+ Meer informatie

„Ik ben nu gekomen"

4 minuten leestijd

„...en zie, er stond een Man tegenover hem. Die een uitgetogen zwaard in Zijn hand had. En Jozua ging tot Hem en zeide tot Hem: Zijt Gij van ons of van onze vijanden? En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen."Jozua 5:13,14a

Twee moeders vertroostten hun kinderen. De ene deed het door haar kind iets te geven. De andere nam haar kind in haar armen en vertroostte het met zichzelf. Weet u wat de Heere zo gaarne doet? Hij is als deze tweede moeder, Hij heeft er een diep behagen in om Zijn kinderen te vertroosten met Zichzelf De Heere vertroost de ziel in haar geween, en Hij zegt dan: „Ik ben uw heil alleen."

Dikwijls leidt de Heere de Zijnen in wegen en omstandigheden waarin van een menselijk standpunt alles zo moeilijk, ja zelfs geheel onmogelijk schijnt. De weg is dan veelal eenzaam, en er rijzen vragen in het hart zoals: „Waar is de Heere nu, en waarom helpt Hij ons niet in de moeilijkheden van vandaag?" De geschiedenis van Jozua's verovering van Jericho is een treffend bewijs van Goddelijke liefde en trouw in tijden van bijzondere nood.

De omzwervingen van Israël door de woestijn waren beëindigd. De grenzen van Kanaan waren bereikt. Het volk Israël was gereed om het beloofde land binnen te gaan. Jericho, omringd door geweldige muren, was de sleutelstad van Palestina.

De stad was beroemd vanwege de vele dadelpalmen en vruchtbare tuinen. De welriekende rozen waren eveneens aantrekkelijk. Voorts was Jericho gelegen aan belangrijke wegen en bezat een rijk handelscentrum. De imposante muren waren het geheim van Jericho's verdediging. De enorme hoogte en breedte maakten deze muren onoverkomelijk.

Met voldoende voedsel en watervoorzieningen in de stad, behoefden de poorten nooit geopend te worden. Jericho was onneembaar!

De militaire leider van Israël was zich ongetwijfeld bewust van deze bijzondere moeilijkheden. Jozua ging persoonlijk naar Jericho om het terrein te verkennen. Hoe kon zijn leger deze stad ooit veroveren? In het licht van zulke onmogelijkheden kan een bevelhebber toch geen redelijke beslissing nemen?

Deze godvrezende officier was een man van het gebed, maar hij moest ook een man van de daad zijn. Welke oplossing was hier aan te bieden? Geen enkele! De toestand was kritiek. Jozua had nog nooit voor een dergelijke situatie gestaan. Hoe moest hij nu te werk gaan? Hij kon geen stap verder. De Heere had in het verleden zo dikwijls door geholpen, waar was de Heere nu?

Plotseling, terwijl Jozua zijn ogen ophief, zag hij op een zekere afstand een man met een uitgestrekt zwaard in zijn hand voor zich staan. Moedig naderde hij deze persoon en vroeg: „Zijt Gij van ons of van onze vijanden?" Jozua ontving een opmerkelijk antwoord. „Ik ben noch vriend noch vijand. Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN (van het leger der engelen): Ik ben nu gekomen!"

Aleer deze zin beëindigd was, viel Jozua de Engel des Heeren in de rede. Eerbiedig ter aarde vallende, vroeg hij: „Wat spreekt mijn Heere tot Zijn knecht?" De Engel des Heeren is dezelfde verheven Persoon Die in de volheid des tijds naar de aarde kwam en gelegd werd in de kribbe van Bethlehem.

Jozua werd verteld dat zijn voeten hier op heilige grond vertoefden. Hij ontving, zoals Mozes bij de brandende braambos, het bevel zijn schoenen uit te trekken. Deze heilige Krijgsman met het uitgetrokken zwaard in Zijn hand, kwam om Jozua en zijn volk bij te staan.

Israëls opperbevelhebber werd wonderlijk vertroost door deze openbaring van de Engel des Heeren, de Vorst van het hemelse leger der engelen. „Ik ben nu gekomen", zo sprak de Heere, „nu op dit kritieke moment, nu terwijl u in deze onmogelijke omstandigheden vertoeft."

De Heere verscheen aan de pelgrim Abraham als een pelgrim, en aan Jakob de worstelaar als een worstelaar, aan de vrienden van Daniël in de vurige oven als iemand die met hen in het vuur vertoefde. En hier aan Jozua de bevelhebber van Israëls leger, als de bevelhebber van het hemelse heirleger.

De Heere kent op een volmaakte wijze de omstandigheden waarin Zijn kinderen vertoeven. Wanneer de liefdevolle Zaligmaker Zichzelf aan het hart van een verloren zondaar openbaart, dan leidt dit altijd tot diepe verootmoediging en verwondering. De rijkdom van die liefde is nooit ten volle in woorden te beschrijven. De liefde van de Heere Jezus aan het hart geopenbaard redt uit alle nood, vertroost, geeft vrede en vervult ons met een heilig geluk.

Dan zou men het iedereen die men ontmoet zo graag aanbevelen. Want het is zo'n groot verschil: Het leven zonder de Heere (het is zo arm), en het leven met de Heere (het is zo rijk). Indien we dan nog bedenken dat het alles uit genade is, dan kan de grootste der zondaren zalig worden. Want voor de Heere is niets en niemand onmogelijk.

„Gij, die God zoekt in al uw zielsverdriet.
Houdt aan, grijpt moed, uw hart zal vrolijk leven;
Nooddruftigen veracht Zijn goedheid niet;
Nooit zal Hij Zijn gevangenen begeven."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.