+ Meer informatie

ZEGENEN

8 minuten leestijd

Wat gebeurt er als de predikant ons ‘s zondags de zegen oplegt? Wat houdt die zegen in? En wie is bevoegd om een ander te zegenen? Mogen wij elkaar zegenen binnen de gemeente? Allerlei vragen, die op kunnen komen als we nadenken over zegenen. Ik hoop in dit artikel er kort iets over te zeggen vanuit wat we horen in de Bijbel.

MAGISCHE VISIE OP ZEGEN?

Het eerste wat misschien opkomt bij het woord zegenen: dat is een soort magisch geheel, een bepaalde kracht, die ten goede werkt. In onze moderne maatschappij is daar weer meer aandacht voor. Er is meer tussen hemel en aarde en zo worden magische handelingen weer belangrijker voor veel mensen, iets wat ook de kerken niet voorbijgaat. De zegen past perfect in dat plaatje. Wie de zegen meegekregen heeft, heeft toch iets van een magische kracht van God meegekregen, die je helpt en steunt.

Maar is dit Bijbels? Zegen is iets wat typisch is voor het oude Midden-Oosten. In de godsdiensten rondom Israël had het zeker iets magisch, een soort tastbare kracht, die werkt, net als de vloek. Wie vandaag in het Midden-Oosten rondloopt kan nog steeds een stuk angst merken bij mensen voor het boze oog, een negatieve magische kracht, die door andere opgeroepen kan worden. Net zo heeft zegen te maken met bepaalde handelingen of gebaren of een uitgesproken woord. Wie de verbijstering leest van Esau, die de zegen van vader Isaak aan zijn neus heeft voorbij zien gaan, kan denken, dat deze magische visie ook in de Bijbel thuishoort en dus ook voor ons vandaag van toepassing is.

GOD ZEGENT

Toch is dat niet het geval, ook niet in de geschiedenissen van de aartsvaders. Wie nauwkeurig leest, hoort hoe de zegen geen magische kracht is, die van vader op zoon wordt doorgestraald, een beetje zoals Jomanda flessen water instraalde, maar dat in die zegenwensen alles van de HERE verwacht wordt! Zegen komt niet van een of andere onpersoonlijke macht, zegen komt alleen van de HERE, een persoonlijke, zegenende God. Isaak zegent, maar Gód geeft kracht aan die zegen. Het is en blijft een soevereine daad van God.

INHOUD VAN DE ZEGEN

Wat houdt die zegen dan eigenlijk in? Laten we de zegen van Abraham eens beluisteren, we horen daar hoe de HERE tegen Abraham zegt:

‘Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden’. (Genesis 12:1-3)

Zegen staat tegenover vloek en wat die zegen inhoudt, dat horen we dan ook in de latere beloften aan Abraham, waarin de HERE zegt, dat Hij Abraham en zijn nageslacht ‘tot een God zal zijn’ en dat Hij ‘met hen zal zijn’. Zegen is dus een heel breed begrip voor al het goede watje van God krijgt als je genade gevonden hebt in zijn ogen. In het bijzonder geldt die zegen voor de mens als een handelend persoon in de geschiedenis. God zal met je gaan! Denk daarbij aan de woorden van Jezus vlak voor zijn hemelvaart aan zijn leerlingen, die met het evangelie de wereld ingaan: ‘Zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereld’. Wanneer wij handelen vanuit het evangelie, dan belooft Jezus ons zijn zegen! Jezus voer dan ook zegenend ten hemel op (Lukas 24:50,51).

Die zegen is dus een breed woord voor de genade van God. Zo staat in de Bijbel het hele leven onder de werking van zegen of vloek. De HERE zette bijvoorbeeld op de bergen Ebal en Gerizim het volk voor de keus tussen zegen of vloek (Deuteronomium 11:26-32). Als je dan kijkt waar die zegen en die vloek in het Oude Testament aan verbonden worden, dan is dat aan het houden van de geboden, met name aan het eerste gebod: ‘Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben’.

ZEGEN BINNEN DE EREDIENST

Juist om zo te leven met de HERE had je dan ook de dienst van de verzoening in de tempel nodig. De zegen krijgt dan ook een plaats binnen de eredienst van de tempel. Aäron en zijn zonen moesten de Israëlieten zegenen met de bekende zegen uit Numeri 6:22-27:

• ‘De HERE nu sprak tot Mozes: Spreek tot Aäron en zijn zonen: Zó zult gij de Israëlieten zegenen:

• De HERE zegene u en behoede u;

• de HERE doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig;

• de HERE verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede.

