+ Meer informatie

Vooruitzichten landen tuinbouw somher

2 minuten leestijd

Voor akkerbouw, veehouderij en gemengd bedrijf heeft het Landbouw-Economisch Instituut berekend, welk negatief effect op het arbeidsinkomen per ondernemer in 1974/'75 verwacht mag worden (ten opzichte van het inkomen 1973/'74) als gevolg van wijzigingen in prijzen van kostenfactoren en produkten en van de produktiviteitsontwikkeling.

Het zijn schattingen met een grote onzekerheidsmarge, waarschuwt minister Van der Stee, omdat van het jaar 1974/'75 nog maar 20 weinig maanden verstreken lijn.

De geschatte negatieve effecten op grotere akkerbouwbedrijven zijn: noordelijk zeekleigebied (50 ha) - ƒ 7.500. Droogmakerijen en IJsselmeerpolders (35 ha) - ƒ 6.000. Zuidwestelijk zeekleigebied (40 ha) - ƒ 7.000. Veenkoloniën (37 ha) ƒ 3.000. Bij de weidebedrijven: noordelijk klei- en veenweidegebied (28 ha) - ƒ 2.000. Westelijk weidegebied (29 ha) - ƒ 4.000. Grotere bedrijven op zandgrond (23 ha) - ƒ 3.000. Kleinere bedrijven in weide- en zandgebieden (12 ha) - ƒ 3.000.

Bij de gemengde bedrijven in zandgebeiden ligt het, nog ongunstiger. Bij bedrijven met overwegend melkvee en daarnaast veredeling: de grotere (20 ha) ƒ 18000, de kleinere (12 ha) ƒ 10.000. Bij bedrijven met overwegend veredeling en daarnaast melkvee of akkerbouw: de grotere (9 ha) - ƒ 39.000, de kleinere (8 ha) - ƒ 18.000.

Men kan die getallen niet simpelweg van het inkomen van 1973/ '74 aftrekken om het inkomen 1974/'75 te krijgen. Het inkomen 1973/'74 hield namelijk verband met de specifieke omstandigheden van dat jaar. In de landbouw — zonder tuinbouw — is het inkomen in procenten van de factorkosten (arbeid, grond, kapitaal) eerst opgelopen van 72 in het zeer ongunstige jaar 1970/'71 (het jaar van de „mars naar Brussel") tot 88 in 1971/'72 en 105 in 1972/73. In 1973/ '74 viel het terug tot 88 en bij het uitblijven van maatregelen kan in 1974/'75 een verdere terugval worden verwacht, waarbij zelfs niet uitgesloten is dat het uitzonderlijk lage niveau van 1970/'71 weer wordt benaderd.

Het Landbouw-Economisch Instituut verwacht voor 1974/'75 voor de totale landbouw exclusief tuinbouw een kostenstijging van 5,5 procent. Sectorsgewijze is het: akkerbouw 10, melkveehouderij 7,5, veredeling 1,5. Het gaat om nettokostenstijgingen in alle sectoren. Het LEI is uitgegaan van een loonkostenstijging van 15 procent en de veronderstelling^ dat de gemiddelde veevoederprijzen zich op het zeer hoge niveau van l973/'74 zullen handhaven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.