+ Meer informatie

Massamedia en ambtelijke zorg II

12 minuten leestijd

De eerste aflevering sloot ik af met de vraag of wij wel over voldoende kritisch vermogen beschikken om bij alles wat via de massamedia op ons afkomt, duidelijk te onderscheiden en evenwichtig te oordelen. Dat geldt wel zeer in het bijzonder wanneer het om zaken van geloof en leven gaat. Wanneer één ding vaststaat dan is het wel dit dat de publiciteitsmedia onder christenen in de afgelopen jaren oneindig veel twijfel hebben gezaaid.

Onze ouders leefden in een gesloten wereld. Hun contacten strekten zich in de regel niet veel verder uit dan de familie en enige kennissen uit de onmiddellijke omgeving. Hun informatiebron was een krant, die zij vanuit hun geloofsopvattingen en politieke overtuiging zorgvuldig hadden uitgekozen. De informatie die zij kregen en het commentaar waarvan die informatie vergezeld ging, waren zo zorgvuldig gefilterd dat van een bedreiging van hun zekerheden nauwelijks sprake was. Dingen die een bedreiging zouden kunnen vormen, werden trouwens in de regel zorgvuldig vermeden. Geestelijke, godsdienstige zekerheden gingen vrij gemakkelijk van ouders op kinderen over en stonden nauwelijks onder bedreiging. Binnen de kring waarin men zich bewoog golden zij als absolute waarheid en wat van buiten af een aanval deed, ontmoette van binnen uit de weerstand van een hecht gesloten blok. Binnen dat blok stonden alle zekerheden recht overeind. En wat omviel werd in de prediking van de kerk, op de catechisatie-les of in de discussies op de mannenvereniging wel weer overeind geholpen.

Open wereld.

In een snelle ontwikkeling zijn wij, die misschien nog enigermate de sfeer van een besloten en omheinde leefwereld hebben ervaren, met onze kinderen terecht gekomen in een volkomen open wereld. Via radio en krant en niet in het minst door een simpele druk op de knop van ons televisie-toestel, staan we onmiddellijk in verbinding met landen, volken, culturen en godsdiensten, waarvan we het bestaan vroeger misschien niet eens vermoedden. Voortdurend dringen zich via de moderne massamedia mensen met andere levensbeschouwingen aan ons op. Andere godsdiensten presenteren zich. De wijze waarop dat gebeurt, is veelal zodanig dat de christen er toe wordt gedwongen over eigen levensbeschouwing en over het christelijk geloof minder absoluut te denken en ruimte te geven aan de gedachte dat ook andere levensvisies waardevol kunnen zijn en dat andere godsdiensten even zo vele wegen zijn waarlangs men uiteindelijk bij God uitkomt.

Nemen we eens al die tv-uitzendingen op godsdienstig gebied, waarbij de betrouwbaarheid van de bijbelse informatie ter discussie staat. Wie bijvoorbeeld de KRO-serie ”graven in bijbelse bodem” heeft gevolgd, heeft heel wat interessante kennis opgedaan, maar er kwamen wel gegevens naar voren die een correctie vormden op bepaalde informatics die de bijbel verstrekt. Ik denk ook aan de NOS-serie ”de christenen”, die eerder op zondagen werd uitgezonden en die men nu door de week op het scherm brengt om zodoende een groter aantal kijkers te bereiken. Ook in deze serie wordt boeiende informatie gegeven, maar de eerste uitzending begon wel met de historiciteit van de centrale figuur van het Christendom, Jezus Christus, in het midden te laten, terwijl de kanttekeningen van de samensteller van deze serie bepaald niet altijd parallel lopen met de orthodoxe voorstelling van zaken die christelijke kijkers van huis uit meekregen. Een ander voorbeeld zijn de vele natuurwetenschappelijke uitzendingen via radio en televisie, waarbij het ontstaan van het Universum en alle ontwikkelingen en verschijnselen op dit ondermaanse en in de ruimte zo worden verklaard, dat Gods hand erin niet meer waarneembaar is en waarbij geen ruimte meer is voor de gedachte dat in bepaalde gebeurtenissen een oordeel van Godswege gelegen zou kunnen zijn. Hiermee hangt dan onmiddellijk samen de vraag naar de waarde van het gebed van Gods kerk, waarvan we altijd hebben willen geloven dat het van invloed kan zijn op de wijze waarop God aan de ontwikkelingen op onze planeet richting geeft. Ik heb dan nog niet genoemd wat via de publiciteitsmedia op ons afkomt aan informatie over het menselijk kennen en kunnen op medisch gebied. Er blijft natuurlijk wel het besef dat we ons nooit helemaal van onze afhankelijkheid zullen kunnen ontdoen, maar voor veel christenen wringt het toch erg op het punt van Gods voorzienigheid en het menselijk vermogen om heel veel in eigen hand te nemen.

Onverwerkte twijfel.

