+ Meer informatie

OMGAAN MET KRITIEK

5 minuten leestijd

Welke ambtsdrager of welke kerkenraad krijgt er niet met kritiek te maken? Van simpele opmerkingen, zoals de dominee houdt te lang aan, tot het verwijt onschriftuurlijk te handelen; veel komt er op de ambtsdragers af. Het valt vaak niet mee om een juiste houding te bepalen. Een aantal reacties is denkbaar: zwijgen, boos worden, instemming betuigen of er tegen in gaan. De aard van de kritiek zal natuurlijk voor een groot gedeelte de reactie moeten bepalen, toch kan een aantal algemene overwegingen van nut zijn.

1. Neem kritiek serieus

Het gemeentelid heeft altijd een bepaalde reden voor zijn opmerkingen. In eerste instantie mag kritiek worden opgevat als teken van betrokkenheid. Immers de leden die het allemaal wel best vinden zijn doorgaans niet de meest meelevenden. Onze leden hebben allemaal hun eigen geschiedenis, hun eigen voorkeur en frustraties. Het is dan ook zaak om goed te weten wie de kritiek levert. Bereid een gesprek dan ook voor, zeker als het om een huisbezoek gaat. Vraag naar de reden; wellicht is er sprake van een misverstand of van onwetendheid. Vaker is er sprake van angst: probeer te begrijpen wat er achter steekt. Het kan bevrijdend werken om begrip te tonen voor de motieven. Stap er dus niet overheen, ook niet als het gaat om, in eigen ogen, onbenulligheden. Kritiek kan onterecht zijn, maar ook terecht. Wees bescheiden en word vooral niet kwaad, dat leidt tot niets. Dit klemt temeer als het eigen functioneren ter discussie staat. Probeer niet op punten te winnen, maar bied een luisterend oor.

2. Niet afvallen

Het gevaar is niet denkbeeldig dat het onderwerp van kritiek ook binnen een kerkenraad al eens aan de orde is geweest. Is er een standpunt ingenomen dan is het verstandig dit beleid niet ter discussie te stellen, ook niet als er binnen de raad verdeeldheid over bestaat of bestond. Nog gevaarlijker is het om tegenover een gemeentelid het beleid eveneens te gaan bekritiseren. Dit zal het gezag van de raad niet ten goede komen. Toch kan het nuttig zijn om te bekennen dat sommige punten persoonlijk ook tot moeite hebben geleid, maar dat u zich als ambtsdrager uiteindelijk van harte hebt geschaard achter het beleid om wille van de roeping die er is om de gemeente des Heren in eendrachtigheid te leiden.

Het behoeft geen betoog dat verdeeldheid tussen twee ambtsbroeders tijdens een huisbezoek ook voorkomen dient te worden.

3. Doe er wat mee

Als kritiek het ene oor in en het andere uit gaat, dan leidt dit tot onbegrip en zelfs wel eens agressie. Sommige kritiek kan ter plaatse worden opgelost, andere zal nadere bespreking vergen in breder verband. Zeg dit alleen toe als het ook daadwerkelijk zal gebeuren en rapporteer dit dan ook later terug. Een kerkenraad kan zijn voordeel doen met opbouwende kritiek en kan na signalen uit de gemeente zijn beleid wijzigen of bijstellen. Ook een kerkenraad kan zijn blinde vlekken hebben. In dit verband kan het nut van kerkvisitatie benadrukt worden: het biedt gelegenheid om eigen beleid onder kritiek te stellen van ervaren broeders.

Ingewikkelder wordt het als eigen functioneren ter discussie staat. Meestal zal dit niet direct ter sprake worden gebracht, maar bereikt het de predikant, ouderling of diaken via een omweg. Ook deze kritiek zal besproken moeten worden, hoe pijnlijk soms ook. Immers, in de reformatorische traditie kennen we geen onfeilbaarheid bij mensen, ook niet bij goedwillende, Godvrezende ambtsdragers. Eventueel kan een andere ambtsbroeder, die vertrouwen bij beide partijen geniet, een bemiddelende of corrigerende rol vervullen.

4. Er zijn grenzen

Helaas leert de ervaring dat sommige kritiek dermate afbrekend is, dat een vermaning op zijn plaats is. Zo zijn er leden die niet alleen tegenover ambtsdragers, maar ook bij mede-leden hun kritiek spuien. Soms gebeurt dit in het openbaar, soms in het geheim. Om wille van de gemeente en daarmee om wille van de Koning der Kerk zal er dan ingegrepen moeten worden. Het betreft dan bijvoorbeeld verspreiding van roddels of het genadeloos beoordelen van personen. Ook kan het gaan om het verspreiden van meningen die in strijd zijn met Schrift en belijdenis;, hiermee wordt dan een ‘kritische’ grens overschreden. In eerste instantie zal ook hier het liefdevolle gesprek met elkaar moeten worden gezocht, ook om een duidelijk beeld te krijgen. De bijbel geeft ook richtlijnen hiervoor (Matth. 18:15-17). Als, na verslag en bespreking in breder verband, de situatie helder is, zal de raad zijn verantwoordelijkheid niet mogen ontlopen.

Af en toe zijn er leden die altijd en overal kritiek op hebben. Zou de raad A besloten hebben, dan zijn zij voor B; zou de raad nu juist B willen, dan voelen zij voor A. Wellicht betreft het hier een persoonlijkheidsstoornis: het is misschien mogelijk om bij deze leden (ik schreef bijna patiënten) niet al te diep op de kritiek in te gaan: het leidt tot niets. Als deze leden verder ‘ongevaarlijk’ zijn, dan is het soms te verkiezen de zaak maar op zijn beloop te laten.

Besluit

Bewust is afgezien van het catalogiseren van allerlei voorbeelden van kritiek en van de vraag hoe in concrete gevallen te handelen.

Als ambtsdragers mogen we ons geroepen weten door de Koning der Kerk. Wij hoeven niet op eigen kracht de gemeente te dienen en te leiden. Ook het omgaan met kritiek mag alleen geschieden met de wijsheid die van Boven is.

Drs. F. Visscher is als neuroloog verbonden aan het Goese ziekenhuis; hij is ouderling van de Christelijke Gereformeerde Kerk te Goes.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.