+ Meer informatie

Aandacht voor rouwdragenden

4 minuten leestijd

„Toen het pas gebeurd was hebben we heel wat meeleven ondervonden. Maar nu het wat langer geleden is, komen er niet zoveel mensen meer. Ik denk wel eens, dat sommige mensen vinden, dat we nu wel zo ongeveer aan de nieuwe situatie gewend hadden moeten zijn".

Mensen die in een proces van rouwverwerking verkeren, ondervinden niet zelden deze of vergelijkbare gevoelens. Na de begrafenis begint het in de regel al snel minder te worden wat het meeleven betreft. Voor bijna iedereen lijkt het leven weer gewoon verder te gaan. Maar voor de rouwdragenden is dat nog maar niet zo vanzelfsprekend. Die kunnen niet zo maar weer overschakelen. Die hebben er nog steeds behoefte aan om nog eens te praten over wat ze kwijt zijn geraakt. Maar voor een gesprek daarover kun je bij verschillende mensen al gauw niet meer terecht. O ja, er zijn uitzonderingen! Gelukkig ontmoet je nog wel eens iemand die wel luisteren wil. Maar anderzijds is er toch vaak ook weer dat gevoel dat je volgens de mensen weer gewoon verder zou moeten. En die ervaring is toch wel pijnlijk en teleurstellend...

Extra gevoelig
Wat hiervan te zeggen? Om te beginnen moeten we natuurlijk in aanmerking nemen dat zij die rouw moeten verwerken vaak extra gevoelig zijn en zo ook op hun omgeving reageren. Door de komst van de dood (en in vele gevallen ook nog het aan de dood voorafgaande ernstige ziekbed) zijn de zenuwen erg gevoelig geworden en is het emotionele leven toch wat ontregeld geraakt. Dan is het begrijpelijk dat er soms ook wel wat erg gevoelig gereageerd wordt op een bepaald gedrag van medemensen. Het komt inderdaad voor dat mensen er echt niet meer zo goed raad op weten en daardoor wel eens wat onhandig of zelfs lomp reageren. Toen het sterven nog maar kort geleden had plaatsgevonden, stond voor iedereen voor een ogenblik het leven stil.
Toen was het niet zo moeilijk om echt mee te leven. Maar daarna gaat het leven inderdaad weer verder, met als gevolg dat de belangstelling wat afneemt. En als men dan iemand van de rouwenden ontmoet, is er bij sommige mensen inderdaad een stukje verlegenheid en misschien zelfs wel wat schaamte, omdat ze niet nog eens een bezoekje gebracht hebben. En wat doet een mens dan? Dan wordt geprobeerd het contact te vermijden en een gesprek te ontlopen. Tot op zekere hoogte is dat wel een verklaarbare reactie, maar voor rouwdragenden wordt het daar natuurlijk niet beter door. En de gedachte wordt in de hand gewerkt: Zie je wel, de mensen vinden dat ik maar weer gewoon moet doen. Ik moet er maar overheen komen.

Verlegenheid
Dat deze gedachte opkomt, is echter niet altijd terecht. Zo wordt het heus niet altijd bedoeld. Er is soms echt verlegenheid. Daar zal de rouwende toch rekening mee moeten houden, opdat hij niet onnodig extra pijn gevoelt. Anderzijds zou het toch ook wel goed zijn als we ons allemaal eens afvroegen hoe ons gedrag is als we met iemand in aanraking komen die nog niet zo lang geleden een ernstig, onherstelbaar verlies geleden heeft. Dat zullen we zeker moeten doen als we bij een christelijke gemeenschap behoren, waarin het woord van de Schrift gehoord en in praktijk gebracht wil worden: Als één lid lijdt, lijden alle leden mede. We zullen ons steeds weer moeten realiseren dat niemand voor zichzelf leeft. We zijn op de wereld geplaatst onder andere ook met de bedoeling dat we zorg voor elkaar zouden hebben. En dat geldt des te meer als we de christen-naam dragen.

Onszelf wegcijferen
'Maar ik weet niet wat ik zeggen moet. Als ik met verdriet in aanraking kom, sla ik helemaal dicht en kan ik geen woord meer uitbrengen. Ik weet me echt geen houding te geven.' U kunt gelijk hebben, maar we kunnen ook wel eens erg snel achter zulke redeneringen wegschuilen. Hebben we onszelf er wel echt voor over? Meeleven en meelijden is ook een zaak van onszelf wegcijferen. Een ogenblik onszelf vergeten en alleen aan die ander denken, die het zo moeilijk heeft. Willen we dat? Dan vinden we ook wel mogelijkheden om dat tot uitdrukking te brengen. En al weten we dan niet zoveel te zeggen, een handdruk kan ook al welsprekend zijn. In ieder geval maken we door onachtzaamheid het verdriet dan niet groter.
Ja maar, echte troost en hulp moet toch van God komen? Ongetwijfeld! Maar God werkt menigmaal door middel van mensen. Van betekenis is bijvoorbeeld het woord dat Paulus ergens schrijft: „Doch God, die de nederigen vertroost, heeft ons getroost door de komst van Titus" (2 Cor. 7:6). En wie zal zeggen of God u misschien ook niet eens als een 'Titus' wil gebruiken?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.