+ Meer informatie

Taal is alledaags geworden

Loslaten schoolmeesteraanpak betekende redding van "Onze Taal"

10 minuten leestijd

Het Genootschap Onze Taal is niet meer wat het is geweest. De zwarte lijsten met 'verboden' woorden en uitdrukkingen zijn uit het gelijknamige blad verdwenen. "Die schoolmeesteraanpak is verleden tijd", zegt directeur Peter Smulders. "We brengen nu op een positieve manier de boeiende en speelse kanten van het Nederlands naar voren." Deze maand is het 75 jaar geleden dat "Onze Taal" voor het eerst verscheen.

"Mensen voortdurend op de vingers tikken, werkt averechts", is Smulders' ervaring. "En daar trek je zeker geen jongeren mee. Als we niet van die schoolmeesteraanpak waren afgestapt, had Onze Taal waarschijnlijk niet meer bestaan. In Vlaanderen is een vergelijkbare vereniging aan de opgeheven vinger ten onder gegaan."

In zekere zin heeft de Tweede Wereldoorlog Onze Taal gered. De oprichters van het genootschap deelden bezorgdheid over de teloorgang van de zuiverheid van het Nederlands. Vooral de invloed van het Duits -"verduitsching" heette het- was hen een doorn in het oog. Smulders, zelf vanaf 1983 als medewerker betrokken bij Onze Taal: "Het was een naar binnen gerichte, tamelijk elitaire club, die geen pogingen deed om het grote publiek te bereiken."

Oorlogsjaren

Gelet op de aanvankelijke doelstelling van Onze Taal is het opmerkelijk dat het genootschap tijdens de bezetting niets in de weg werd gelegd. Maar de redactie kon zich uiteraard niet langer openlijk keren tegen Duitse leenwoorden en germanismen. Heel diplomatiek benadrukte men daarom in de oorlogsjaren de waarde van de eigen taal door alternatieve Nederlandse woorden onder de aandacht te brengen. Die positieve benadering is nog steeds typerend voor het genootschap. In "Onze Taal" verschijnt dit jaar overigens een artikel over de oorlogsperiode.

Na de oorlog verminderde de invloed van het Duits op het Nederlands aanmerkelijk, zodat een belangrijke bestaansreden van het genootschap kwam te vervallen. De naoorlogse jaren, zeker na het overlijden van medeoprichter P. C. Smit in 1948, waren mede daardoor kritiek. Telde het genootschap in 1945 nog 6500 leden en abonnees, in 1952 waren dat er nog slechts 4500.

Met de benoeming van de neerlandicus Jan Veering in 1952 brak een nieuwe bloeiperiode aan. Een van zijn eerste wapenfeiten was het schrappen van de zwarte lijsten uit "Onze Taal". Veering vormde "Onze Taal" om tot een blad waarin taalvoorlichting en taalamusement voorop stonden, met artikelen voor een breed publiek.

Hun en hen

Scherpslijperij is Onze Taal vreemd. "We zijn geen taalpuristen", geeft Smulders aan. "De ontwikkeling van taal is een organisch proces dat zich niet zo gemakkelijk laat sturen, al is dat wel geprobeerd. Het onderscheid tussen hen en hun is bijvoorbeeld kunstmatig aangebracht en nog altijd worstelen mensen hiermee.

Een taal zoekt zelf de woorden die nodig zijn. Dikdoenerij gaat na verloop van tijd weer over. Veel mensen maken zich tegenwoordig zorgen over het toenemende aantal anglicismen in onze taal, woorden of uitdrukkingen die aan het Engels zijn ontleend. Ik ben daar niet zo beducht voor. Ze duiken alleen op waar een gat in het Nederlands ontstaat. Voor het woord "computer" bestond bijvoorbeeld nog geen Nederlands woord.

Anglicismen verdwijnen vaak ook weer. Niemand spreekt meer over een "wordprocessor" als hij een tekstverwerker bedoelt. En "even een afdrukje maken" wint terrein ten koste van "iets printen". Een grotere bedreiging voor het Nederlands is de verdringing door het Engels aan universiteiten en hogescholen en in het bedrijfsleven. In een vergadering waar twintig Nederlanders aanwezig zijn en één Engelssprekende, is het Engels algauw de voertaal. Op die manier wordt het Nederlands een tweederangstaal die niet geschikt is voor wetenschap en bedrijfsleven."

