+ Meer informatie

Door Anneke Verhoeven

2 minuten leestijd

Het was de dag voor mijn vertrek vanuit Addis Abeba naar Nederland en we hadden het over mensen die ik de afgelopen dagen gesproken had. „Heb je father Jac ook ontmoet?" vroeg de vrouw, en op mijn ontkennende antwoord reageerde ze welhaast geschokt. „Dan mag je Ethiopië niet uit". Ze was dan ook een zeer emotioneel type en mensen als vader Jac waren in haar ogen helden.

In superlatieven en druk gebarend schilderde ze zijn daden. „Hij repareert kinderen die de vreselijkste handicaps hebben, met gezichten die helemaal scheef staan, met kromme beentjes, noem maar op. Hij is een heilige!" besloot ze haar relaas. En meteen realiseerde ze zich dat hij, bescheiden als hij was, waarschijnlijk niet eens van publiciteit gediend zou zijn.

De volgende morgen, in de rij voor de incheckbalie op de luchthaven van Bole. Het gaat niet gewoon langzaam, maar tergend langzaam en de rijzige grijze heer -we hadden al een wederzijds Nederlanderschap geconstateerd- grapt: „Daar kunnen ze op Schiphol nog wat van leren".

Het blijkt Jac Ermers, beter bekend als "vader Jac", te zijn. Op weg naar het vaderland voor een bezoek aan de tandarts en vakantie, „in die volgorde". Het eerste is nodig door een combinatie van een gebitsmankement en een niet overdreven groot aantal vakbekwame tandartsen in Ethiopië, met het tweede houdt hij een zichzelf opgelegde regelmaat in stand: eenmaal 's jaars naar Holland, de enige vakantie die hij zich gunt. In Addis gaat hij vrijwel continu door, inclusief zaterdag en zondag.

Op de luchthaven van Frankfort, waar we een paar uur moeten overbruggen tussen twee vluchten door, vertelt hij achter een paar koppen sterke koffie (het vocht haait het volgens hem niet bij de onvolprezen Ethiopische koffie, maar alles is beter dan wat ze in het vliegtuig durven serveren) zijn verhaal.

Er werd een weg aangelegd. „We zaten recht in de civilisatie", lacht hij. „Er werd van alles gebouwd, een leprozenkliniek, een schooltje, een timmerwerkplaats, een garage". In '78, „op het hoogtepunt van de rode terreur" werd ook vader Jac, die intussen nog een jaar op een groot landbouwtrainingscentrum had gewerkt, gesommeerd te vertrekken. „We mochten in Addis blijven indien we dat wensten. Die formule was uitgevonden door de ambassades. De gezamenlijke ambassades hadden namelijk, toen wij het land dreigden te worden uigezet, actie ondernomen en aan Buitenlandse Zaken gevraagd wat er aan de hand was". Huisjes in een sloppenwijk. Goede gezondheidszorg is voor velen onbetaalbaar..

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.