+ Meer informatie

ONZE LANDELIJKE AMBTSDRAGERSCONFERENTIES

7 minuten leestijd

Twee keer per jaar, in het voor- en in het najaar, worden in onze kerken sinds jaar en dag, in Amersfoort landelijke ambtsdragersconferenties gehouden. In jaren, waarin de generale synode van onze kerken bijeenkomt, wordt met één conferentie in het voor-jaar volstaan.

In de zeventiger en tachtiger jaren is de toeloop naar deze conferenties bijzonder groot geweest. Sommige thema’s en inleiders genoten zeer grote belangstelling. Er zijn conferenties geweest waarbij de Ichthuskerk de belangstellenden maar nauwelijks kon bergen. Te denken valt aan de conferentie met het thema “De positie van de vrouw in de kerk”. Overvol was de kerk ook toen de bezinning zich richtte op de vraag wat onder “Rechte prediking” moet worden verstaan, waarbij gekozen was voor twee inleiders, van wie vanuit hun verscheidenheid in denken en doen op dit punt mocht worden verondersteld dat zij bepaald geen eenduidige visie ten beste zouden geven. Hetzelfde was het geval toen het ging over de zo noodzakelijke “eenheid in de verscheidenheid”, die onze kerken kenmerkt. Er zouden meer voorbeelden te geven zijn. Vooral thema’s met een min of meer controversiële lading garandeerden een voile kerk. Maar ook bij onderwerpen die heel direct met de toerusting van de ambtsdragers in de praktijk te maken hadden, was de toeloop naar Amersfoort doorééngenomen groot. De verklaring hiervan lag in een aantal omstandigheden die voor die période kenmerkend waren. Generaal gesproken was in die tijd de betrokkenheid bij het landelijk en plaatselijk kerkelijk leven onder ambtsdragers groot. De behoefte aan toerusting tot het ambt, niet alleen door zelfwerkzaamheid door persoonlijke studie maar ook door uitwisseling van ervaring met anderen, leefde bij velen sterk. De persoonlijke ontmoeting met breeders uit de volle breedte van de kerken werd als een plezierig iets en soms als een stukje beoefening van de gemeenschap der heiligen ervaren. Meer dan één beroep is in die zeventiger en tachtiger jaren tot stand gekomen, doordat de aandacht van aanwezige ambtsdragers uit vacante gemeenten op eveneens ter conferentie aanwezige predikanten werd gevestigd. Het comité dat deze conferenties organiseert, heeft de uitspraak altijd voor zichzelf gehouden, maar een inmiddels geëmeriteerde hoogleraar van onze universiteit in Apeldoorn heeft op de grens van de zeventiger en tachtiger jaren eens de opmerking gemaakt, dat de landelijke ambtsdragersconferenties eigenlijk nog het enige platform waren waarop de broeders van uiteenlopende geestelijke structuur en signatuur binnen onze kerken elkaar in vrede en openheid konden ontmoeten en met elkaar in gesprek waren. Ik denk dat de Stelling, dat hiervan zeker iets waar was, niet pretentieus is.

Teruglopende belangstelling

De laatste vijf jaar is de belangstelling voor de landelijke conferentie wat minder geworden. Van zo’n 400 per conferentie naar 250 is een behoorlijke terugval. Daarvoor zijn verklaringen te geven.

1. De generatie van trouwe bezoekers als hiervoren beschreven, wordt snel kleiner. Velen zijn ons door de dood ontvallen; ziekte en ouderdom waren en zijn er oorzaak van dat men het bijzondere ambt in de kerken niet meer waarneemt;

2. het gejaagde levenstempo, de noodzaak om de vrije tijd als een kostbaar iets voor het gezin en andere sociale contacten aan te wenden, weerhoudt veel jongere ambtsdragers ervan om twee vrije zaterdagen te reserveren voor een hele dag confereren in Amersfoort;

3. de noodzaak om zich door persoonlijke Studie en door gedachtenwisseling met collega-ambtsdragers in breder verband toe te rusten tot de ambtsuitoefening, wordt - uitzonderingen daargelaten - niet meer zo gezien;

4. de tijd waarin bijna iedereen iedereen kende en ook wilde leren kennen en in de landelijke conferenties daartoe een goede gelegenheid zag, is voorbij; mij viel in de twee laatste conferenties op dat er weinig van onderlinge herkenning sprake was;

5. de nog altijd enigszins traditionele opzet van de conferenties (referaat met aansluitende plenaire discussie) wordt door sommigen als niet meer van deze tijd ervaren;

6. binnen de Kring van Bewaar het Pand is men ertoe overgegaan eigen conferenties voor ambtsdragers te beieggen, een ontwikkeling waarop in het verdere van dit artikel nader wordt teruggekomen.

