+ Meer informatie

Gods soevereiniteit en het aanbod van genade (5)

8 minuten leestijd

De algenoegzaarriheid van Christus' offer

Wij hebben al gezegd, dat de ware prediking, prediking van Christus is. In de prediking wordt de heerlijkheid, volheid en algenoegzaamheid verkondigd van Christus, de Gekruisigde. Daarom is de boodschap van zaligheid geen leugen of ledige klank.

Het offer van Christus is overvloedig genoegzaam tot verzoening van de zonden der gehele wereld, zo zeggen de Dordtse Leerregels. Alle calvinisten hebben geleerd, dat nooit één mens verloren gaat omdat er gebrek of tekort in Christus is. De verdiensten van Christus zijn zo groot en rijk, dat wanneer het Gods voornemen geweest was om de gehele wereld te zaligen, de verzoening van Christus daartoe toereikend zou zijn. De kracht en de uitgestrektheid van Jezus' offer is zo groot vanwege twee elementen, die in de verzoening die Christus teweeggebracht heeft aanwezig zijn.

De tweeërlei oorzaak van de algenoegzaamheid van Jezus' offer is: ten eerste: de waardigheid van de Persoon, die het offer bracht en Zich zelf geofferd heeft; ten tweede: de grootheid van de pijn en de smart, die Hij onderging en die Hij alleen bij machte was om te dragen.

Deze twee zaken verklaren de werkelijke waarde van de bloedstorting van Jezus Christus. De Persoon Die als Borg leed en stierf, was niemand minder dan de eeuwige Zoon van de eeuwige God. Vanwege de Persoon Die voldaan heeft en vanwege de straf en vloek die Hij bij machte was te dragen en weg te dragen, bezit Christus' offer een oneindige algenoegzaamheid.

Tot de eer van Christus, de Middelaar Gods en der mensen, verklaart Christus in de prediking van het evangelie dat Zijn dood en bloedstorting zo groot en van zulk een dierbare waarde, oneindige volheid en genoegzaamheid is, dat het in ieder opzicht in staat was om de ganse wereld te rechtvaardigen en te verlossen. Het is bij machte al de zonden van alle mensen weg te nemen en hen in eeuwige heerlijkheid te brengen, indien dit Gods welbehagen geweest ware. Er is genoeg in Christus voor de grootste der zondaren. Op dit fundament rust de prediking van het evangelie. Het evangelie predikt de waardigheid en volheid van Christus' verzoening.

Dr. Owen zegt daarvan: „De algemene bekendmaking van het evangelie aan alle volken, heeft het recht om alle creaturen gepredikt te worden, omdat de weg der zaligheid, die het verklaart wijd genoeg is voor allen om er in te wandelen. Er is genoeg in het geneesmiddel dat het aan het licht brengt om al hun ziekten te genezen, om hen van al hun kwalen te verlossen. Indien er duizend werelden zouden zijn, het evangelie van Christus zou op deze grond tot hen allen gepredikt mogen worden, omdat er genoeg zaligheid üi Christus zou zijn voor hen allen, indien het slechts zo was dat zij kracht van Hem zouden trekken door Hem door het geloof aan te raken, hetwelk de enige manier is om verfrissing van deze fontein te trekken.

Het is dan ook geheel tevergeefs wat sommigen tegenstaan, dat de prediking van het evangelie tot allen, totaal onnodig en onnuttig is, indien Christus niet voor allen is gestorven, ja dat het mensen oproept om te geloven wat niet waar is, namelijk: dat Christus voor hen is gestorven, want, ten eerste: Naast het feit dat onder die volken waartoe het evangelie is gezonden er altijd enigen zijn, die gered moeten worden (Ik heb veel volks in deze stad), hetwelk zij niet kunnen worden, tenzij het evangelie gepredikt wordt tot hen, zowel als tot anderen.

Ten tweede: dat in de huishouding en de bedeling van het nieuwe verbond, waardoor alle uitwendige verschillen en voorrechten van volk, taal en natie ontbonden en weggenomen is geworden, het woord der genade gepredikt diende te worden zonder onderscheid en alle mensen overal opgeroepen worden om zich te bekeren.

Ten derde: dat wanneer God mensen oproept om te geloven, roept Hij hen niet in de eerste plaats op om te geloven dat Christus voor hen stierf, maar dat geen andere naam onder de hemel aan de mensen gegeven is waardoor zij moeten zalig worden, dan alleen de naam van Jezus Christus, door Wien hun zaligheid gepredikt wordt.

Ik verklaar dat naast deze zekere waarheden, die ten volle het bezwaar wegnemen, deze éne zaak waarvan wij gesproken hebben een voldoende basis en grond is voor al die algemene voorschriften van de prediking van het evangelie aan alle mensen, namelijk: de algenoegzaamheid van Christus, die wij hebben beschreven." (The Death of Death, blz. 297.)