Te wijzen is ook op de vele discussies op politiek en ethisch gebied. Ook die zaaien vaak twijfel en laten de kijker dikwijls met veel onduidelijkheid achter. Veel discussies komen niet uit boven het niveau van het verbale steekspel, waarbij de kijker uit de hem aangereikte gedachten zelf maar een conclusie moet trekken. Enerzijds zit daar natuurlijk iets positiefs in. Het noopt tot zelfstandig mee- en nadenken. Anderzijds kan het twijfels oproepen die de mens stuurloos kunnen maken. Televisie, radio en krant — de televisie niet het minst — zijn de instrumenten waardoor het denken en handelen van mensen sterk worden beinvloed, sterker dan wij ons waarschijnlijk bewust zijn. De grote vraag is of de mens van vandaag zoveel kritische zin heeft weten op te bouwen dat hij tegenover alles wat aan nieuwe inzichten en opvattingen op hem af komt een verantwoorde houding kan aannemen. Voor christenen is die vraag al erg klemmend. Het komt niet bij iedereen even sterk aan de oppervlakte maar ik heb de indruk dat er heel wat christenen, zeker jongeren, zijn die over veel dat via de massamedia op hen afkomt met onverwerkte twijfels rondlopen. Het wordt niet altijd zo duidelijk uitgesproken, maar de discrepantie tussen de orthodoxe opvattingen rond zaken van geloof en leven en de nieuwe inzichten die ons in een overrompelende hoeveelheid en snelheid worden voorgezet, knaagt bij velen aan het geloof en werkt belemmerend voor de ontwikkeling van een blij geestelijk leven.

Natuurlijk mag men hier niet alles op rekening van de hedendaagse massamedia zetten. Wat er op Scholen op onze kinderen inwerkt en wat er in de dagelijkse ontmoeting met mensen op ons afkomt, is ook niet gering, maar het valt niet te ontkennen dat vooral het massamedium televisie het leven van velen sterk beheerst. Iedereen ziet, hoort en spreekt over hetzelfde en het dwingt ons tot een houding en soms tot een verantwoording. Christenen geraken daarbij niet zelden in een situatie van verlegenheid. Oude antwoorden op vragen van vandaag blijken niet altijd afdoende te zijn. Voor het slaan van een brug tussen oude en nieuwe inzichten ontbreken veelal de materialen. Dat schept een situatie van onzekerheid; dat maakt dat veel christenen zich met hun geloof wat zweverig voelen. Als we vandaag klagen over teruggang en afval, als het moeite kost jongeren erbij te houden en voor de dienst van God te enthousiasmeren, dan mogen we als kerk en als ambtsdragers wel eens bedenken dat achter wat op het oog onverschilligheid lijkt, ten diepste twijfel verborgen kan gaan, die bij niet weinigen gewekt is en gevoed wordt door wat via de massamedia aan nieuwe inzichten onze huizen binnenkomt. Dat maakt het voor de kerk nodig om op deze ontwikkeling pastoraal in te spelen met een catechetisch onderwijks dat de twijfels onderkent en er adekwaat op reageert. Dat maakt het gewenst op het huisbezoek de ouders aan te zetten en aan te moedigen met de kinderen datgene wat via de publiciteitsmedia op ons afkomt, tot gespreksthema te maken en er vanuit de opvattingen van ons christelijk geloof over door te denken. Wat we godsdienstig, politiek, sociaal en cultureel zien, horen of lezen vraagt om door een goed gesprek te worden verwerkt. Onverwerkt kan het negatief op ons leven inwerken en in het ergste geval een proces van losweking van het geloof in beweging zetten.

Goedkope ontspanning.

Tot besluit wil ik graag nog iets opmerken over de ontspanning die de massamedia, met name de televisie, ons biedt. Reeds in het eerste artikel heb ik als mijn indruk laten doorschemeren dat ten aanzien van ontspanningsprogramma’s het kijkgedrag in christelijke gezinnen in het algemeen niet anders is dat in niet-christelijke gezinnen. Dat is te betreuren en het is een feit dat we vanuit de optiek van onze ambtelijke zorg voor de gemeente eveneens onder ogen hebben te zien.

