+ Meer informatie

Orgelrel in Sexbierum

6 minuten leestijd

Het Friese dorp Sexbierum bezit tot 1924 een orgel van de vermaarde orgelmaker Albertus Anthonie Hinsz. In dat jaar maken de ingewanden van het instrument plaats voor een bouwsel dat beantwoordt aan de smaak van die tijd. Sindsdien herinneren slechts één register en de orgelkas aan Hinsz. Zeventien jaar plannenmakerij om "Hinsz" te reconstrueren of de situatie van 1924 op te knappen leiden schipbreuk. Hervormd Sexbierum kiest voor een groot elektronisch orgel.

Nederland kent weer een echte orgelrel. Een kerkvoogdij zegt het vertrouwen in een respectabele adviseur op. De overheid verklaart een wanproduct uit de vervalperiode van de orgelbouw tot beschermd monument. Een organist weet zijn kerkvoogdij zo ver te krijgen dat deze een elektronium aanschaft. Partijen schelden elkaar uit voor purist of leugenaar.

De Groningse orgelbouwer Hinsz realiseert in de jaren 1766/67 in Sexbierum een orgel met hoofd- en rugwerk en twintig stemmen. In 1859 vervangt de firma Van Dam drie registers door andere. In 1924 bouwt de firma Bakker & Timmenga een nieuw orgel in de historische kas. Ze gebruiken Duits fabriekspijpwerk, dat een schrikbarende hoeveelheid zink bevat. De hoofdkas blijf intact. Zwelwerk en pedaal krijgen een plek achter de wand die de kerkruimte van de onverwarmde voorkerk scheidt.

Ontdekkingen

"Sindsdien zorgt dit orgel voor problemen," zegt Gerrit de Vries, organist van de hervormde gemeente Sexbierum en conservatoriumleerling van Jos van der Kooy. "Ondanks een restauratie in de jaren zestig, blijkt dit in 1983 weer nodig. In 1984 wordt Jan Jongepier aangesteld als adviseur van de kerkvoogdij om te onderzoeken of het mogelijk is in de oude kassen een nieuw orgel in de stijl van Hinsz te bouwen. Intussen ontdekt Jongepier dat er nog vrij veel materiaal van het oude Hinsz-orgel bestaat. Het is in orgels in Boornbergum en Sebaldeburen hergebruikt."

Recentelijk blijkt bij de restauratie van het orgel in Waaxens dat dit instrument ook pijpwerk van Hinsz uit Sexbierum bevat. De Vries: "De eerste ontdekkingen van Jongepier leiden tot het plan het Hinsz-orgel uit 1766/67 te reconstrueren, met gebruikmaking van het teruggevonden materiaal (inmiddels 70 procent van het pijpwerk en de windlade van het rugwerk). Jongepier zou met de kerkvoogdijen van de desbetreffende gemeenten regelen dat die het historische pijpwerk zouden afstaan in ruil voor ander."

De adviseur correspondeert inderdaad met de kerkvoogdijen. Bovendien tracht hij met zijn zesdelig cd-project "Frieslands orgelpracht" geld te werven voor de reconstructie van het Hinsz-orgel, aangemoedigd door een respectabel comité van aanbeveling en een subsidie van de Stichting tot Behoud van het Nederlandse Orgel. Ook de Rijksdienst voor de Monumentenzorg geeft toestemming voor de reconstructie.

Voorbereidingen

De jaren verstrijken, kerkvoogdijen wisselen van samenstelling en de regels van monumentenzorg wijzigen. In 1999 krijgt de nieuw aangetreden kerkvoogdij van Sexbierum haast. Zonder overleg met Jongepier geeft het college de orgelmakers Bakker & Timmenga opdracht de reconstructie van Hinsz ter hand te nemen.

De Vries: "Er gebeurde echter niets. We hoorden uiteindelijk van de orgelbouwers dat de adviseur hen verbood aan het werk te gaan, omdat een en ander nog niet helemaal rond is."

"Dit klopt", zegt Rudi van Straten, de verantwoordelijke man bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. "Wij waren samen met Jongepier bezig met de voorbereidingen om het historische Hinsz-pijpwerk uit de drie orgels om te ruilen, zonder dat dit de monumentenstatus van die instrumenten zou schaden."

