+ Meer informatie

RumoER om ons Psalmboek

4 minuten leestijd

Maassluis:

In 1775 was de sfeer in Maassluis zeer geladen door de verkiezing van de scheepstimmermansbaas Leendert Steur tot diaken. Een gedeelte der gemeente wilde iemand anders verkoren hebben. Bovendien was er enig gemor geweest over de invoering van de nieuwe psalmberijming. Toch kon deze nog ongehinderd doorgaan. Het getuigt niet van wijs beleid van de kerkeraad, om tijdens deze min of meer gespannen toestand met de invoering van de korte zingtrant te beginnen.

Men begon in Mei 1775. Zes wieken lang oefende men vier avonden per week in de Grote Kerk van zeven tot acht onder leiding van de organist met het kerkorgel. Na die 24 repetities preekte Ds Daniël van Sprang 's Zondags over Kolossensen 3 : 16: Het woord van Christus wone rijkelijk in U in alle wijsheid; leest en vermaant elkander met psalmen en lofzangen en geestelijke liedekens, zingende de Heere met aangenaamheid in Uw hart." Aan het einde van de preek wekte Zijn Eerw. de gemeente op tot eenparig en stichtelijk zingen. Voor 't eerst had de nieuwe zingtrant nu plaats met de nazang. Het ging vrij behoorlijk en de eerste zes weken bleef dat zo.

Ondertussen begonnen de scheepstimmerlieden op de werf van Steur ten aanhore van de vissers de nieuwe zangwijze voor paaps, Luthers en afgodisch te bestempelen. Schotschriften werden er geschreven, waarin de leraar van Sprang en de Controleur der Convoyen en Li centen Willem van der Ja gt voor de uitvinders en doordrijvers van de dans-en comediezang werden genoemd en eindelijk werden ze bedreigd met de woede van het gemeen. Deze geschriften werden o.a. bij van Sprang en van der Jagt onder de deuren doorgeschoven en 's Zondags vond men ze in de kerkezakjes. Men stoorde zich er echter niet aan.

De 27e Augustus werd voor 't eerst de godsdienstoefening gestoord. Bij 't zingen van het eerste vers schreeuwde een pisser, een kuiper en een straatwerker tussen de zangregels, wat zij né het zingen herhaalden. Iets dergelijks gebeurde er de daaropvolgende Woensdag in de Kleine Kerk. Op de galerij zaten o.a. een biersteker, 5 vissers, een melkboer en 2 vrouwen, die al tierende de voorzanger van de wijs trachtten te brengen. Het gelukte hun niet, maar de predikant Kornelis van Wanen was dusdanig ontroerd, dat hij buiten staat was te preken en met het uitspreken van de gewrme zegenwens liet hij de gemeente gaan. Twee dagen later, 's Vrijdagsavonds, was de stedehouder des Baljuws van Delfsland met zijn dienders aanwezig. Eén oud koopvaardijschipper bleef toen nog doorzingen tussen de regels. De daaropvolgende Zondag was de verwarring groter, omdat er voor het koor een groep kuipers en scheepstimmerlieden onder het zingen stond te schreeuwen; 's middags gebeurde hetzelfde in beide kerken en "s {.wonds in de Kleine Kerk. In de volgende Woensdagavondpreek kregen de oproermakers geen kans, doordat zes of zeven voorstanders van de nieuwe zangwijze de voorzanger flink met hun gezang ondersteunden. Daarom gingen de rustverstoorders de galerij op en neer lopen om geschuifel en gestommel te veroorzaken. 's Vrijdags moest Ds van Sprang ophouden in zijn voorafspraak, omdat plotseling een oude visser opstond en een vers uit het psalmboek van Datheen begon te zingen, al dra daarbij geholpen door de melkboer en de scheepmakersjongen. Toen ze met z'n drieën uitgezongen waren, kon de predikant weer verder gaan. Bij het uitspreken van de zegen ontstond er echter een onstuimig geschreeuw, veroorzaakt door een bende vissers, waarbij zich enkele leeglopers, enige vrouwen en de melkboer met twee jongens gevoegd hadden. Verstaanbaar was het niet, want de organist Jan Hendrik Bruyninkhuysen haalde zoveel geluid uit zijn orgel, waarbij hij de diepste tonen gebruikte, dat de schréeuwers overstemd werden. De grofste scheldwoorden en bedreigingen werden geuit: men zou de huizen van de predikant en van v. d. Jagt uitplunderen, de leraars van de preekstoel en de voorzangers van de lessenaars wegslepen. Enige scheepstimmerlieden mompelden, dat ze er met hun bijlen op af wilden.

Do liefhebbers van de korte zingtrant ontzonk de moed echter niet. Om het nog beter te leren, huurden ze een leegstaand huis in de Nieuwstraat en richtten er een zanggezelschap op onder directie van Bartholomeüs Ouboter, voorzanger van de Kleine Kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.