+ Meer informatie

,, 't Is de vraag of wij zullen overleven

Gruwelijkheden in Birma dwingen Karen te vluchten naar Thailand

7 minuten leestijd

MAE SOT - „Je went aan de beroerde situatie, omdat er geen oplossing Is. Er is geen hoop op verandering. Voor de Karen is het tijdperk aangebroken waarbij het alleen nog om de vraag gaat of wij zullen overleven. Nog iedere maand vluchten ongeveer driehonderd Karen uit Birma".

Walace YaY, de secretaris van het Karen Refugee Committee, is Nederlandse ambassade in Bangkok. niet optimistisch gestemd als het » •• om de toeicomst van de Karen gaat, die vanuit Birma naar Thailand zijn gevlucht. Zijn baptisten-comité zorgt ervoor dat onder andere christelijke organisaties hulp geven. Het geeft informatie aan die organisaties en onderhoudt de contacten met de Thaise overheid.

Walace is niet de enige die verhaalt van de gruwelijkheden die zich in Birma voltrekken. Gesprekken met vluchtelingen van de Karen-stam in acht verschillende kampen in het Thais-Birmaanse grensgebied maken duidelijk, dat de onderdrukking en mensenrechtenschendingen in Birma alleen maar toenemen. Er vinden daar op grote schaal martelingen, verkrachtingen en standrechtelijke executies plaats.

Onderricht

Het kamp Maw Ker is in januari 1990 opgezet. Op dit moment wonen er 5200 Karen-vluchteHngen. Het kamp ziet er ondanks het feit dat het de regentijd is, niet zo slecht uit. Het is door het ontbreken van asfalt wel een gigantische modderpoel op straat, maar niemand stoort zich daaraan.

Mensen zitten in hun hutten van bamboe en bladeren hun dagen te vullen. Vrouwen dragen zakken rijst en andere etenswaren op het hoofd. Kleine kinderen spelen op straat met zelfgemaakt speelgoed als dode ratjes aan een touwtje.

De 600 grotere kinderen zitten in de acht bamboe schoollokalen, die het kamp rijk is. Zij krijgen onder andere onderricht in het Karen, Thais, Birmaans en Engels. De lessen komen uit de tekstboekjes die beschikbaar worden gesteld door ZOA Vluchtelingenzorg Nederland en die gefinancierd worden door de Lündmijnetl

Voordat dit lesmateriaal beschikbaar was, moest alles op de zwarte schoolborden geschreven worden. Dat maakte het leerproces behoorlijk langzaam, verklaart een onderwijzeres. De Karen-kampleider en hoofdonderwijzer Aung Mya Thein en zijn vrouw Lulu zijn bereid hun levensgeschiedenis te vertellen. „We woonden vroeger in een door de Karen beheerste zone. Toen de Birmaanse soldaten onze dorpen met geweld innamen, zijn wij en masse naar Thailand gevlucht. Na een paar dagen zijn we toen weer teruggegaan. Wat we er toen aantroffen, was werkelijk onbeschrijflijk".

„Alles was verwoest. Het hele dorp was afgebrand. Sinds die tijd zi/n wij op de vlucht. Eerst hebben we in kampen in Birma gewoond. In 1987 werd het ons daar toch te gevaarlijk. We besloten naar Thailand te vluchten. Het was een ge\ MAE SOT- Karen-kindje. vaarlijke tocht. De Birmaanse soldaten hadden overal landmijnen neergelegd. Herhaaldelijk gingen er een paar af. Mensen raakten gewond, sommigen stierven. Voor ons ging alles voorspoedig. We kwamen heelhuids in Thailand aan. Toen werd er plotseling geschoten. Granaatvuur blies mijn linkerbeen weg .

Mensenrechten

Aung Mya Thein zwijgt even. „Wij hopen ooit weer terug te gaan, maar we denken dat wij deze zware last voor een lange tijd zullen moeten dragen. Op het moment beleeft ons volk het grootste dieptepunt in zijn geschiedenis. De onderdrukking en mensenrechtenschendingen zijn van dien aard dat het haast niet erger kan. Mijn filosofie is dat, als iets het kookpunt heeft bereikt, het zal barsten. Toch is de praktijk nog heel verwarrend".

„De meeste landen zien dat Birma de mensenrechten fors schendt. Er wordt herhaaldelijk wat van gezegd, maar zolang de buurlanden Birma de hand boven het hoofd houden, verandert er niet veel. Mijn persoonlijke mening is echter dat er iets staat te gebeuren. De Karen staan eindelijk in het middelpunt van de belangstelling. Overal in de wereld zie je federale bewegingen. Democratie breekt overal door. Waarom zou dat in ons land niet zo kunnen zijn? Ik bid iedere dag dat wij terug zullen keren naar ons vaderland. Alleen God kan ons daar weer naar terug doen gaan".

Gekerstend

Opmerkelijk is dat niet alleen Aung Mya Thein duidelijk naar voren laat komen dat hij zijn vertrouwen op God stelt. Uit gesprekken met vluchtelingen blijkt dat het Karen-volk voor een groot gedeelte uit christenen (baptisten, rooms-katholieken en zevendedagadventisten) bestaat.

