+ Meer informatie

De bevoogde consument

3 minuten leestijd

Nadat in 1922 ook het vrouwenkiesrecht in de Grondwet werd vastgelegd, konden wij in ons land spreken van een algemeen kiesrecht. Een verworvenheid — en nu spreken wij niet over het vrouwenkiesrecht als zodanig — die wij niet graag zouden willen missen. Het algemeen kiesrecht gaat daarbij uit van de mondigheid van de kiezer. Mondigheid die niet meer zoals in het verleden wordt bepaald door afkomst, inkomen of bezit. Zo kende bijvoorbeeld de kieswet van 1896 nog het criterium van „geschikt- heid en welstand". Men onderscheidde destijds, en nu spreken wij over het begin van deze eeuw, nog belasting-, woning-, loon-,  spaar- en examenkiezers. Niemand zal dat stelsel nog meer willen terug zien. Vandaag wordt dit algemeen kiesrecht, binnen de grenzen van de wet, nog slechts bepaald door een leeftijdsdrempel. De vraag daargelaten of deze drempel nu hoog of laag moet liggen, niemand zal het nut en de noodzaak van deze drempel betwisten. Vooral door progressieven wordt op de mondigheid van de kiezer de nadruk gelegd. Bevoogding is daarbij een vies woord en beïnvloeding van zijn keus door allerlei manipulaties, zoals het verleden dat gekend heeft, nog verwerpelijker. Merkwaardig is het dat het schijnt alsof die mondige kiezer zodra hij als consument optreedt, zijn mondigheid dreigt te verliezen. Dan is plotseling een dreigende bevoogding niet zo vies meer en manipulatie met zijn koopkracht minder te verwerpen. De econoom Den Uyl signaleert een achterblijvende vraag;  volgens hem een van de oorzaken van de voortdurende en  hardnekkige werkloosheid. Een van de oplossingen ziet hij liggen in, zoals hij dat heeft aangeduid: „een gericht consumptiebeleid". Het valt niet te ontkennen dat er grote veranderingen en verschuivingen in het consumptiepatroon plaats hebben. De stijgende welvaart en de betere ontwikkeling hebben tot een geheel ander bestedingspatroon dan in het verleden geleid. Wij kopen meer en andere duurzame consumptiegoederen dan vroeger. Het is maar één aspect van de verschuivingen in onze economie. Nu, onder de invloed van het ongunstige fiscale klimaat en de (duidelijk zich verslechterende sociale verhoudingen, het bei drijfsleven in toenemende mate de aansluiting aan het zich veranderende consumptiepatroon moet missen, ontstaat de pijn en wel in de werkgelegenheid. Wie echter prijs stelt op de mondigheid van de kiezer, spant het paard achter de wagen wanneer hij de mondigheid van de  consument om zeep helpt. Hij schept slechts werkgelegenheid  bij de staat en nadert de grens van manipulatie van die mondige kiezer ter beperking van zijn bestedingsvrijheid. De beperking van zijn politieke „bestedingsvrijheid" is slechts een volgende stap, maar met onze zo zwaar in de jongste wereldoorlog bevochten vrijheid is het dan wel gedaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.