+ Meer informatie

Naar de katechisatie

4 minuten leestijd

90

DE STATEN VAN DE MIDDELAAR

3. Zijn l ij den.

Onze Heidelberger Katechismus vraagt in Zondag 15: wat verstaat ge door het woordeke: geleden? „Geleden”. Dit woord bergt in zich een wereld van smart en ellende.

Deze wereld is als ’t ware één groot ziekenhuis. Hoe wordt er geleden in de ziekenhuizen, in de verpleeghuizen, in de stilte!

Wanneer we het nu moeten hebben over het lijden van CHRISTUS, kunnen we dan Zijn lijden en Hemzelf plaatsen in de rij van al die lijders en is Jezus dan een van die vele, ja, de grootste Lijder? Is Zijn lijden te beschouwen als dat van de martelaren?

We moeten antwoorden: beslist neen!

Want Jezus’ lijden is principieel verschillend van alle menselijk lijden. Het is borgtochtelijk, plaatsvervangend lijden geweest.

Ons lijden is gevolg van de zonde. Waren er geen zonden, zo waren er geen wonden, zegt het spreekwoord. Christus’ lijden kwam niet voort uit Zijn persoon zelf, we bedoelen, niet uit gevolgen van Zijn zonde, want die had Hij niet. Krachtens Zijn heilige ontvangenis van de Heilige Geest had Jezus geen deel aan de erfschuld en erfsmet. „Wie van ulieden overtuigt Mij van zonde?” sprak Christus.

Maar Hij heeft toch voor de zonde van Zijn volk geleden? Ongetwijfeld. Doch, letten we er wel op, dat de zonde en schuld van de Zijnen o p Hem gelegd is naar de eis van de Goddelijke Gerechtigheid. En Jezus Zelf heeft die zonde, schuld en straf op Zich genomen als een vrijwillige d.a.a.d. In de vrederaad gaf Hij Zich. „Zie, Ik kom; in de rol des boeks is van Mij geschreven. Ik heb lust, o Mijn God, om Uw welbehagen te doen en Uw wet is in het midden Mijns ingewands.” (Ps. 40 : 8 en 9)

Hij is „tot zonde gemaakt” en is „met de misdadigers gerekend”, zegt de Schrift.

Daarom onderging Christus het lijden en het sterven niet, maar beide waren Zijn daad! Reeds wezen we hierop in de vorige les bij de verklaring van het begrip „staat” der vernedering.

Nog iets over de aard van Christus’ lijden.

Onze Heidelberger zegt, dat Jezus de toorn Gods tegen de zonde van het ganse menselijk geslacht gedragen heeft.

Ligt in de uitdrukking „tegen de zonde enz.” niet enigszins de gedachte opgesloten van een alge mene verzoening, namelijk, dat Jezus voor alle mensen heelt geleden.’

In geen enkel opzicht kan de katechismus zulks bedoelen. Lr staat dan ook met „voor”, maar „tegen” de zonde van het ganse menselijk geslacht. De toorn Gods rust op heel het menselijk geslacht. En die toorn Gods heelt Christus moeten dragen en wel in haar ontzaggelijkstc openbaring. Zo heeft Jezus de BEKER van het lijden onvermengd, tot de laatste druppel, geledigd.

Zo heeft Christus betaald en voldaan alleen voor Zijn volk.

Maar nu ligt er wel de rijke troost in opgesloten, dat er een volk zalig wordt, dat uit alle geslachten, talen, volken en natiën wordt vergaderd tot de gemeente, die zal zalig worden!

Het lijden van de Heere Jezus was voorzegd en algebeeld in het Oude Testament. Telkens lezen we: „Toen is vervuld geworden, wat gesproken is.” Nu moeten we hierbij wel bedenken, dat die voorzeggingen en afbeeldingen als ’t ware een Goddelijk program vormden van al hetgeen Jezus moest lijden en boeten. De Goddelijke gerechtigheid stelde al de eisen voor dat lijden. Niets kon de Borg gespaard worden tot voldoening aan de geschonden deugden Gods. Wat ondoorgrondelijk groot en dierbaar komt zo in het licht te staan Jezus’ heilige onderwerping aan de WIL des Vaders in het „Uw wil geschiede” bij Zijn gebedsworsteling in de hof van Gethsemane!

Waar vinden we in het Oude Testament voorzeggingen en afschaduwingen van Christus’ lijden?

Hierover nader in een volgende les D.V.

Echter nog een persoonlijke vraag. Is het lijden van de Heere Jezus U al NOODZAKELIJK geworden?

Hebt u uw zonde en strafwaardigheid gezien in het licht van Gods heiligheid en rechtvaardigheid? Kent u iets van het:


„Zulk een last van zond’ en plagen,
Niet te dragen,
Drukt mijn schouders naar beneên.„


(Ps. 38 : 4b ber.)

In deze weg der ontdekking wordt de levendige behoefte geboren aan verzoening, aan verlosscing van de zonde. Zo wordt Christus in Zijn borgtochtelijk lijden dierbaar en beminnelijk, ja, gepast en algenoegzaaml Wie zo als een schuldige en doemwaardige aan de voet van het kruis wordt geleid en Hem door het geloof mag aanschouwen, zal met Luther mogen ervaren en belijden: Heere Jezus, Gij zijt mijne zonden en ik Uw gerechtigheid.

Urk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.