+ Meer informatie

Consulentschap 1

3 minuten leestijd

Van een kerkeraad kreeg ik een vraag over het consulentschap Of eigenlijk waren het twee vragen. De eerste ging over het, wat de kerkeraad noemde, ”gewone” consulentschap en de tweede had betrekking op het zgn. ”uitgebreide” consulentschap, zoals dat tegenwoordig in ons kerkelijk leven hier en daar gevonden wordt.

Gaaarne wil ik in Ambtelijk Contact op deze vragen even in gaan, al moet ik er terstond aan toevoegen dat ik dit slechts heel in het kort zal doen. Vroeger heb ik over het consulentschap geschreven in mijn Toelichting op de Kerkorde in ons kerkelijk weekblad De Wekker. Dat was bij de behandeling van de bepalingen bij artikel 41 van de Kerkorde.

WIJ beginnen dan met de eerste vraag van de kerkeraad Het woord consulent IS afgeleid van het latijnse woord consulere, dat o.m. raadplegen en ook raadgeven betekent. Wij kunnen dus zeggen dat een consulent een raadgever is, iemand die adviezen geeft.In ons maatschappelijk leven kennen wij bijv landbouw-consulenten, veeteelt-consulenten enz. Ook in de onderwijswereld komen wij functionarissen tegen die de titel consulent dragen, zoals consulent voor de lichamelijke opvoeding. Welnu, ook in het kerkelijke leven kennen wij zulke consulenten, zulke raadgevers. Zij worden door een classis benoemd voor vacante gemeenten met niet meer dan één predikant. Hieraan ligt een goede en Schriftuurlijke gedachte ten grondslag, namelijk deze, dat de kerken van eenzelfde kerkverband elkander zo nodig moeten bijstaan en elkander in bepaalde gevallen raad moeten geven. Het is dus zeer bepaald niet zo, dat de andere kerken van het classicaal ressort over die éne kerk willen héérsen, integendeel, het IS zó dat ZIJ die kerk willen dienen en hélpen door middel van een consulent. Dit geschiedde in de 16e eeuw, toen het leven van de reformatorische kerken nog geheel en al in het stadium van de opbouw verkeerde, door de classicale vergaderingen zelf, die toen veel vaker gehouden werden dan tegenwoordig, of namens deze door twee of drie genabuurde predikanten Maar later, in de 17e en 18e eeuw kwam de gewoonte op om voor de vacante plaatsen consulenten of raadgevers te benoemen Maar volkomen in strijd met het wezen van de gereformeerde kerkregermg kregen zulke consulenten soms verstrekkende bevoegdheden. Dat was in de tijd toen het gereformeerde kerkrecht geheel in verval geraakte. In Zeeland bijv. waar de consulent de titel van Director (!) droeg, had hij onder bepaalde voorwaarden zelfs een beslissende stem in de kerkeraad van een vacante gemeente En om nog één voorbeeld te noemen: de classis 's-Gravenhage besloot in haar vergadering van 4 augustus 1727 dat de consulenten aan de kerkeraden moesten berichten ”dat zy niet het minste, dat het ook zy, zullen hebben te doen zonder Consulenten” De voornamelijk in de 18e eeuw opgekomen, regelingen, waarbij de consulenten veel macht ontvingen in de vacante kerken, vonden in feite haar voortzetting in de Reglementen van de Ned. Herv Kerk die in alles op hiërarchische leest geschoeid waren

Maar dit kunnen we nu verder laten rusten Alleen deze opmerking nog: in grote trekken is deze hiërarchische lijn nog doorgetrokken in de nieuwe kerkorde van de Ned. Herv. Kerk die ook thans nog grote bevoegdheden aan de consulenten toekent, zoals o.a. blijkt uit Ordinantie 13, art 18. Volgens het gereformeerde kerkrecht heeft een consulent een heel wat bescheidener positie.

In een volgend artikel willen wij daai nader op in gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.