Zo zullen zij mijn naam op de Israëlieten leggen, en Ik zal hen zegenen’.

OOK DE MENS ZEGENT GOD

Ook hier zien we hoe je bij die zegen in alle breedte het goede kreeg toegezegd namens de HERE. Het goede wat je zo toegezegd kreeg en wat je in je leven mocht opmerken brengt je als mens dan ook tot een antwoord terug. Ook de méns kan de HÉRE zegenen! Wie zijn leven in Gods hand weet kan zijn hoop en dankbaarheid niet beter tot uitdrukking brengen dan zo, dat hij God de eer geeft. God zegenen is dan ook hetzelfde als Hem danken en loven.

ZEGEN IN HET NIEUWE TESTAMENT

Al deze dingen komen in het Nieuwe Testament terug. Hebreeën 11:20 bericht hoe Isaak Jakob en Esau gezegend heeft ‘door het geloof’. Dus ook hier is er geen sprake van een magische handeling, maar van een handeling door geloof in de belofte van God. Tegelijk zie je dus ook een duidelijke verschuiving! Ook in het Nieuwe Testament staat het hele leven onder de tweedeling van zegen of vloek, maar de zegen is niet langer verbonden aan het houden van de gebóden, maar aan het gelóóf in de Here Jezus Christus. In Galaten 3 grijpt Paulus terug op de zegen van Abraham:

‘Gij bemerkt dus, dat zij, die uit het geloof zijn, kinderen van Abraham zijn. En de Schrift, die tevoren zag, dat God de heidenen uit geloof rechtvaardigt, heeft tevoren aan Abraham het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken gezegend worden. Zij, die uit het geloof zijn, worden dus gezegend tezamen met de gelovige Abraham. Want allen, die het van werken der wet verwachten, liggen onder de vloek; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die zich niet houdt aan alles, wat geschreven is in het boek der wet, om dat te doen. En dat door de wet niemand voor God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk; immers, de rechtvaardige zal uit geloof leven. Doch bij de wet gaat het niet om geloof, maar: wie dat doet, zal daardoor leven. Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt. Zo is de zegen van Abraham tot de heidenen gekomen in Jezus Christus, opdat wij de belofte des Geestes ontvangen zouden door het geloof’.

CHRISTENEN ZEGENEN ELKAAR EN ANDEREN

Zegen wordt dus volledig verbonden aan de genade van God, waar we deel aan mogen hebben door het geloof. Maar zo worden wij ook opgeroepen om zelf uitdelers van die genade te zijn, als we opgeroepen worden om zelfs ‘te zegenen, wie je vervolgt’ (Romeinen 12:14)! Wat kan dit anders betekenen dan voor hem of haar, die je zegent, te bidden om het goede, om hem of haar in Christus’ naam het goede te wensen, namelijk Gods genade, die hem of haar verandert en bij Christus brengt?

Ook dan zijn wíj het niet, die een magische kracht tot onze beschikking hebben, maar dan is het Gód, die in zijn macht onze gebeden en wensen kan horen en verhoren.

CHRISTENEN ZEGENEN GOD

Ten slotte brengt dat ons ook tot het zegenen van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Jezus wordt ook wel de ‘Gezegende’ genoemd. In het boek Openbaring horen we over de aanbidding van het Lam, Jezus Christus.

LIJNEN NAAR ONSZELF

De kerk heeft vanuit al deze lijnen de conclusie getrokken, dat ook na onze dienst van de verzoening, de kerkdienst, de zegen van Aäron of een andere zegen (2 Korinthiërs 13:13) plaats mag vinden. Niet alleen in de tempel, maar ook in de synagoge werd de Aäronitische zegen gegeven door een priester en als er geen priester aanwezig was, dan werd die zegen als een zegenbede gebeden. De kerk heeft die traditie voortgezet in haar erediensten en verbonden aan het ambt van de dienaar van het Woord.

Ook die zegen is niet een magische kracht, maar wordt ons geschonken door onze Vader in de hemel en vraagt om ons geloof.

Daarnaast mogen we, zoals we boven zagen, ook elkaar en anderen zegenen. We mogen elkaar in onze gebeden opdragen aan Gods zegen, aan zijn genade en goedheid, hoe moeilijk dat ook is als we opgeroepen worden om daarin iedereen te betrekken en niet alleen de mensen, die wij sympathiek vinden!

Ten slotte zijn we als gemeente van Christus geroepen om een ruime plaats te hebben in ons leven voor de dankbaarheid en lof aan onze God:

‘Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus’ (Efeziërs 1:3)!

Drs. W.M. den Hertog (1975) is predikant te Rozenburg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.