+ Meer informatie

De apartheid

7 minuten leestijd

RONDKIJK

Over de apartheid is in vele landen nog al wat te doen; onze lezers weten wel wat er mee bedoeld wordt: het betreft het kleurprobleem tussen blank en bruin, wat wordt aangeduid met „apartheidspolitiek." In ons land bestaat daar nog al verschil van mening over: er zijn velen die denken waar is die rassenscheiding voor nodig, het zijn toch ook mensen evenals wij. Mag men daar nu wel onderscheid tussen maken? Kunnen blank en zwart dan niet door elkaar leven en gelijk optrekken in de maatschappij?

Om hierop een juist antwoord te geven moet ik bij voorbaat zeggen, dat het een uiterst moeilijke materie is. Het vraagstuk speelt in vele landen, o.m. in Amerika. Van predikanten onzer gemeente, Idie in de Verenigde Staten hebben gewoond, heeft uw rondkijker vernomen dat zij het probleem hebben bestudeerd en dat het eigenlijk tot de onmogelijkheden behoort om met negers samen te leven. Wel moet niet uit het oog worden verloren, dat zij evenals wij een ziel hebben te verliezen — ook kan de scheiding te ver worden doorgevoerd, zoals in sommige gevallen op lagere en hogere scholen, maar het zijn toch „aparte" mensen met een aparte inslag, waarmee geen vermenging mogelijk is. Wij, die in een land wonen waar geen zwarten zijn, oordelen er vaak veel te oppervlakkig over; wanneer men er werkelijk mee te maken krijgt, komt men tot een geheel ander inzicht. Het zou bij vermenging tot een sterke ontkerstening komen en een losraken van vaste beginselen omdat het wel mensen, maar „andere" mensen zijn. Dat wil niet zeggen, dat de Staat waarin deze mensen leven niet voor hen heeft te zorgen; toe te zien dat zij niet worden verdrukt, er op te letten dat zij goede behuizing hebben, goed onderwijs genieten enz., wat inderdaad, ondanks alle schandalisatie ook wordt gedaan. Vele ontwikkelden bekleden zelfs hoge funkties. Maar een dooreen-menging van blank en bruin heeft in de praktijk grote bezwaren omdat bij de rechten die ze hebben, de plichten worden veronachtzaamd.

Zo wordt er over de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika vaak op denigrerende wijze gesproken, terwijl men heel niet met de historie van dit land op de hoogte is. Toen Jan van Riebeeck in 1652 er voet aan wal zette, was er honderden kilometers in de omtrek geen neger te vinden. Als immigrant uit eigen wil en aangetrokken door de welvaart, met de mogelijkheid tot betere levensomstandigheden, is de neger er binnen gekomen en eerst na 1945 verrezen de eerste negerwoonwijken in de buurt van Kaapstad. Zuid-Afrika is een land dat door de blanken tot welvaart is gebracht en door blanken is het tot een krachtige Westerse voorpost in Afrika geworden. De negers zijn hiervan alleen maar beter geworden.

De latere Boerenrepublieken, de Oranje-Vrij staat en Transvaal waren blanke republieken en het bloed dat in de strijd tussen Boer en Brit om de afhankelijkheid heeft gevloeid, was blank bloed, beter gezegd: Hollands bloed. Van insiders weten we, dat de zwartjes het er niet slecht hebben: wel wonen ze apart, maar er wordt gezorgd voor betere woningen, en voor scholen; voor het onderwijs behoeven ze zelfs geen cent te betalen!

Wij hebben ons vorige zomer laten vertellen door een Hollandse aannemer die in Johannesburg woont, dat hij op het werk drie a vier naturellen nodig had voor één blanke. De mevrouw van deze aannemer vertelde ons van het vrouwelijk personeel dat ze daarmee de wonderlijkste dingen beleefde. Al had zij ze geleerd fatsoenlijk te eten met mes en vork — zodra zij in hun eigen behuizing waren, aten zij, op de grond zittend de mielies (maispap) met de handen! Dit natuurvolk wil ook niet op bedden slapen, maar liever op de grond en kraamvrouwen weet men niet in een zindelijk hospitaal te krijgen. Om van de zeden maar niet te spreken! Dit zijn slechts enkele voorbeelden.

