+ Meer informatie

OP DE WACHTTOREN

6 minuten leestijd

Binding en ontbinding.

Wij lezen in Openb. 20, dat de satan is gebonien duizend jaar. Deze duizendjarige binding s van grote betekenis voor de komst van het Koninkrijk Gods.

O zeker, wij weten wel, daar zijn verschillende gedachten over deze duizendjarige binding. In het verlengde hiervan ligt de leer van het iuizendjarig vrederijk. Tweeërlei wedercomst! Tweeërlei opstanding! Wij willen ons laar niet in verdiepen, alleen willen wij het volle aksent laten vallen op het doel van deze nnding, namelijk: „opdat hij de volken niet neer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geëindigd zijn”.

De gedachte, die ligt in deze duizendjarige binding, is dus niet, dat de satan er niet meer zijn zou, dat hij zijn vernielend werk op larde niet meer doen zou, maar wel dit: Hij nag de volken niet meer verleiden, hij mag Ie doorwerking van het Evangelie niet meer beletten tot alle volken, ’t Evangelie moet en zal zijn weg vinden tot alle volkeren. De kerk immers moet saamvergaderd worden uit alle geslachten, volken, talen en natiën!

Dat mag en kan de vorst der duisternis niet beletten, want het Koninkrijk Gods moet en zal komen!

In deze binding van satan straalt dan ook uit de rijke overwinning van Christus op Golgotha’s kruis. De kop der slang is toen verbroken, de macht van satan is toen geiroken, en Christus zit thans aan de rechterhand des Vaders als de Overwinnaar op de troon, en onze belijdenis zegt daarvan: „opdat Hij Zichzelf daar bewijze als het Hoofd Zijner Christelijke kerk, door Wie de Vader alle dingen regeert”.

Ziende daarop, mag de kerk dan ook zingen: Zo leeft de Vorst altoos, Zo leeft hij eindeloos. Hoe zien wij dat alles in de geschiedenis bevestigd.

’t Licht van het Evangelie is doorgedrongen tot allerlei volken. De banier van het Evangelie wappert van verschillende stranden. Hoe groot de tegenstand en druk ook moge zijn geweest, maar satan heeft de doorbraak van het Evangelie niet kunnen beletten, ook liet in ons vaderland!

Ook dit behoort tot de tekenen der tijden, waar wij acht op moeten geven, In Matth. 24 : 14 immers lezen wij: „En dit Evangelie des Koninkrijks, zal in de gehele wereld gepredikt worden, tot een getuigenis alle volken, en dan zal het einde zijn”.

Vlak voor de tijd van het definitieve einde zal de satan echter nog een kleine tijd ontbonden worden. „En daarna - zegt de Schrift - moet hij nog een kleine tijd ontbonden worden”.

Deze ontbinding zal dan tevens inluiden de indperiode van de grote verdrukking der kerk.

Degrote druk.

In de wereld zult gij verdrukking hebben”, zo luidde reeds de noodschap van Christus tot Zijn discipelen. Deze druk zien wij dan ook door heel de geschiedenis der kerk. Bloed en tranen hebben de aardbodem in allerlei landen doordrenkt. Niet het minst ook in ons vaderland.

Deze druk noemt de Schrift nog maar een leginsel der smarten!

De grote druk zal eerst dan komen, als de vorst der duisternis nog voor een kleine tijd ontbonden zal worden. Dan immers zal in vervulling gaan: „Want alsdan zal er een grote verdrukking wezen, hoedanige niet is geweest van het begin der wereld tot nu toe. En zo die dagen niet verkort werden, geen lees zou behouden worden, maar om der litverkorenen wil, zullen die dagen verkort worden”.

In Openb. 20 lezen wij, dat de vorst der duisternis dan zal uitgaan, om de volken te verleiden, die in de vier hoeken der aarde zijn, de Gog en de Magog, om hen te vergaderen tot de krijg, welker getal is als het zand der zee. En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad”. ’t Centrum van Israëls eredienst, de heilige stad Jeruzalem, wordt hier als symbool gesteld van de kerk des Heeren op aarde. Tegen haar zal dan de strijd zijn. De valse profetie, die de weg gebaand zal hebben voor de mens der zonde, de zoon des verderfs, de antichrist, zal dan de eindstrijd gaan strijden tegen de ware profetie. De eindstrijd van het rijk der duisternis tegen het rijk des lichts!

Komen deze legerscharen van de vorst der duisternis los, dan zal het nog even schijnen alsof de kerk ten onder zal moeten gaan, maar zo zegt de Schrift, er kwam vuur neder van God uit de hemel, en heeft hen verslonden!

Zo zal de eindtriomf niet wezen aan het rijk der duisternis, maar wel aan het koninkrijk van Hem, Die op Zijn kleed en dijen deze naam geschreven heeft: Koning der koningen en Heere der heren!

De dag van grote druk zal dan wordende dag van de grote verlossing.

De grote verlossing.

Letten wij op de tekenen der tijden, op de verwarring, de beroering onder de volken. De opstanden, de revoluties, de ondermijning van het gezag. De opvoering van allerlei oorlogsmateriaal, dat in zijn uitwerking het ergste doet vrezen, dan kan de vraag wel eens rijzen: hoe zal de mogelijkheid van leven straks voor onze kinderen zijn? Alles is in de war, alles gaat verkeerd!

Leven wij bij de Schrift, dan eggen wij: alles gaat toch goed! ’t Is altemaal afwikkeling van het grote raadsplan Gods. Deze dingen moeten geschieden! De voetstappen van de komende Zaligmaker worden er in gehoord!

„En zo wanneer al deze dingen zullen gej schieden, zo heft uw hoofden omhoog, en weet dat uw verlossing nabij is”.

Heffen wij dan onze hoofden omhoog bij het zien van alles wat er zo gebeurt in de wereld van vandaag. Letten wij op de ontwikkeling en saambundeling van de oosterse kommunistische wereld. De verbrokkeling en onenigheid van het westen, dat zich rijp maakt voor de ondergang, als de grote aanval zal komen van het oosten.

Geven wij acht op deze dingen, want het oordeel komt! God laat Zich niet bespotten!

Iemand heeft eens gezegd: het oosten leert ons hoe ver een land kan wegzakken zonder de godsdienst; maar het westen laat ons zien, hoe ver land en volk kunnen wegzinken ondanks de godsdienst! Ondanks het licht van het Evangelie, dat over haar heeft geschenen. Het grote eindgericht der wereld zal echter worden de grote verlossing van degenen, die des Heeren zijn. En dan volgt op Openb. 20, Opeb. 21, waarin we lezen over het nieuwe Jeruzalem, de stad met gouden straten en paarlen poorten. Daar zal God alle tranen van de ogen afwissen en het Lam, Dat in het midden des troons is, zal hen weiden en zal hun een Leidsman zijn tot levende fonteinen der wateren.

Over deze grote verlossing volgende maal nog een apart artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.