+ Meer informatie

Ster en scepter

5 minuten leestijd

Tot driemaal toe heeft Bileam al getracht het volk Israël te vloeken, maar zijn mond kon niet anders dan zegen uitspreken over het volk des verbonds. En zonder dat hij het zelf besefte, sprak hij het rijkste Godsgetuigenis uit dat in die donkere tijd heeft geklonken.
Balak, koning der Moabieten, had Bileam genodigd om het volk Israël te vloeken. Maar Balak moet ondervinden dat Israël een God heeft Die Zich niet van Zijn plaats laat dringen. Ongewild spreekt Bileam een rijke adventsprediking uit. „Ik zal hem zien, maar nu niet; ik zal hem aanschouwen, maar niet nabij."
De tekst geeft de indruk dat dit zien en aanschouwen nog in de toekomst ligt, maar het is voor hem al zichtbare werkelijkheid. We zouden daarom ook kunnen vertalen: „Ik zie hem, maar nu niet; ik aanschouw hem, maar niet nabij." Verrukt staart Bileam in de verte der tijden, ver over de komende eeuwen heen. Daar in de verte ziet hij iets. Verbaasd roept hij uit: „Zie, daar gaat een Ster op; daar komt een Scepter op; daar staat een Heerser op." Ik zie Hem reeds, ik aanschouw Hem al.

Een ster werd in de oudheid gezien als symbool van vorstengrootheid en koningsluister. Deze gedachte zien we ook in de Heilige Schrift naar voren komen. Ter benaming van machtige koningen spreekt de Schrift van sterren, die blinken als hemellichten. Staande op de hoogte van Peor, ziet Bileam een ster oprijzen. En mocht het koning Balak nog niet duidelijk zijn, dan voegt hij er nog een tweede beeld aan toe. Bileam ziet vervolgens een scepter oprijzen te midden van de tenten van Israël.
Als Bileam daar op de hoogte van Peor staat, schijnt die ster nog niet. Het zal nog eeuwen duren voordat die Ster zal opgaan en die Scepter zal opkomen. Wat een rijk gezicht heeft Bileam ontvangen op de komende Verlosser. Hij, wien de ogen geopend zijn, mag een rijk getuigenis geven aangaande de komende Zaligmaker, de Heere Jezus Christus.
Maar wat een ontzaggelijke gedachte: hij die zo'n rijk zicht gehad heeft op het heilsplan van God met deze wereld, zal er zelf geen deel aan hebben. In Gods algemene genade heeft hij rijke weldaden naar voren mogen brengen, maar toch heeft hij er zelf niet in gedeeld. Hij verlangde wel de dood des oprechten te sterven, maar te leven naar Gods wil en wet begeerde hij niet.

Wat kan het toch ver gaan. We kunnen grote dingen besproken hebben; een rijk en diep inzicht gehad hebben in de dingen van Gods koninkrijk en er zelf nog buiten staan. We kunnen tot vlak aan de hemelpoort genaderd zijn, vanwaar toch nog een weg loopt naar de hel. Wat is het toch zaak om onszelf nauw, ja zeer nauw te onderzoeken.
Hoevelen vrezen niet een Bileam te zijn. Zij vrezen nog eens als een huichelaar openbaar te komen. Juist degenen die eraan ontdekt worden dat ze met het hunne voor God niet kunnen bestaan, vrezen zo menigmaal dat het bij hen niet echt is. Is het maar geen verstandswerk? Is het niet Gods algemene genade? Wat mag dan de profetie van Bileam tot troost worden meegedeeld, voor een ieder die in het duister dwaalt. Want dan heeft Bileam een woord gesproken, dat tot troost mag zijn voor Gods kerk van alle tijden. Want in de donkere nacht van deze wereld ziet hij een Ster opgaan. Christus schijnt voor Zijn volk als een lichtende Ster in de donkere nacht.
Als u wilt weten wat een fonkelende ster bij nacht betekent, dan moet u dat eens vragen aan een zeeman. Wanneer in een donkere stormnacht het schip zwerft over de woelige wateren en geen streepje licht wordt gezien, dan tast het oog van de kapitein de donkere hemel a£ En als hij daar aan die donkere hemel de poolster ziet fonkelen, dan is dat het enige vaste punt. Die ster is het houvast om de koers te bepalen en de veilige haven te bereiken.

Die Ster is nu opgegaan in de wereldnacht. Als nu de nacht donker is en uw geweten u beschuldigt en de boze op u aanlegt, dan staat die Ster aan het hemels firmament. Liefelijker Ster dan deze is aan de hemel nooit verschenen.
Christus is voor Zijn volk een Ster. Hij is het enige houvast. Zijn licht straalt over onze levensweg door de bange nacht van zonde en dood. Maar Hij draagt ook de scepter. Hij verhcht niet alleen het donkere pad, maar Hij is ook Koning. Hij zwaait Zijn scepter over de Zijnen en Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Hij houdt zijn kerk vast in Zijn sterke Middelaarshanden en Hij leidt haar door dit leven heen.
Is dat Licht al ontstoken in uw zondaarshart? Hebt u deze Heere Jezus al mogen erkennen als uw Koning en Heere? Dat Licht is verschenen. Voor dat Licht moet al het duister van uw leven zwichten. En wie zich mag scharen onder de scepter van deze Koning zal veilig en weigeborgen zijn. Dan gaat het hier vaak nog door diepe dalen, maar geen nood: het Licht gaat u voor. Dan zijn hier de vijanden nog vele en de gevaren groot, maar Hij is Koning. Want voor elk die in het duister dwaalt, verstrekt deez' Zon een helder licht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.