Het is uit dit en nog vele andere oorzaken wel merkwaardig, dat de „apartheidspolitiek" zoveel tegenstanders vindt. Denk maar eens aan wat er in de Kongo is gebeurd en nog plaats heeft en stel, dat dit op het Westen oversloeg! In een bekend dagblad lazen wij kort geleden een verdediging tegen de apartheid, waarin de schrijver het volgende — o.i. zeer terecht — betoogde.

„In deze wereld vinden wij voorbeelden te over van apartheid om diverse oorzaken — godsdienst, nationalisme, verschillende levenswijzen. In Nigeria kon men eerst vreedzaam samenleven, nadat het land zich in drie stukken had verdeeld, ieder met zjjn eigen regering en premier. In India kwam pas vrede nadat India en Pakistan gescheiden waren. De Ieren voelden zich gelukkig apart van Engeland. Waarom vindt deze „apartheid" nergens weerstand, maar die in Zuid-Afrika wel? " En tot besluit zegt de schrijver dat voorzichtigheid en rechtvaardigheid nodig is bij de beoordeling van deze uiterst moeilijke materie.

Met het laatste zijn we het vooral eens. Wij kunnen er uit de verte moeilijk over oordelen, omdat wij er niet mee te maken hebben.

Er ligt een taak voor de Kerk, om onder de kleurlingen het Evangelie te brengen. Op de gehouden zendingsdag te Utrecht is dat wel naar voren gekomen. Wanneer Gods Woord onder hen gaat domineren, wordt alles anders, hun gehele levenswijze, hun doen en hun laten. Dan zijn het geen aparte mensen meer, maar worden het inderdaad „andere" mensen.

Ik herinner mij een verhaal uit een schoolboekje over de slavenhandel, dat mij als jongen bijzonder trof. Het ging er wreed naar toe, de negers werden geschopt, geslagen, van hun gezin gescheiden en naar elders verkocht (U kunt dit ook lezen in „De negerhut" van mevr. Beecker-Stowe). In genoemd verhaal uit het schoolboekje was sprake van een bekeerde neger, die geketend aan een paal op de slavenmarkt stond. Hij was aan de jammerlijkste ellende ten prooi — van zijn vrouw en kinderen gescheiden was hij verkocht om elders te gaan werken. Ondanks al dit leed was hij er innerlijk best aan toe: hij vond sterkte in de Heere Zijn God en uitte zich aldus:

„Voor een handvol gouden schijven. „Kocht een Britse koopman mij; „Maar mijn ziel z' al m' eigen blijven; „Zielenzijn geen koopwaardij!"

Deze neger had geen vrees meer voor hen die alleen het lichaam kunnen doden en meer niet (Lucas 12 : 4) Zijn ziel, eigendom van zijn getrouwe Zaligmaker, dóór kon men niet aan!

Nu is de slavenhandel — die gelukkig uit de wereld is al worden er nog mensen als slaven behandeld, denk maar aan Rusland — gelukkig uit de wereld; ik haal dit slechts aan dat men de negers broeders zou kunnen noemen, wanneer zij met het ware geloof bedeeld zijn. De Heere let niet op blank of zwart: Rahab en Babel worden vermeld onder degenen die Hem kennen: de Filistijn, de Tyriër met de Moor is aldaar geboren. Het zijn zéker onze naaste, vooral wanneer wij met hen in aanraking komen. Iets anders wordt het om met een bepaald ras te leven, b.v. huwelijken met hen aan te gaan enzovoort. Gezien hun gehele levensinstelling moet o.i. apartheid wel nodig zijn.

Er zouden nog veel meer argumenten zijn aan te voeren met voorbeelden uit de praktijk, waarvoor echter deze rubriek zich niet leent. In 't kort hebben we onze visie er over gegeven, wat mogelijk zal leiden tot verdere opscherping over dit probleem. Op onze J.V.'s zou het eens besproken kunnen worden.

RONDKIJKER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.