De cryptische taal die veel jongeren hanteren -straattaal, sms- en msn-taal- baart Smulders geen al te grote zorgen als het gaat over de toekomst van het Nederlands. "Het komt misschien enkele keren voor dat iemand "ff" schrijft in plaats van "even", maar hoe vaak zal dat zijn? De woordenschat van jongeren mag beperkt zijn, maar dat komt vanzelf goed wanneer ze ouder worden en de maatschappij in gaan. Jongeren weten trouwens heel goed het verschil tussen hun eigen taal en het officiële Nederlands. Ze hebben er juist behoefte aan om dat onderscheid te handhaven. Onderling gebruiken ze een soort geheimtaal om het groepsgevoel in stand te houden. Daarom willen ze niet dat iedereen hun manier van communiceren overneemt."

Informeel

Wel symboliseren sms- en msn-taal een ándere ontwikkeling, denkt Smulders. "Communicatie is informeler geworden, democratischer ook. Vroeger sprak men bij officiële gelegenheden een soort verheven kanseltaal, met mooie volzinnen. Op de radio hoorde je dat ook. Tegenwoordig is iedereen met taal bezig: een toespraakje bij een afscheid, een stukje voor een blad. Taal is alledaagser geworden. Het taalgebruik is misschien minder fraai, maar daarom nog niet minder waardevol. In communicatief opzicht is er sprake van een verbetering.

Ik pleit wel voor het beschikbaar stellen van meer taalmateriaal op scholen voor vmbo en mbo. Dan kunnen leerlingen die dat willen hun taalgevoeligheid beter ontwikkelen. Daar is nog te weinig aandacht voor."

Over verplatting en vergroving van het taalgebruik wil Smulders geen oordeel vellen. "Ik vraag me af of er sprake is van een trend. Vijftig jaar geleden werd er al geklaagd over ruwe taal op het voetbalveld. Ik geloof niet dat er een rechte lijn van goed naar slecht loopt.

Onze vijf taaladviseurs kijken vooral of een tekst taalkundig correct is. Wel geven ze suggesties als ze vinden dat iets mooier kan worden verwoord. Dat kunnen ze gewoon niet laten. Bij vloeken en ander grof taalgebruik wijzen we erop dat mensen daarmee gekwetst kunnen worden en dat dat afbreuk doet aan de boodschap. Soms moet je mensen tegen zichzelf beschermen. We zitten altijd aan de terughoudende kant, we adviseren nooit om grof te worden.

Aan de andere kant moeten we oppassen voor politiek correct taalgebruik. Ik heb er moeite mee als we geen "neger" of "bejaarde" meer mogen zeggen.

Als genootschap gaan we ervan uit dat iemand die wil communiceren een verhaal levert dat inhoudelijk voor dat doel geschikt is. Wij zeggen wat er taalkundig móét worden veranderd en geven aan wat er beter kán. Zo stonden er in de troonredes die premier Lubbers schreef nogal eens wollige zinnen die voor tweeërlei uitleg vatbaar waren. Maar als we daar de vinger bij legden, dan bleek er een politieke bedoeling achter te zitten."

Het mag allebei

De Taaladviesdienst van Onze Taal -indertijd was Smulders de eerste medewerker- geeft telefonisch en schriftelijk advies aan particulieren over taalkwesties. In 2005 beantwoordde de dienst zo'n 16.000 vragen. Niet altijd zijn de bellers tevreden over een advies. Met "het mag allebei" kunnen ze niet altijd uit de voeten. Smulders: "Mensen kunnen niet goed met vrijheid omgaan, daar hebben we ons wat op verkeken. Ze willen een woord maar op één manier schrijven. De tussen-n laten we bijvoorbeeld vrij, maar daar is niet iedereen mee gediend. Mensen hebben het gevoel dat ze toch nog met een probleem worden opgezadeld. Misschien moeten we in de toekomst onze adviserende taak iets strenger opvatten en mensen echt helpen een knoop door te hakken. Dat is beter dan dat ze met een ontevreden gevoel de hoorn neerleggen."


Genootschap Onze Taal

De vereniging "Genootschap Onze Taal" werd op 16 mei 1931 door dertig taalpuristen opgericht. Zij maakten zich zorgen over het groeiende aantal Duitse woorden en constructies (germanismen) in het Nederlands. In de jaren dertig en veertig was de belangrijkste activiteit van de vereniging dan ook het ontmaskeren van germanismen, maar vanaf de jaren vijftig kregen andere onderwerpen steeds meer de aandacht. Van een vereniging voor taalpuristen werd het Genootschap Onze Taal een podium voor taalliefhebbers. Het genootschap heeft op dit moment ongeveer 36.000 leden en is in zijn soort het grootste ter wereld.

