+ Meer informatie

ATTENTIE DE KRING DER ANTIEKEN

5 minuten leestijd

Antiek noemt men iets, dat zo ongeveer honderd jaar oud is. Dit antieke moet daarom steeds vervangen worden door het nieuwe, door het moderne.

Hoever deze moderne vervanging gaat, kunt u gewaar worden in het beleven van deze tijd. Alles moet gemoderniseerd worden tot in de kleinste dingen toe. Vaststaande normen zijn er niet meer. Beleefdheidsmanieren worden niet meer geacht. Gezagsonderwerping wordt uit de mode geacht. Naar Gods wet gerichte zeden worden als ouderwetse preutsheid beschouwd. In zedenverwildering en immoraliteit leeft men zich uit, en dat alles wordt dan gestimuleerd door lektuur en televisie, zodat menigeen zich terecht afvraagt: waar moet het in de toekomst heen met onze kinderen, met land en volk, met kerk en school?

Dit moderniseringsproces zet zich voort ook in de kerk.

Kerkgebouwen van de oude stijl zijn er niet meer, althans ze worden niet meer gebouwd. Wij hebben daarvoor in de plaats gekregen kerkgebouwen, die meer op eenbioskoop dan op een kerk gelijken. Kerkgebouwen met een dans- en toneelzaal zijn heus niet sporadisch meer.

En zo zet het moderniseringsproces zich ook voort in de kerk.

Nieuwe vertaling, nieuwe berijming, nieuwe psalmwijzen, nieuwe liturgieën, nieuwe preekwijze, ga zo maar voort, ge komt tot in het oneindige toe.

Temidden van al die modernisering staat nu het antieke, het eeuwig blijvende onveranderlijke Woord van God! Luther zong er reeds van: Gods Woord houdt stand in eeuwigheid, en zal geen duimbreed wijken. „Dat Woord zult ge laten staan”.

Zo ooit, dan is vooral in onze tijd, waarin alles gemoderniseerd schijnt te moeten worden, het gebed der kerk wel nodig: O Heere, verstoor de werken des duivels, en alle heerschappij welke zich tegen U verheft, mitsgaders alle boze raadslagen, die tegen Uw heilig Woord bedacht worden.

Hoe listig, hoe schijnbaar onschuldig kunnen die boze raadslagen tegen Gods heilig Woord vaak zijn. Dat begon al in het paradijs, toen de duivel het Woord Gods in twijfel trok: „Is het ook dat God gezegd heeft?” Dat is zo doorgegaan tot op deze tijd toe, ja tot in het hart van Gods kinderen toe. Meer dan ooit hebben wij in onze tijd, met zijn zoveel verleidende geesten, die bedektelijk allerlei ketterijen proberen in te voeren, te letten op het woord der Schrift: „en hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik u allen: Waakt! „Het is al later dan u denkt”, zo heeft eens iemand gezegd. Wij zouden in dit verband kunnen zeggen: wij zijn al verder van het Schriftgezag af dan u denkt. Vaststaande begrippen worden door woordverandering van hun wezenlijke inhoud ontmanteld, of men spreekt de woorden van de zaken, maar men loochent de zaken van de woorden. Men onderschrijft de belijdenis: „Alle deze boeken alleen ontvangen wij voor heilig en kanoniek, om ons geloof daarnaar te reguleren, daarop te gronden en daarmede te bevestigen. En wij geloven zonder enige twijfel al wat daarin begrepen is”. Maar intussen gaat men voort om historische waarheden zo disputabel te stellen, dat menigeen zich afvraagt: en wat is nu waarheid?

Gelooft men in de eenvoudigheid, maar ook in de majesteitelijkheid van het scheppingsverhaal, van het spreken der slang, gelooft men in de „zintuigelijk waarneembare werkelijkheid” van Gen. 2 en 3, dan wordt men al spoedig voor antiek aangezien. De z.g.n. hogere wetenschap zal het wel anders zeggen, en dit wordt onze jongeren dan ook wel doorgegeven op de hogere scholen, zodat ook de jongeren zich gaan afvragen: wat is nu waarheid? Waar gaan wij heen?

Zou het dan niet wenselijk zijn ons maar te blijven scharen in de kring der antieken? Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde. En door het geloof verstaan wij, dat de wereld door Gods hand is toebereid.

Is het geloof dan geen vaste grond der dingen die men hoopt en een bewijs der zaken die men niet ziet, en ook niet met het verstand verstaat?

Laten wij verder niet vergeten wat onze overleden Prof. Wisse eens schreef: „Zie, een aktie tot handhaving van het geloof in Gods Woord is kostelijk, doch dan moet ook evenzeer, onverminderd, daarmede gepaard gaan een streng vasthouden, onafwijsbaar, aandereali teiten van de daden Gods in ons, aan hun noodzakelijkheid en onveranderlijkheid. Streng in het vasthouden aan de feitelijkheid der historische feiten, aan hun zó - werkelijk gebeurd zijn, Maar dan eveneens een onveranderd blijven bij de oude lijn van het inwendige werk Gods in ons, van de orde des heils. Met andere woorden geen vermindering van de eis in het aanvaarden van wat Gods Woord ons leert inzake vroeger gebeurde dingen, maar eveneens dan ook handhaving van wat dat Woord ons leert aangaande de manier, hoe God een zondaar zalig maakt. In het stuk van de bekering, enz. enz. blijve men nu evenzeer „antiek” in zijn opvatting. Anders speelt men de neo-beweging juist in de kaart. Die neo-beweging vindt anders een vette voederbodem in zulk een toestand, als namelijk wel zou worden aangedrongen op streng geloven aan en in de Schrift, maar als inmiddels wat „gekend” moet worden om getroost te leven en zalig te sterven, werd verslapt”. „God beware er ons voor — zo lezen wij verder — dat we een groot, breed, goed-zijn-tijd-verstaand, en op-de-hoogte levend christendom zouden hebben, maar hetwelk inmiddels van de drie stukken van zondag 1, door God geleerd, en alzo bevindelijk beleefd — geen verstand meer zou hebben. Beter tien zulke kinderen Gods, die deze levens- en stervenskunst deelachtig zijn geworden, dan de halve wereld roepend, zingend: wij zijn christenen, wij zijn calvinisten, ze zullen ons niet hebben, enz. enz., en als inmiddels de kracht der godzaligheid eens werd gemist”.

Staan wij dan naar zulk een plaats in de kring der antieken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.