+ Meer informatie

VRIENDSCHAP EN VERKERING

12 minuten leestijd

.. .er is een liefhebber, die meer aankleeft dasi een broeder." (Spr. 18

Wie kan leven zonder liefde?

Wie kan buiten de banden van vriendschap en liefde leven? Wie heeft er geen behoefte aan het begrip, dat er aan ten. grondslag ligt, en aan het gevoel van geborgenheid en veiligheid, dat eruit voortkomt?

Je zult ongetwijfeld bij het lezen van deze vragen de hunkering naar de warmte, die de liefde in dit leven kan geven, voelen toenemen. Misschien heb je die moeilijke tijd in je leven, de tijd, , dat je je beledigd voelde als je met „kind" aangesproken werd en je je toch nog niet door de wereld, van de volwassenen opgenomen voelde, al achter de rug. Misschien zit je er nog midden in. Je voelt je dan zo dikwijls op jezelf teruggeworpen; je kunt je dan zo eenzaam voelen, zo onbegrepen. Je snakt naar begrip, maar haast niemand neemt je serieus, en misschien is het ook wel een beetje je eigen schuld, omdat je voortdurend je gedachten camoufleert achter een houding van scherts. Het gevoel van eenzaamheid maakt zich steeds weer van je meester, en het scheelt niet veel, of je leeft alleen nog maar van eigenliefde, van het medelijden, dat. je met jezelf hebt. Hoewel je zo: op een dood spoor dreigt te raken (je moet nou eenmaal niet zo. op jezelf gericht blijven), toch is het een gezond verschijnsel, dat je behoefte hebt aan. begrip en liefde, een behoefte om geliefd te worden èn (want dat hoort erbij!) een behoefte om lief te hebben. Want zo heeft de Heere de mens geschapen; in een liefdesrelatie tot Hem, en met de aanleg voor een liefdesrelatie tot de medemens. Vooral in de puberteit komt dit openbaar. Maar door de zonde is dit allemaal zo verworden; we richten onze liefde meest op onszelf en vergeten, dat ze naar buitentoe gericht moet zijn. Laat je behoefte aan liefde in de eerste plaats een behoefte zijn aan iemand aan wie je je liefde kwijtkunt; het zal dan vroeg, of laat beantwoord worden met begrip en wederliefde.

Jc behoort hierbij nog niet in de eerste plaats aan verkering te denken. Ook de „gewone" vriendschapsbanden kunnen in deze behoefte voorzien. Niet zelden zie je, dat op deze leeftijd vriendschapsbanden voor het leven ontstaan. Ze zijn hecht, omdat je de ander in je hart hebt laten, kijken; je spreekt over tere en intieme dingen. Dat doe je niet met iedereen, En dat moet je ook niet met iedereen doen. Als je: paarlen voor de zwijnen werpt, vertrappen ze die; daarna keren ze zich om, met de bedoeling om je te verscheuren! Maar een intieme vriend of vriendin kan veel voor je betekenen. Vooral als je met elkaar over

de belangrijkste dingen van het leven kunt spreken. Wordt van de vriendschap van David en Jonathan niet gezegd, dat ze „wonderlijker was dan de liefde der vrouwen"? (2 Sam. 1 : 26)

„Het Is niet goed, dat de mens alleen zij." (Gen. 2 : 18)

In de meeste gevallen zal de behoefte aan een vertrouwelijke vriendschapsrelatie uitlopen op de behoefte aan een levenspartner.

Dat is ook in overeenstemming met Gods Woord: , „Het is niet goed dat de mens alleen zij". Het is een wonderschone gave van God, als een jongen en een meisje elkaar vinden voor het leven, en als man en vrouw lief en leed met elkaar mogen delen, verenigd door een hechte liefdesband. Ons huwelijksformulier zegt. dat de Heere Adam een vrouw gaf, en daarmee betuigde ook nu ieder zijn vrouw als met Zijn hand toe te brengen. Hoe de Heere dit doet, is verschillend. Maar het mag ieder de vrijmoedigheid geven ook deze dingen voor Gods aangezicht te brengen. En verder zal, zoals in alles, de middellijke weg wel de meest natuurlijke zijn. Daarbij wordt de aktiviteit van de mens dus niet uitgesloten, en ook staat zijn verantwoordelijkheid niet buiten speli Het begint meestal met een verliefdheid: een jongen voelt zich erg tot een meisje aangetrokken, of andersom. Het is goed de verliefdheid duidelijk van de liefde te onderscheiden. Ze is impulsief, onberedeneerd, en behoeft beslist niet op een verkering uit te lopen. Het is soms duidelijk het beste, dat het daar niet op uitloopt. De verschillen in levensovertuiging kunnen van die aard zijn, dat een harmonisch huwelijk uitgesloten moet worden geacht, of zelfs ongeoorloofd is. Het kan zijn, dat een nauwere relatie nodig is, om er achter te komen, of er van een huwelijk sprake kan zijn. Zijn de verschillen te groot, dan moet men uit elkaar gaan. Want liefde groeit. Naarmate de verkering voortduurt, zal het moeilijker worden om de band te verbreken. En een huwelijk is de intiemste levensgemeenschap! Ze wordt aangegaan voor het leven! Kan dit en mag dit als beide partijen in levensovertuiging en daardoor ook in levensdoel wezenlijk verschillen?

„Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen." (2 Kor. 6 : 14)

Het is al vaak gebeurd, dat een jongen en een meisje van verschillende levensovertuiging tegen de raad van hun ouders hun verkering tot een huwelijk lieten komen, om dan te beginnen aan een .leven vol spanning, ruzie en nijd. Hoeveel echtscheidingen zijn hier al uit voort gekomen? Als jij soms in zo'n situatie verkeert, bedenk dan, dat je huwelijk voor heel je leven bedoeld, is, en dat het beter is ten halve te keren, dan ten hele te dwalen. De gedachte, dat de liefde alle tegenstellingen wel zal overwinnen, gaat niet op, omdat er tegenstellingen zijn, die door liefde alleen maar pijnlijker worden. Als een gelovige vrouw haar ongelovige man liefheeft, zal ze hem geen (valse) rust gunnen. Het .„kom ga met ons en doe als wij" zal in veel gevallen echter verbitteren, met alle gevolgen van dien.

Het komt ook veel voor, dat twee partners van heel verschillende komaf voor de toekomst de weg van de minste weerstand kiezen. Hoeveel zijn er zo al langzaam van de kerk af gegroeid? Langzaam, o ja, want het was echt de bedoeling niet toen men verkering kreeg. Er waren zulke mooie beloften!

Het is mooi als je verkering krijgt binnen onze gemeenten. Dan behoeft het kerkverband geen moeilijkheden te geven. Maar toch: er zijn belangrijker dingen dan een kerkverband! Want ook binnen onze gemeenten zijn er, wier levensideaal verre van geestelijk is. En hoe zal het huwelijk zijn tussen een meisje dat de Heere wil dienen, en een jongen voor wie slechts materiële belangen gelden?

„Een iegelijk heelt zijn eigen gave van .God." (i Kor. 7 : 7)

Maar niet iedereen komt tot een huwelijk. En dat door verschillende oorzaken. Er zijn er, die telkens een aanzoek afslaan of een verkering verbreken. De oorzaak daarvan kan liggen in een verkeerde instelling tegenover de ander. Ik kom daarop hieronder nog terug. Ook zijn er jongens die de stoute schoenen niet durven aan te trekken. Ze zijn misschien te zwak om een blauwtje te lopen. Hoewel dat hard kan aankomen, moeten ze toch maar eens flink zijn. Valt het tegen en verwerken ze het, dan

sterkt het zeker hun karakter.

Maar het huwelijk is toch niet voor iedereen weggelegd. Je hoort zoiets wel eens zeggen vanuit een zekere noodlotsgedachte, met een bittere ondertoon. Er klinkt opstand in door en men kan zich dan met Gods zorg over ons leven, Zijn voorzienig bestuur, niet verenigen. Dat is erg verdrietig en het veroorzaakt dikwijls het gevoel, dat het leven mislukt is en niet aan zijn doel heeft beantwoord. Toch is 1 dit niet terecht. De Heere heeft ook hier een bedoeling mee. En zo kan het ook ervaren worden! De Heere onthoudt ons het huwelijk niet zonder een bijzondere bedoeling. Hij heeft dan werk voor ons wat we, als we gehuwd zouden zijn, nooit zouden kunnen doen. Wat dat is, moet misschien de toekomst nog leren. Of beter: de Heere kan het ons leren. Als we die taak zien — in onze werkkring, in bepaalde familieomstandigheden, in hulpverlening in de gemeente, of in iets anders, dan wordt het ongehuwd zijn een gave. Zo heeft Paulus het ook ervaren: als een gave van God. De Heere wil ons wel eens op een andere plaats hebben dan waar wij zelf willen zijn. We hebben geen vrede zolang we niet in Zijn wil berusten en ons er niet mee verenigen. Maar zien we Gods weg met ons als een opdracht, dan gaan we positief waarderen, wat Hij voor ons weggelegd heeft. Dat is dan een plaats die we anders, door een huwelijk, niet hadden kunnen innemen, waar en hoe dan ook. Alleen het vragen naar Gods wil kan vrede geven. En dat zo'n leven zonder een huwelijk geen leven zonder liefde behoeft te zijn, toont ons het leven van de apostel Paulus toch overduidelijk. Lees slechts 1 Kor. 13!

„Geeft en u zal gegeven worden." (Luk. 7 : 38)

Er zijn verkeringen en huwelijken waarin de liefde kwijnt. Meestal zoekt men de oorzaak daarvan bij de ander. Maar zolang men dat doet, zal er geen verbetering optreden.