De Karen zijn gekerstend door Britse zendelingen. Birma was tot 1948 een Britse kolonie. Er wordt in de kampen veel aan evangelisatie gedaan. ZOA Vluchtelingenzorg Nederland bekostigt boekjes waarin in het Karen verhaald wordt over het leven, sterven en de opstanding van de Heere Jezus. In het kamp Mae La Wen is een Bijbelschool, waar op dit moment ongeveer 100 studenten onderwijs ontvangen. Open Küinp

We gaan naar een ander kamp. De weg naar Sho Klo, het grootste Karen-kamp aan de grens met Birma, is vrijwel onbegaanbaar. Door

J BIRMA L
de enorme tropische regenbuien is de weg in één grote modderpoel veranderd. De Toyota-terreinwagen van Victor Neumann, "field-coordinator" van het "Burmese Border Consortium", een christelijke hulporganisatie, slipt herhaaldelijk.

Zodra we het kamp binnenrijden, komen kinderen aangerend. Ze zwaaien uitbundig en roepen allerlei kreten naar ons. Sho Klo is net als de andere Karen-kampen een 'open kamp'. Dat houdt in dat er geen Thaise soldaten in het kamp zijn en dat er ook geen slagboom is die het kamp van de rest van de wereld afscheidt.

Zo positief als dat lijkt, zo negatief is hun positie daardoor. De Karen worden niet als vluchteling beschouwd en krijgen daarom ook geen bescherming van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties. In eerste instantie lijkt Sho Klo op een gewoon, weliswaar arm, dorp: huizen van bamboe met daken van grote bladeren, modderige straten, vieze, lachende kinderen, mannen en vrouwen met doorleefde gezichten.

We praten met een dokter van Artsen Zonder Grenzen Frankrijk over de gezondheidstoestand in het kamp. Het blijkt dat er veel mensen aan malaria en dysenterie lijden. We zien een meisje in coma liggen, dat aan hersenmalaria lijdt. De AZG-dokter verklaart dat ze nooit meer beter zal worden; of ze blijft als een kasplantje leven of ze overlijdt binnenkort. Ook worden er in het ziekenhuisje herhaaldelijk gewonde Karen-verzetsstrijders behandeld. Het AZG-team leidt jonge Karen in anderhalf jaar tijd op tot "medics", een soort verplegers.

Huid schrapen

In weer een ander kamp praten we in de hut van de kampleider met drie zojuist aangekomen gezinnen. Allemaal verhalen ze van de Birmaanse soldaten die mannen -en soms bij gebrek aan mannen ook vrouwen— dwingen zware lasten voor hen te dragen. Het gaat dan vooral om het dragen van wapens, munitie, voedsel. Wie bezwijkt, wordt afgeranseld en achtergelaten.

Weigeren is er niet bij. Doet men dat wel, dan wordt men vastgebonden en gemarteld. Een beruchte methode is dat de soldaten net zolang over de huid van een weigeraar met ruw stuk hout met spijkers wrijven dat de huid eraf gewreven wordt en het bot bloot komt te liggen. Veel oudere mannen sterven van uitputting. Mannen, vrouwen en kinderen worden gedwongen de weg met stokken af te tasten, zodat eventuele landmijnen zullen afgaan. Naar de gewonden en doden wordt dan niet door de Birmaanse soldaten omgekeken. Een gezin uit Paing Kyone verhaalt over andere gruwelijkheden, ledere maand moeten de Karendorpelingen geld betalen aan de Birmaanse soldaten en dat om verschillende redenen: het betalen van dragers, boodschappers, koeriers. Als de dorpelingen weigeren het geld te geven, worden alle dieren meegenomen.

De dorpelingen moeten elke maand het geld afleveren bij de militaire basis. Als ze dat niet doen, komen de soldaten en beschieten ze het dorp. De dorpelingen willen uit angst alles wel geven, maar doordat deze praktijken vaak plaatsvinden, hebben zij geen geld meer. Bovendien worden de mannen zo vaak als dragers gebruikt, dat zij het werk op hun eigen land niet kunnen doen.

Doorvechten

Onlangs werden de dorpelingen van Paing Kyone gedwongen te verhuizen naar de hoofdweg, zodat de Birmaanse soldaten een betere greep op hen hebben. De mensen werden verplicht het huis af te dekken met voor hen onbetaalbare golfplaten. Bovendien moeten de Foto's Petra de Karen voor elke Birmaanse soldaat die gedood of gewond wordt door Karen-verzetsbewegingen, een grote som geld betalen. Is het een belangrijke soldaat die gevallen is, dan worden er repressailles genomen. Dorpelingen worden dan uit wraak vermoord. Zij zijn nooit veilig, want iedere Karen wordt met het verzet geassocieerd.

„Toch bevinden de meeste van de Karen zich nog in Birma. Zij vechten onverbiddelijk door, tot de dag aanbreekt dat wij een eigen federale staat zullen krijgen. Op dit moment hebben zij geen recht om zichzelf te ontwikkelen, zij hebben geen sprankje vrijheid. De geest van het nationalisme leeft na meer dan veertig jaar strijd en onderdrukking nog steeds onder ons. We zijn blij met de internationale aandacht, want de Birmaanse regering wordt daardoor voorzichtiger. Toch hopen we dat we eens van dit juk verlost zullen worden. God geve dat", stelt Walace Yay.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.