+ Meer informatie

Wat nu?

3 minuten leestijd

De jongste bemiddelingspoging van de EG-trojka in de Joegoslavische crisis is duidelijk op een mislukking uitgelopen. Servië, dat in de burgeroorlog aan de winnende hand is, heeft geen behoefte aan een vredesmacht van de EG of aan verdere bemiddeling. Dat heeft het aan minister Van den Broek en zijn twee EG-collega's duidelijk laten merken. Zij werden door de Serviërs ook behandeld op een manier die, naar diplomatieke maatsteven gemeten, onbeschoft is.

De vraag rijst echter wat er nu moet gebeuren. De EG is nooit bedoeld geweest om militaire interventies uit te voeren. De WEU, die jarenlang een slapend bestaan heeft geleid is daar wat meer voor geschikt. Voor de VN zijn de gevechten in Joegoslavië waarschijnlijk nog niet dramatisch genoeg om in te grijpen.

De Serviërs houden echter de boot af en beroepen zich daarbij op de soevereiniteit van Joegoslavië. Zoals het er nu naar uitziet, zullen zij bij een voortzetting van de burgeroorlog er wellicht in slagen de Kroaten steeds verder in de hoek te drijven. Maar daarmee wordt geen basis gelegd voor vreedzame en stabiele verhoudingen in die regio.

Moet het Westen dan Kroatië gaan steunen, zowel op het diplomatieke vak als door wapenleveranties? In hoeverre bestaat dan het risico dat Servië steun zoekt bij de Sowjet-Unie?

In het verleden bestonden er nauwe bindingen tussen Servië en het Russische rijk. Maar evenzeer was er ten tijde van Tito en Stalin sprake van felle ideologische controverses. In de huidige situatie geldt in ieder geval dat de Sowjet-Unie er geen enkel belang bij heeft dat een multinationale staat in Oost-Europa uiteenvalt. Dat zou immers een aanmoediging zijn voor de eigen nationale minderheden om dezelfde weg op te gaan.

Ook al doen de berichten over het agressieve optreden van de Servische vrijkorpsen en de botte opstelling van de Servische politici onze sympathie voor de Serven niet toenemen, toch moeten we ons niet laten verleiden tot een anti-Servische opstelling.

Op de Kroaten is immers ook wel wat af te dingen. De regering in Zagreb heeft, zeker aanvankelijk, weinig begrip getoond voor de positie van de omvangrijke Servische minderheid in Kroatië. Daarbij komt, dat het Kroatische verleden op dit punt veel zwarte bladzijden vertoont. In de Tweede Wereldoorlog heeft het toenmalige fascistische bewind in Kroatië een uitroeiingspolitiek gevoerd ten opzichte van de Servische minderheid.

Omgekeerd hebben, in de driekwart eeuw dat Joegoslavië bestaat, de Serven voortdurend de baas gespeeld over de andere bevolkingsgroepen. Hun optreden tegenover de Albanezen In Kossovo is ook beneden peil. In tegenstelling tot Slovenië en Kroatië, waar bij de verkiezingen een duidelijke politieke omwenteling heeft plaatsgevonden, zijn in Servië de communisten aan de macht gebleven.

Maar ook al met het oog op eventuele nieuwe bemiddelingspogingen van westerse landen is het van belang de Serviërs duidelijk te maken dat wij beslist oog hebben voor hun belangen. Bovendien is de etnische problematiek in Joegoslavië zo gecompliceerd (ook al omdat allerlei bevolkingsgroepen door elkaar wonen), dat we ons nog steeds af moeten vragen of opsplitsing van dat land in onafhankelijke staatjes wel zo gewenst is.

Het huidige optreden van de Servisch/Joegoslavische leiders loopt echter uit op een langdurige burgeroorlog of een wrede onderdrukking van alle niet-Servische bevolkingsgroepen. Dat is ook onaanvaardbaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.