Door de zonde is de mens egoïstisch geworden. En altijd weer is er die strik om te vragen: wat doet de ander voor mij? We voelen ons zo gauw tekort gedaan. Of we vinden de ander te egoïstisch.

Maar bij die ander zit het wel. Natuurlijk, er is zeker iets van waar. Maar... zien we onszelf? We zijn er niet verantwoordelijk voor wat de ander voor ons is, maar wel voor wat wij voor de ander zijn! Een noodzakelijke voorwaarde voor liefde is: het betrokken zijn op de ander. Er moet een bereidheid zijn om de ander te leren kennen, met hem of haar mee te leven en waar mogelijk te helpen.

Zoeken we dit eerst bij de ander, dan zijn we aan het verkeerde adres! Is het er bij ons, dan. zal het op de duur bij de ander wel verwondering en liefde wekken. Door geen middel wordt meer liefde ontvangen dan door liefde te geven. Liefde wekt liefde! Waar echter de bereidheid om te geven afwezig is, daar moeten we niet verwonderd zijn als we niets ontvangen.

„.... de liefde handelt niet lichtvaardiglijk .... zij zoekt zichzelf niet. . (1 Kor. 13 : 4, 5)

Hoewel deze woorden zeker in de eerste plaats gelden van de liefde tussen Christus en Zijn bruidskerk, toch. zijn ze ook van toepassing op de huwelijksliefde en de liefdesrelatie zoals deze zich kan ontwikkelen tussen een jongen en een meisje.

Er zijn veel misverstanden over de liefde. In onze tijd wordt door velen zelfs sexualiteit wel met deze naam aangeduid. Als je verder ook niets kent

De natuurlijke liefde kwijnt, en — naar te vrezen is — verdwijnt, steeds meer, zoals de Heere Jezus ook van de laatste tijden voorzegd heeft. Maar wie de aard van de liefde kent, die zal ze als een dierbaar goed willen bewaren; die zal ze ook nooit lichtvaardig verwarren met of op laten gaan in sexualiteit.

Mag er in een gezonde verkering sprake zijn van een naar elkaar toegroeien op alle gebied, toch moet de eenwording, het „tot een vlees worden" zoals de Bijbel het noemt, bewaard worden tot het huwelijk. De eenwording is een uitdrukkingsvorm van de liefde, waar God het krijgen van kinderen aan verbonden heeft. Wie de sexualiteit niet ziet als een uitdrukkingsvorm van veronderstelde liefde, die verlaagt de mens tot een dier! De „geestelijke" toenadering moet in de verkeringstijd de volle nadruk krijgen. Je moet elkaar daartoe leren kennen niet alleen in de persoonlijke ontmoeting, maar ook in omgang met anderen; dat is van belang om eikaars karakter goed te leren kennen. Daarom is het goed tijdens de verkering veel in gezinsverband te zijn. Ook is het jammer, dat veel jongens en meisjes als ze verkering krijgen, van de jeugdvereniging afgaan.

Dat was toch niet het enige doel van de vereniging voor hen?

Maar al moet de „geestelijke" toenadering de nadruk krijgen, niemand kan ontkennen, dat je ook lichamelijk naar elkaar toegroeit. De zoen bewijst het.

Vroeger was het in onze kuituur een vrij algemeen aanvaarde norm, dat de gemeenschap tot het huwelijk werd bewaard. Moést een paartje trouwen, dan moest ook schuldbelijdenis worden algelegd. In onze tijd achten velen deze normen hopeloos verouderd. De sexualiteit wordt losgemaakt van het huwelijk; het hoort bij de omgangsvormen, zegt men. In ieder geval wil men veel meer vrijheid op dit gebied. Zo wordt ook hier gescheiden, wat God samengevoegd heeft. Iioe hier de hele huwelijksmoraal ondergraven wordt en het gezin, de kern van onze samenleving in het hart wordt aangetast, zullen we hier niet verder bespreken. Maar er kan geen zegen rusten op het uiteenrukken en vertrappen van Gods scheppingsinstellingen. Laten we daarom waken tegen normverschuivingen onder ons. Bijbelse normen veranderen niet!

Wie liefheeft, weet de ander te sparen. De liefde zoekt zichzelf niet. Ze zal zoeken te bewaren, wat God voor het huwelijk gegeven heeft. De liefde kent zelfverloochening, dus ook zelfbeheersing. Het beste voor de ander te zoeken, gaat soms zelfs verder, dan te zoeken wat de ander begeert: het is : zoeken, wat

goed voor de ander is. En wie ziet het witte bruidstoilet niet graag als een symbool voor de maagdelijkheid van de bruid?

Laat de liefde zo in alles het sterkste zijn en overwinnen over alles wat zou kunnen schaden. Laat ze haar beeld vinden in wat de I-Ieere met haar wilde vergelijken: de liefdesrelatie tussen Hem en Zijn volk, tussen Christus en Zijn bruidskerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.