Wanneer ik stel dat in ons land - en ook daarbuiten - de televisie op het vlak van de ontspanningsprogramma’s bij de meeste omroepen niet boven het niveau van de goedkope pretfabriek uitkomt, dan kan dat niet als een opmerking van een of andere godsdienstige zuurpruim worden afgedaan. Ik heb bij deze Stelling namelijk bijval van onverdachte hoek. Geregelde kijkers zullen zich misschien herinneren dat ter gelegenheid van het feit dat de televisie 25 jaar bestond de NOS met vier programma’s op het scherm kwam onder de titel ”een dure grap”. De bedoeling van deze serie was aan te tonen dat de televisie eigenlijk niets meer en niets minder dan de functie van pretfabriek vervult. Het volk vraagt vermaakt te worden en het aanbod is afgestemd op die vraag. Schertsend wordt wel gesproken van de lolliefunctie die het medium televisie heeft. Wie het boek van de Amerikaanse publiciteitsdeskundige Marshall Mc. Luhan ”Mens en Media” leest (geen gemakkelijk boek overigens), die ontdekt dat deze schrijver, wiens boek als hoogst interessant in vele talen in gedrukt, de gemiddelde kijker als een puur passieve ontvanger ziet. Veel marktonderzoekers, vooral in Amerika, zijn bij hun ver ken -ningen tot geen andere conclusie gekomen. Het portret van de brede massa vertoonde het beeld van een tamelijk passieve en weinig energieke mens. De Amerikaanse communicatie-deskundige Douglas Davis heeft het al erg kras uitgedrukt. Hij typeerde de massamedia als een geesteloze zombie (zoutzak), verslaafd aan zijn televisie-toestel. De Engelsman John Birt, die de leiding heeft bij London Weekend Television, ziet het publiek waarvoor hij werkt, als niet al te clever, ietwat kinderlijk, nauwelijks tot meer in staat dan giechelen om rare woorden en lachen om de man die met zijn broek op zijn enkels betrapt wordt. Ontdaan van overdrijving blijft er in deze typering toch wel een kern van waarheid over. Een bevestiging van deze identificatie van de massa op wereldschaal mag misschien worden gezien in het feit dat veel ontspanningsprogramma‘s van de televisie qua inhoud en opzet internationaal op elkaar lijken en voor wat bepaalde filmseries betreff precies dezelfde zijn. Denkt U maar eens aan series als Kojak, Charlie’s Angels, spel zonder grenzen en dergelijke. De televisie als massamedium is er kennelijk in geslaag wereldwijd de ontspanningsbehoeften van de gemiddelde mens op het spoor te komen. Aan die behoeften wordt voldaan op een wijze, waarbij grenzen van werelddelen, culturen, milieus en leeftijden niet meer belangrijk zijn. Het is een kwestie van inspelen op dat wat voor de gemiddelde mens karakteristiek is: het verlangen op aangename wijze te worden beziggehouden en de zucht naar sensatie. Op het terrein van de massamedia worden de resultaten van en de gevolgtrekkingen uit enquêtes onder lezers, hoorders en kijkers uitsluitend bepaald door wat de massa, het brede publiek, de consument en de kijker (in deze termen worden zij aangeduid) ervan vinden. In dit verband zou ik willen wijzen op wat onlangs in NRC/Handelsblad van de hand van Susanne Piët te lezen stond onder de titel ”de terreur van de televisie”. Geschreven werd: ”de televisie is een pretfabriek geworden, die een assortiment van ei-ige vrolijkheid en fictieve of waargebeurde misdaad en rampen produceert. Een eeuwige toverbal, die verleidt tot likken zonder ooit meer dan een oppervlakte te tonen”. Ook hier zal overdrijving inzitten. Maar ook veel waars. Informeert U maar eens bij ouderen en jongeren naar hun meest favoriete programma’s.

Niet alle ontspanningsprogramma’s mogen over één kam worden geschoren, maar er is veel dat de echt christelijke kritiek niet kan doorstaan. In de NRC stond te lezen dat de pluriformiteit in onze Nederlandse omroepwereld nog vrijwel uitsluitend af te lezen valt uit de omroep Vignetten die van tijd tot tijd op het scherm verschijnen. Ik laat die uitlating voor rekening van de schrijver, maar waar is wel dat het voor een christelijke omroep ontzaglijk moeilijk is bij de samenstelling van met name de ontspanningsprogramma’s een verantwoord evenwicht te vinden tussen de eigen identiteit en de behoeften van het brede publiek.

Het zou mij niet moeilijk Valien programmai aan te wijzen die voor de christen contrabande behoren te zijn. Ik doe dat niet. Vandaag is het dit en morgen zal het dat zijn. Het gaat om de vraag of wij bij de beoordeling van wat de massamedia de mens aanbieden die normen weet aan te leggen die het Evangelie ons aanreikt. Dat Evangelie zegt dat wij wel in deze wereld zijn, maar het zegt ook dat wij in levensinstelling en levensopstelling niet onherkenbaar zullen zijn door gehuld te gaan in de jas van de brede, grijze massa. Gods volk staat midden in het leven van vandaag, het mag en hoeft niet cultuurvijandig te zijn, maar het heeft primair interesses van een andere orde dan de mens zonder God er op nahoudt en het kreeg in één van de apostolische brieven een heel duidelijke consigne aangereikt, dat ook betrekking heeft op de vraag in welke mate het leven van een christen is begrensd bij de waarneming van wat het culturele leven in onze tijd aan ontspanning te bieden heeft. In Filip. 4: 8 staat te lezen: Voorts, broeders, als wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat.

Zonder dat we stiekem bij elkaar binnen mogen gluren en zonder bij elkaar de lectuurbak om te keren, zou het naar ik meen toch niet verkeerd zijn in de gemeente van Christus ook ten deze meer acht op elkaar te geven. Als ambtsdragers zouden we de gevaren die hier liggen op de huisbezoeken wellicht wat meer ter sprake moeten brengen. Misschien na zelf eerst thuis orde op zaken te hebben gesteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.