de Heere ook Zijn Geest. Velen doen dit. Men zegt: wat God belooft, doet God, dat vervult Hij. En dit neem ik aan, dus ben ik ook een kind van God.

Het is volkomen waar, dat God Zijn beloften vervult. Dit geldt de heilbelofte van de komst van Christus in het vlees en dit zal ook zijn met het oog op Zijn wederkomst.

Maar ten opzichte van Zijn heilbeloften voor de zondaar, wil God die vervullen in de weg van wedergeboorte en bekering des harten! De Heere komt wel met de EIS van Zijn verbond, maar dit houdt niet in, dat de mens deze zelf kan volbrengen. De Heere bedoelt ermede, dat de zondaar zou weten Gods heilig recht op de mens als Zijn maaksel en beelddrager, ofschoon hij het beeld Gods naar zijn INHOUD totaal heeft verloren. Ook, opdat de zondaar in de klem zou mogen komen: zich te MOETEN bekeren, maar zich niet KAN en bovenal niet WIL bekeren, opdat hij zal vragen: Heere, bekeer GIJ mij, zo zal ik bekeerd zijn!

De Heere wil de mens zijn hoge verantwoordelijkheid doen weten én krachtens schepping én krachtens het toebetrouwde Evangelie, want die de weg geweten zal hebben, doch niet bewandeld, zal met dubbele slagen geslagen worden. Het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in de dag des oordeels dan Kapernaüm en Bethsaida, dat tot de hemel toe is verhoogd, naar Christus’eigen woorden. Daarom zullen Gods bedreigingen. Zijn verbondswraak bij de verwerping van Zijn Woord en beloften, ook zeker komen. Zo hebben de profeten in het oude verbond het volk ernstig gewaarschuwd en het„bekeert u, bekeert u ”laten horen.

En dit geldt ook voor ons. O, bedenken we deze dingen. Eenmaal komt de Heere zeker terug op al de zorg en bemoeienissen Zijner lankmoedigheid en goedheid, en zal ons rekenschap afvragen, wat wij met dit alles gedaan hebben! Smeken we om de noodzakelijke werking van de Heilige Geest tot levensvernieuwing en bekering des harten. Want eigenen we ons die toe in eigen kracht, clan zidlen we bedrogen uitkomen.

Anderzijds is de ONVl’KANDEKLUKH KID GODS ten opzichte van Zijn verbond tot rijke troost voor allen, die zich leren kennen als verbondsbrekers en goddelozen. Zijn recht toevallen en smeken om Zijn genade en heil! Gods genadeverbond ligt vast in de„Raad des vredes ”of genoemd het„Verbond des verlossing”.

Dit verbond is naar Psalm 2 en andere Schriftplaatsen de ONDERHANDELING van de drie Goddelijke Personen van eeuwigheid over de zaligheid der uitverkorenen. In die Vrederaad liggen dus ook Gods beloften vast.„Want bergen zullen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere, uw Ontfermer! ”Zo lezen we in Jes. 54.

Gods beloften liggen vast in al de deugden Gods.„Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde”, zo verklaart de Heere. Zijn goedertierenheid en trouw zullen nooit wankelen. Zij liggen vast ook in de EED Gods. God heeft bij Zichzelf gezworen. De apostel schrijft in Hebr. 6: „opdat wij door twee onveranderlijke dingen, in welke het onmogelijk is, dat God liege, een sterke vrtroosting zouden hebben”. Deze twee onveranderlijke dingen zijn Gods belofte en Gods eed, zoals het verband met de vorige verzen duidelijk laat zien.

Gods beloften liggen vast in het borgwerk van Christus. Het offer van Christus heeft een eeuwige waardij. Want dit offer is gebracht in de schaal van Zijn Goddelijke natuur. Daarom staat er in 2 Kor. 1: 20: „Want zovele beloften Gods als er zijn, die zijn in Hem ja en zijn in Hem amen”.

Gods onveranderlijkheid! Wat een bron van allerrijkste vertroosting voor hen, die in hun zielsbekommernissen en bestrijdingen nergens houvast en rust kunnen vinden. Ingeleid in die onwankelbare vastheid mogen zij wel eens instemmen met de dichter van Psalm 74:


Gij, evenwel. Gij blijft Dezelfd’ o Heer’.
Gij zijt van ouds mijn Toeverlaat, mijn Koning,
Die uitkomst gaaft en, uit Uw hemelwoning,
Voor ieders oog Uw haat’ren ging te keer.


R’dam-W.

vL.

N.B. Tot mijn spijt kon bovenstaand artikel niet eerder worden opgenomen. Door de beperkte plaatsruimte moet er wel eens een artikel wachten tot een volgend nummer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.