+ Meer informatie

Prof. Graafland wil belaste traditie toetsen aan Schrift

COGG bezint zich op "Gereformeerden op zoek naar God"

4 minuten leestijd

PUTTEN - „Van harte stem ik er mee in dat de gereformeerde traditie de kern van het bijbelse geloof gegrepen heeft, toegespitst in de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof in Christus. Maar ook ben ik steeds meer gaan inzien dat onze traditie zozeer door bijkomende theologische, filosofische en culturele invloeden is belast, dat een vernieuwde toetsing aan de Schrift uiterst noodzakelijk is. Juist met het oog op de onder ons genoemde Godsverduistering". Dat zei prof. dr. C. Graafland gisteren tijdens een bijeenkomst van het Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte (COGG) in Putten.

Prof. Graafland, hoogleraar vanwege de Gereformeerde Bond aan de Rijksuniversiteit Utrecht, sprak bij het COGG over zijn veelbesproken boek "Gereformeerden op zoek naar God". Hij richtte zich op enkele 'zwaartepunten', onder het thema "Godsverduistering in het licht van de gereformeerde spiritualiteit". Hij constateerde dat veel mensen zich herkennen in wat hij schrijft en ook positief reageren. Er zijn ook positief kritischen en mensen die de door hem aangesneden problematiek, de "Godsverduistering in de gereformeerde gezindte", niet herkennen. „Onlangs las ik: „Bij ons is toch nog de rechte prediking". Juist deze reactie bevestigt hoe dicht de ogen nog zitten. Wijd open weliswaar voor de feilen bij anderen, maar gesloten als het gaat om een ontdekt zijn aan eigen tekort en schuld. En dat juist in kringen die doorgaans de mond vol hebben over hoe ellendig de mens is en hoe groot zijn schuld wel is", aldus de hoogleraar.

Godsverberging

In zijn lezing zei prof. Graafland liever over Godsverberging dan over Godsverduistering te spreken. Tijdens de discussie wilde hij echter ook akkoord gaan met de term Godsvervreemding. „Zelf zie ik het als een schuld van ons mensen, als volk en als kerk, en ook als gereformeerden", zo legde hij uit. Hij zei verder dat de kerk is meegegaan met het autonome denken van de Verlichting, dat de verzoening in Christus daardoor uit het hart week en dat het geloof verworden is tot moraal. „De kerk werd meeloper en is geen profetische tegenstem".

Als voorbeeld noemde prof. Graafland een door hem bijgewoonde dienst in een kerk „van zeer rechtse signatuur". „Ik schrok, toen ik hoorde dat van die geweldige schare van duizend mensen die met diep ontzag naar de prediking luisterde, maar ongeveer vijftien mensen aan het Avondmaal deelnemen". Zij zochten God kennelijk wel, „althans de goede waarheid omtrent God", aldus de hoogleraar. Vervolgens trok hij parallellen met „mijn eigen kring van Gereformeerde-Bondsgemeenten". Maar ook bij volle avondmaaltafels plaatste hij kritische kanttekeningen. Het probleem ligt volgens hem „bij de ervaring van de waarheid, bij de persoonlijke toeëigening ervan".

Pniëlpreek

Prof. Graafland ging tevens in op de zogenoemde "Pniëlpreek" van ds. J. Westerink, christelijk gereformeerd predikant te Bunschoten. „Het eigenlijke probleem is dat de ene kerk de spiritualiteit van de andere kerk niet meer herkent als zijnde het werk van de Geest". Het probleem raakt naar zijn mening de gehele gereformeerde gezindte, „want het gemis aan herkenning speelt ook tussen de Bond en het Gekrookte Riet, is aanwezig in de Christelijke Gereformeerde Kerken en zelfs terug te vinden in de breuk tussen de Gereformeerde Gemeenten en de zogenaamde uitgetredenen".

Prof. Graafland meende dat de prediking niet meer het open kanaal is waardoor de Geest tot de gemeente komt. „Niet alleen een moralistische, schijnbaar actuele prediking kan een slag in de lucht zijn, maar ook een gereformeerde, schijnbaar geestelijke of bevindelijke prediking kan dat zijn en is dat in veel gevallen. Zodat er ontzaglijk veel en rechtzinnig en bevindelijk wordt gepreekt, maar er ondertussen zo heel weinig gebeurt. De Geest ontbreekt — en beseften we maar dat het onze schuld was". Van de Nadere Reformatie kunnen we leren hoe de prediking veranderen moet, zo stelde de hoogleraar. Terugkomend op de "Pniëlpreek" zei prof. Graafland dat hij onlangs blij terugkwam na een ontmoeting met vrijgemaakt-gereformeerde theologiestudenten. „Die studenten voelden het aan en ze zeiden: „Bij ons is gebrek aan Geesteservaring"".

Charismata

Tijdens de discussie merkte prof. Graafland op „geen dweper" te zijn omdat hij publiek gepleit had voor meer aandacht voor de charismata zoals tongentaai. De vraag luidde of hij niet te positief stond ten opzichte van die charismata als oplossing voor de door hem geschetste problemen. „Ik durf minder vrijmoedig te zeggen dat die charismata alleen thuishoren in de vroege kerk, maar ik kijk trouwens ook heel niet zo optimistisch tegen die evangelikalen aan hoor".

Op de vraag naar de concrete invulling van het zich openstellen voor het werk van de Geest, zei hij ook geen precies antwoord te hebben. De tegenwerping dat hij het gevaar loopt Woord en Geest te scheiden, zodat het werk van Christus uit het oog verloren wordt, wees prof. Graafland van de hand, evenals de tegenwerping dat de notie van het verbond onderbelicht wordt in zijn visie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.