Hoe duidelijk komt in dit antwoord aan het licht, dat de prediking van het evangelie gewaagt van de volheid en algenoegzaamheid van Christus en daarom vrij tot allen kan worden gericht. Het aanbod van genade tot allen behoeft niet te rusten op een algemene verkiezing of algemene verzoening, er zijn geen veronderstellingen voor nodig, want het evangelie predikt de blijde zekerheid dat er in Christus genoeg is voor de grootste van de zondaren. Maar zult u zeggen, er is toch een beperking in Christus' offer. Inderdaad! Het is echter geen beperking wat betreft de algenoegzaamheid en kracht, maar wat betreft het voorgestelde doel van Christus' verzoening. God heeft het doel van dit offer beperkt. Christus' verzoening heeft als einddoel de zaligheid van de uitverkorenen, die allen en die alleen.

Voor hen alleen is Hij gestorven. Voor Zijn schapen heeft Hij Zijn leven afgelegd. Hij vertegenwoordigde hen alleen als Borg in het Verbond en zodanig is Hij ook gestorven.

Maar het evangelie verkondigt niet het verborgen doel dat God met Christus' offer beoogt, maar het verkondigt de kracht en algenoegzaamheid van Christus' offer. Dit is dan ook altijd in de prediking van onze reformatorische vaders terug te vinden.

Zij behoefden geen algemene verzoening te leren om een welmenend aanbod van genade te prediken. Zij rustten met die prediking op de algenoegzaamheid en kracht van Christus' offerande en verkondigden dat er in Christus zaligheid was voor de grootste der zondaren.

Zij verloren daarbij niet uit het oog, wat de theologen van Dordt zeggen in de 5 Art.: „Want dit is geweest de gans vrije raad, de genadige wil en het voornemen Gods des Vaders dat de levendmakende en zaligmakende kracht van de dierbare dood Zijns Zoons zich uitstrekken zou tot alle uitverkorenen om die alleen met het rechtvaardigend geloof te begiftigen en door hetzelve onfeilbaar tot de zaligheid te brengen." (5 Art. 2-8.)

De wetenschap dat dit de verborgen raad Gods was, deed de reformatorische vaderen roemen in de zekerheid, dat Christus' offer nooit zonder vruchten kan zijn. Al zagen zij het merendeel hunners hoorders de boodschap van het evangelie verwerpen en dit heerlijke eerstgeboorterecht verkopen voor een schotel linzemoes. Gods bepaling dat door die dood van Christus een volk van uitverkorenen onfeilbaar tot de zaligheid zou worden gebracht was hun tot troost en roem.

Waar de remonstranten niet verder konden komen dan te bazelen over „mogelijkheid" dat mensen zalig zouden worden door Jezus' offer, deed de verkiezing Gods hen roemen van de zekerheid dat door Christus' offer een uitverkoren schare zondaren zou zalig worden.

Het deed hen zeggen: „Het is onmogelijk, dat de hoogste, bijzondere liefde, die God bewoog om Zijn Eniggeboren Zoon te geven om een pijnlijke, schandelijke en smadelijke dood te ondergaan alleen zou zijn om de mogelijkheid te verwerven voor een onbekend aantal mensen om zalig te kunnen worden". (Death of Death, Dr. Owen.)

Wat dat betreft predikten zij de zekerheid, dat een schare uitverkorenen zalig zou worden, omdat de dood van Christus niet zonder vruchten kan zijn.

Hier verlustigden zij zich in de verkiezing en het verborgen besluit Gods en predikten dat er bij God geen onzekerheid of afwachten bestond, maar dat naar Zijn eeuwig en onveranderlijk voornemen een schare uitverkoren zondaren door de dood van Christus zeker zalig zou worden. Zij brachten de boodschap van de Borg en Zaligmaker, Die zegt: „Israël zal zich niet laten verzamelen, nochtans zal Ik verheerlijkt worden in de ogen des Heeren." (Jes. 49 : 5).

Als het echter ging over de verkondiging van het evangelie spraken zij vanuit de algenoegzaamheid en volheid, die er in Christus offerande is voor de grootste der zondaren. Om u er een voorbeeld van te geven luisteren wij naar de bekende prediker S. Rutherford. In zijn boek „Christus stervende en zondaren tot Zich trekkende" zegt hij:

Evenals er geen verdienste, verdienstelijkheid, werk of loon is in de ellendige zondaar, die in zijn bloed ligt te sterven en verstandeloos, ongehoorzaam, misleid en allerlei begeerlijkheden dienende is, zo ook is er zoveel liefde, menslievendheid en vrije genade in den hemel, in

het hart van Christus als genoegzaam zou zijn om allen, die in of buiten de hel zijn zalig te maken. Ik zeg dit niet ten opzichte van des Heeren voornemen, alsof Zijn welbehagen zich tot elk en een iegelijk der mensenkinderen zou uitstrekken met de bedoeling om die zalig te maken, maar omdat wat betreft het innerlijk gewicht en de uitgebreidheid dezer liefde, het hart en de ingewanden van Christus zulk een zee en oceaan van oneindige liefde bevat, dat zij tot overvloeiens toe vol zijn, genoegzaam om een oneindig aantal werelden van zondaren meer dan zalig te maken en meer dan lief te hebben, indien maar allen konden komen om deze borsten, die van Christus' vrije genade overlopen uit te halen, te drinken en te zuigen, zodat God geen God en de Verlosser geen Verlosser zou zijn, indien deze vrije liefde binnen oevers of grenzen bepaald kon worden. (Deel 1, blz. 306).

Dordrecht

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.