In zijn laatste vergadering heeft het comité zich met deze ontwikkelingen uitvoerig beziggehouden. Daarbij kwam vast te staan dat op bepaalde oorzaken van de teruggelopen belangstelling weinig of geen invloed uit te oefenen is. De wegvallende generatie van trouwe en zeer betrokken bezoekers is gewoon een gegeven. De instelling van veel jonge ambtsdragers (behoefte aan ontspanning bij een erg inspannende levenstempo, prioriteit aan het gezin, verminderd of in het geheel niet aanwezig besef van studienoodzaak) is niet gemakkelijk om te buigen. Men kan er alleen met nadruk op wijzen dat juist in onze tijd voor hen, die in de kerk pastorale en diaconale leiding mogen geven, dringend nodig is dat zij zich kennis van de geloofsleer, inzicht in Schrift en confessie, kennis ook van kerkhistorie en geestelijke bewegingen van deze tijd eigen maken. En dat er in de uitoefening van het ambt elementen zitten, waarbij uitwisseling van gedachten en ervaringen in breder verband heel nuttig kan zijn. En daartoe bedoelen de landelijke, zowel als de regionale ambtsdragersconferenties bij te dragen. Ook in de toekomst. Waarbij dan opzet, themakeuze en het aantrekken van inleiders zo zullen moeten zijn - evenals in het verleden - dat voor de ambtsdragers van onze kerken de gang naar Amersfoort in het vóór- en najaar als een goede investering van tijd en energie wordt ervaren. Moge op alles Gods zegen rusten.

Alternatieve conferenties?

Intussen werden binnen de kring van Bewaar het Pand twee landelijke ambtsdragers-conferenties belegd. Nà de aankondiging van de eerste conferentie en vóórdat de tweede werd gehouden, heeft het comité van de reguliere landelijke conferenties contact gehad met de commissie uit Bewaar het Pand, die voor de regeling van de conferenties binnen eigen kring verantwoordelijk is. Is hier sprake van alternatieve conferenties, van institutionering van een platform voor de toerusting van ambtsdragers binnen eigen kring, zoals binnen onze kerken ook al sprake is van twee jeugdorganisaties? Officieel wil men die naam er niet aan geven. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het praktisch wel zo is. Het initiatief ertoe is geboren uit een zekere onrust onder kerkeraden binnen eigen kring. Men wilde in bepaalde verbanden zelf iets gaan opzetten en binnen Bewaar het Pand heeft men toen gemeend dat streven wat te moeten kanaliseren en sturen. En zo is het gekomen tot wat zich nu heeft ontwikkeld. De bereidheid van het comité van de reguliere conferenties om te spreken over een grotere participate van Bewaar het Pand in het conferentiewerk bood geen opening naar het bewaren van eenheid op dit punt. Wat is namelijk de werkelijkheid? Binnen de kring van Bewaar het Pand voelt men zich generaal gesproken aan wat in Amersfoort wordt gedaan, gezegd en beleefd, niet verwant. Men krijgt de broeders er (als er al toe wordt aangezet) niet dan met grote moeite heen. De thema’s zijn soms best goed, sprekers kunnen boeiend zijn, er werden soms dingen gezegd waarin men zich geestelijk herkent, maar die goede indrukken worden weer tenietgedaan door de algehele opzet van de conferenties (b.v. het zingen van psalmen om en om uit de oude en nieuwe berijming, het lezen van de Heilige Schrift in de nieuwe vertaling en het zingen van een enkel gezang). Men voelt zich aan de sfeer van de conferenties op deze wijze niet verwant. Dat is de werkelijkheid, zo werd gesteld. En als er dan binnen de Kring van Bewaar het Pand toch ook behoefte bestaat aan bezinning op de taak en de persoon van de ambtsdrager, met een voorkeur voor thema’s die het praktisch-geesteiijke leven raken, dan is een initiatief als waarvan nu binnen eigen kring sprake is, onontkoombaar.

Het gesprek over deze dingen, dat overigens in een zeer broederlijke sfeer is gevoerd, is wat het landelijk comité betreff, geëindigd met de opmerking dat de reguliere conferenties voor de breeders uit de kring van Bewaar het Pand uiteraard toegankelijk blijven en dat er binnen het comité bezinning zal zijn op de vraag welke mogelijkheden en wenselijkheden er zijn om die toegankelijkheid voor de breeders aantrekkelijker te maken. Zonder daarmee weer anderen te vervreemden. Het is soms moeilijk, om niet te zeggen zeer moeilijk, om met de geestelijke diversiteit binnen onze kerken op even-wichtige manier om te gaan. Geve de Here die kerk door zijn Geest in alles leiding.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.