Intussen zoekt de kerkvoogdij van Sexbierum contact met die van Boornbergum, Sebaldeburen en Waaxens. De Vries: "Zij kregen in 1987 een brief van Jongepier en hebben teruggeschreven dat zij wilden meewerken. Maar sindsdien vernamen ze niets meer van hem."

Organist R. Bil uit Boornbergum heeft nadien wél contact met Jongepier gehad, wat ook bij zijn kerkvoogdij bekend is. "We hebben toegezegd het Hinsz-pijpwerk te zullen afstaan wanneer subsidie rond was." Ook kerkvoogd J. Smeding uit Sebaldeburen rept van regelmatige contacten met Jongepier. Hij maakt lang deel van de kerkvoogdij uit: "Het was voor ons de vraag wie ons garandeerde dat we een goed instrument zouden behouden, wanneer daar ander pijpwerk in werd geplaatst. Omdat niemand ons die garantie kon geven, werkten we niet mee aan het plan."

Vervalperiode

Ook in Waaxens is men beducht voor het omwisselen van pijpwerk, temeer daar hun orgel pas is gerestaureerd, met nota bene Jongepier als adviseur. Niemand van de onlangs aangetreden kerkvoogden was op de hoogte van de plannen in Sexbierum. Omdat tenminste één van de drie gemeenten sowieso geen pijpwerk meer wilde afstaan, trok monumentenzorg de subsidie voor reconstructie in. Bleef voor Sexbierum over: nieuwbouw voor 6 tot 7 ton of restauratie van het orgel uit 1924.

De Vries: "Aanvankelijk koos de kerkvoogdij voor het laatste. Ik was niet voor het opknappen van een schoolvoorbeeld van een product uit de vervalperiode. Onbegrijpelijk dat een instantie als monumentenzorg iets dergelijks tot beschermd monument verklaart, alleen al omdat het aan papieren regels voldoet. Volgens diezelfde regels eiste monumentenzorg een uitvoerig rapport van een erkende adviseur, aan de hand waarvan een subsidieaanvraag voor restauratie van de bestaande toestand zou worden beoordeeld.

Na rijp beraad zagen we daarvan af. Het bestaande instrument had al 75 jaar voor ellende gezorgd en zou het nu wel goed komen? Er bleef voor ons niets anders over dan ons te richten op een alternatief in de vorm van een elektronisch orgel. In het Amerikaanse merk Allen vonden we het beste dat er op dit gebied is. Voor 250.000 gulden hebben we nu een 72 stemmen tellend orgel aangeschaft, dat klinkt als dat van Westminster Abbey in Londen."

Modder

De organist is boos op de instanties die Sexbierum in de kou hebben laten staan. "Er is van alles misgegaan." Dat Jongepier te traag zou zijn geweest klinkt uit de mond van De Vries als een verwijt.

De twee jaar geleden aangetreden president-kerkvoogd H. Haitsma bevestigt het relaas van organist De Vries. "In feite hadden we een Hinsz-orgel in gebruik moeten nemen, maar we hebben nu een goed alternatief. Tenslotte zijn we er als kerkvoogdij voor verantwoordelijk dat de gemeente goed kan zingen, of dat nu gebeurt bij orgelpijpen of met behulp van luidsprekers."

Nu ook Jos van der Kooy de Allen "en plein public" komt keuren, is voor sommigen de beer helemaal los. Ze roepen dat het tijd wordt dat er een eind moet komen aan zijn loopbaan. De Haarlemse stadsorganist spreekt op voorhand mét de Sexbierumers de wens uit dat de digitale variant een tijdelijke oplossing zal zijn. Daarom weigert hij te geloven dat Hinsz definitief uit Sexbierum is verdwenen.

Of deze tijdelijke oplossing, waarmee zo veel geld is gemoeid, wel als tijdelijk aangemerkt kan worden, is de vraag. De leverancier van het digitale orgel, Henk Loonstra uit Westergeest, noemt de boze orgelvrienden "puristen." Jan Jongepier was niet bereid commentaar te geven op de beschuldigingen uit Sexbierum. "Ik heb 120 orgeldossiers onder handen. Sexbierum is de eerste die mij zonder opgaaf van redenen heeft ontslagen. Ik ga me niet verweren tegen het publiekelijk met modder gooien."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.