+ Meer informatie

IN DE WERELD, NIET VAN DE WERELD

3 minuten leestijd

Dat de kerk zich heeft te wachten voor wereldgelijkvormigheid hoeft geen betoog. Na Romeinen 12:1 zal niemand iets anders durven beweren. Maar wat houdt dat woord precies in? Als de apostel Paulus het woord ‘wereldgelijkvormig’ gebruikt, stelt hij er ook iets tegenover: een ‘veranderd worden door de vernieuwing van ons denken’. Hij denkt dus niet aan een paar vuistregels, die je voor lange tijd kunt vastleggen, maar aan een voortdurende en zorgvuldige afstemming van ons denken en leven op wat de HERE vandaag met ons voor heeft en van ons vraagt.

We kunnen er dus niet omheen ons altijd weer terdege rekenschap te geven in wat voor een wereld we leven. Als ik me dan afvraag wat vandaag aan de orde is, dan denk ik met name aan de voortdurende druk die op ons wordt uitgeoefend om het leven in deze wereld ‘ten einde toe te gebruiken’. Dat is een uitdrukking die de apostel Paulus gebruikt, en die zeker vandaag nauwelijks enige toelichting behoeft. We moeten en zullen het onderste uit de kan van het leven hebben! ‘De zin van het leven is er uit te halen wat erin zit.’ ‘Gij zult genieten’ is het grote gebod, formuleerde ooit Simon Vinkenoog.

De reclames gaan er van uit dat we onderhuids voortdurend bezig zijn met de vraag of er zich ergens een nieuwe genotsprikkel aandient. Dat hele bombardement aan appèls om toch vooral te genieten laat nauwelijks iemand onberoerd. De verzekering dat het tijd wordt onszelf eens te verwennen vindt al gauw weerklank bij ons. Het leven is al druk en enerverend genoeg. Je mag echt wel eens even aan jezelf toekomen. En het mag ook wel een paar centen kosten.

Het spreekwoord zegt dat wie het onderste uit de kan wil hebben, gevaar loopt het lid op zijn neus te krijgen. Maar ook al is dat honderd keer waar, het zal mensen er niet toe brengen anders te gaan leven. Het stelt genieten als hoogste gebod niet fundamenteel ter discussie, en het biedt geen alternatief.

Het lijkt mij van levensbelang dat zó werkelijk en concreet over het evangelie gesproken wordt, dat jongeren in de kerk én mensen erbuiten begrijpen dat je niet steeds die nieuwe prikkel hoeft te hebben om te genieten. ‘Ik heb mijn God, dat is genoeg’, hoor ik in een j cantate uit de zeventiende eeuw. Dat is niet achterhaald, en ook geen uitdrukking van een wereldvreemd christendom. De nuchtere Prediker zegt dat je niets kunt genieten buiten de HERE om (2:25), en dat als iemand eet en drinkt en het goede geniet bij al zijn zwoegen, dat een gave van God is (3:13). Als de glans van Gods genade over ons leven ligt hoeven we niet meer uit het leven te halen dan wat erin zit. Als ik me niet vergis is één van de belangrijkste dingen waarin de vernieuwing van ons denken vandaag gestalte wil krijgen wel, dat we niet verbeten op zoek zijn naar nieuwe genotsprikkels, maar dat we ons kunnen verheugen over de ‘gewone’ dingen van het leven. Echt en helemaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.