Het lidmaatschap van het genootschap is gekoppeld aan een abonnement op het tijdschrift "Onze Taal", waarin deskundigen op een prettig leesbare manier over alle aspecten van de taal schrijven. Het eerste nummer van "Onze Taal" verscheen in maart 1932, nu 75 jaar geleden. De uitgave van het maandblad is de belangrijkste activiteit van het genootschap. "Onze Taal" bevat artikelen over goed of fout taalgebruik, leesbaar schrijven, spreken en presenteren, taal en computer, argumentatie, woordenboeken, nieuwe woorden, de herkomst van woorden, spelling, jongerentaal enz. Ook worden bijdragen van lezers opgenomen. Populair én gevreesd is de achterpagina met de rubriek "Ruggespraak", waarin missers uit de media een plek krijgen.

Genootschap Onze Taal heeft sinds 1985 een Taaladviesdienst, die vragen over de Nederlandse taal beantwoordt en teksten corrigeert. Verder geeft het genootschap door middel van congressen, de uitgave van boeken en een website in brede zin voorlichting over het Nederlands.

Het genootschap organiseert tweejaarlijks een publiekscongres, bijvoorbeeld over "De kansen van het Nederlands in een verenigd Europa", "Taal in het bedrijfsleven" of "Taal en media".

In 2006 gaf het genootschap het geruchtmakende Witte Boekje uit, een alternatieve spellingsgids. Het officiële Groene Boekje zou te ver van de praktijk af staan met onlogische spellingsvoorschriften.

Informatie: 070-3561220 of www.onzetaal.nl.


Troonrede

In 1987 kreeg het Genootschap Onze Taal landelijke bekendheid doordat het de opdracht kreeg om voortaan de Troonrede te corrigeren. Dat werk -ieder jaar treden twee taaladviseurs acht dagen voor de derde dinsdag van september in een geheimzinnig conclaaf met de minister-president, of, sinds Balkenende die functie bekleedt, met een hoge ambtenaar- zorgde het eerste jaar voor veel publiciteit. Volgens directeur Peter Smulders leidde dat tot een grote aanwas van leden. "De mensen hoorden over Onze Taal als een heel betrouwbare instantie, en raakten nieuwsgierig."


Verslaafd

Sommige mensen bellen een paar keer per week met vragen, anderen melden zich met een prangend probleem en komen als dat eenmaal bevredigend beantwoord is, nooit meer terug. Meer dan de helft van de vraagstellers belt vaker dan eens, schat taaladviseur Wouter van Wingerden. Er zijn ook mensen die vooral lijken te bellen om een praatje te maken: freelancers die veel alleen werken en bijna iedere dag wel een vraag hebben. Bij de Taaladviesdienst circuleert een verhaal over een vrouw die verslaafd was aan de dienst. Ze had het zelf in de gaten en probeerde met drastische maatregelen een eind te maken aan haar verslaving. Het liefst had ze gehad dat de taaladviseurs wel zouden opnemen, maar dan meteen zouden neerleggen als ze hoorden dat zij het was, maar dat konden de taaladviseurs niet over hun hart verkrijgen. Dus spraken ze af dat ze via de automatische telefoonherkenning van hun telefoon zouden vaststellen wie er belde, om telefoontjes van de taaladviesverslaafde vrouw te kunnen negeren. Inmiddels belt ze niet meer.


Oud en jong

Het generatieconflict gaat bij een organisatie als Onze Taal () misschien wel nooit voorbij: nog steeds zijn de vijftigplussers sterk vertegenwoordigd. Heel vreemd is dat niet. Aandacht en liefde voor de eigen taal komen bij veel mensen pas op latere leeftijd, en vaak uit die aandacht zich dan in klachten over de teloorgang van de taal. Jongeren voelen zich weinig aangetrokken tot dat geklaag. Redacteur Jaap de Jong: "Uit enquêtes die we wel eens houden, blijkt dat de gemiddelde lezer ongeveer vijftig is en redelijk hoog opgeleid. Veel lezers hebben in hun beroep op de een of andere manier met taal te maken: tekstschrijvers, ambtenaren, en natuurlijk leraren - en zeker niet alleen leraren Nederlands of vreemde talen, maar ook docenten in andere vakken."

Citaten uit: "Doe er wat aan! Portret van het Genootschap Onze Taal", door Marc van Oostendorp.


Veel ouderen eten alleen met kerst. (TC/Tubantia)

Gezocht: figuur- en hotelzeepjes, eventueel ruilen voor mijn dochter. (Antiek & verzamelkrant)

Je bent een spin met 4 of 5 poten die de volledige regie krijgt over het reilen en zeilen bij ons op kantoor. (Advertentie op vacaturesite)

Minder files na afsluiten wegen. (Brabants Dagblad)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.