+ Meer informatie

GEESTELIJKE VERZORGING ANNO 2012

3 minuten leestijd

‘Mijn laatste jaren zou ik graag doorbrengen in een verpleeghuis… ‘ Deze zin, uitgesproken door broeders predikanten van rond de zestig, hoor ik regelmatig. Ze bedoelen dan natuurlijk als geestelijk verzorger en niet als bewoner. Hun wens komt voort uit het verlangen de drukte en de stress van de gemeente achter zich te laten en zo rustig naar hun emeritaat toe te leven. Maar is de geestelijke verzorging wel zo rustig?

Toen ik 15 jaar geleden in dit verpleeghuis kwam werken, verbleven er allemaal dementerende bewoners. Dat feit op zich bracht al de nodige stress met zich mee, maar dat er naast 180 ouderen ook 60 jongeren woonden maakte alles nog ingewikkelder en ingrijpender, want er kwamen jonge kinderen op bezoek (of niet) die opgevangen moesten worden, en er waren óuders die bij een sterfbed stonden.

Als ik er nu op terug kijk, zie ik dat ik veel heb mogen leren; dat ik me in de problematiek bekwaamd heb en heel velen in liefde heb mogen bijstaan. Ik kijk ook terug met een zekere nostalgie, want hoe moeilijk ook - de geestelijke verzorging was toen overzichtelijk. En nu? Naast ons verpleeghuis zijn er drie kleinschalige woonvormen gekomen. Hierdoor is het werk veel meer verbrokkeld. Een kerkdienst op de zondagmorgen is er alleen nog in het hoofdgebouw; in de andere huizen zijn er doordeweekse bijeenkomsten. In feite fiets je heel wat af.

Maar het verpleeghuis zelf is ook erg veranderd. Er wonen nog steeds dementerenden, maar daar zijn ouderen met een psychiatrische stoornis bijgekomen en twee afdelingen voor mensen die uit het ziekenhuis komen om te revalideren. Er worden mensen met spoed uit huis opgenomen en anderen overbruggen bij ons slechts de tijd tot ze in het centrum van hun keuze terecht kunnen.

Door al deze ontwikkelingen wordt er een enorm beroep gedaan op je vermogen om te schakelen. Want iemand die revalideert wil niet als een dementerende benaderd worden en een bewoner met een psychiatrische stoornis vraagt weer een ander contact. Iedereen heeft zijn/haar eigen problematiek: de een tobt al zijn leven lang met ziekte, de ander komt zo vanuit de vertrouwde omgeving in een verpleeghuis terecht en een derde is al in de terminale fase. Daarbij komt dat veel bewoners maar zes weken blijven.

Zo kan het gebeuren dat ik na een mail-check de dag begin met een zang/ gespreksgroep, daarna me haast om een familielid van een overleden bewoner te ontvangen. Voor de lunch is er nog net tijd om langs te gaan bij een jonge vrouw met terminale kanker, die heel erg in de knoop zit. Na het eten fiets ik naar het huis waar de jongeren verblijven, ze kijken al naar me uit voor hun gespreksgroep. Als ik terug ben ga ik de afdelingen op om kennis te maken met nieuwe bewoners en daar word ik aangesproken door een bezoeker: ‘Hebt u even tijd? Ik ben me toch in een situatie beland.. ‘ Aan rapporteren kom ik vandaag niet meer toe, dat moet morgen maar.

Wat er dan nog meer op me wacht? De voorbereidingen voor de diensten, contacten met de vrijwilligers, aandacht voor de medewerkers, een therapeutische gespreksgroep, overleg en beleidsbesprekingen, het organiseren van een herdenking, het leiden van een uitvaart, het geven van scholing. En toch… ik kan het werken in de geestelijke verzorging van harte aanbevelen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.