+ Meer informatie

DE DIAKEN OP HUISBEZOEK

8 minuten leestijd

wat onderscheidt het diaconaal huisbezoek van het pastorale?

De vraag legt de vinger bij een probleem: wat is nu toch het bijzondere van een diaconaal huisbezoek(DHB)? Van het bijzondere van het pastorale huisbezoek(PHB) zijn de mensen overtuigd en een ouderling behoeft meelevende kerkleden niet te overtuigen van de noodzaak daarvan. Maar zo vanzelfsprekend wordt het DHB niet ervaren. De diaken op bezoek heeft meer obstakels te overwinnen dan de ouderling. Hoe komt dat toch? Meelevende kerkleden weten, dat ze niet zo onvriendelijk moeten zijn om aan de diaken die een afspraak maakt de vraag ‘Wat kom je doen?’ te stellen. Maar die vraag leeft wel. En die leeft naar mijn gevoelen, omdat goed zicht op het eigene van het DHB ontbreekt. En dat heeft weer te maken met het zwakke bewustzijn betreffende het diaconaat bij gemeenteleden: zowel de te bezoeken gemeenteleden, als medeambtsdragers als de diaken zelf dragen in meerdere en mindere mate dit gemis in zich om. Al in 1965 werd het DHB bepleit door het toenmalige landelijke deputaatschap ADMA (het deputaatschap voor algemene maatschappelijke en diaconale aangelegenheden, nu eenvoudig ‘diaconaat’ geheten). In 1983 ontving het DHB zelfs een officiële opwaardering, zodat er in het formulier voor de kerkvisitatie een vraag naar het DHB werd opgenomen. Maar wat ik van deze aandacht merk, is dat er op die visitaties meestal onder tijdsdruk aan voorbij wordt gegaan. Het tegenovergestelde maak ik nooit mee: dat aan het PHB geen woord wordt besteed!

Ik wil proberen het bijzondere van het DHB in relatie tot het PHB te formuleren. Ik heb hierover al diverse malen geschreven (zie hieronder). ïk acht me daarom ontslagen van de taak om een totaalverhaal van het DHB te schrijven. Ik zal de vraag vooral vanuit de diaconale hoek bezien.

EENHEID EN SAMENWERKING

Omdat onze God één is, draagt al het kerkenwerk het stempel van eenheid (Efeze 4:1–16). Onderscheid in taken en diensten wist dat niet uit en mag dat ook niet. Kenmerkend voor de gemeente is, dat zij één is in God (vs 1–6). Binnen die eenheid is er verscheidenheid: dat is zelfs een gave van Christus (vs 7–11). Maar die verscheidenheid aan gaven en diensten breekt die geschonken eenheid niet af, maar bouwt de gemeente op (vs 12–16). De dienaren nisten allen toe tot dienstbetoon (vs 12), en samen houden deze ‘geledingen’ alle gelovigen zelfs bij elkaar (vs 16). Bij alle verscheidenheid in diensten blijft de eenheid dus in stand. Collegiale samenwerking tussen ouderlingen en diakenen is daarom verplicht, en overlappingen van hun werkzaamheden vanzelfsprekend. De samenleving mag dan tot vergaande lokettering zijn overgegaan, in de kerk doen we daar niet aan mee. Onze God is één, daarom mag ook ons leven één zijn, en moeten ook onze verscheidene diensten datzelfde stempel dragen.

Bij alle verschil hebben pastoraal en diaconaal werk (en dus ook PHB en DHB) veel overeenkomsten. Diakenen en ouderlingen hebben samen de taak tot opbouw van het geestelijke huis, of ze nu samen in een (kerkenraads)vergadering bij elkaar zijn of samen of afzonderlijk op stap gaan. Ze werken in elkaars context. Tot in de bevestigingsformulieren toe wordt op die overeenkomst gewezen: de beroemde ‘troostrijke redenen’ komen op zo’n moment altijd voorbij, het kan niet missen. ‘Valt in het pastoraat het accent op de spirituele dimensie van hulp aan mensen in geestelijke nood, in het diaconaat gaat het vooral om leniging van psycho-sociale noden. Onderscheiding mag geen scheiding betekenen. De geestelijke dimensie in het pastoraat betekent geen ontkenning van de concrete maatschappelijke levenswerkelijkheid waarmee de pastor in zijn contact met de pastorant en zijn omgeving te maken krijgt. Materiële of structurele hulpvragen zijn vaak verweven met geestelijke achtergronden.’ (A. Noordegraaf, pag. 24)

ONDERSCHEIDEN DOELSTELLING HUISBEZOEKEN

Vanuit de eenheid waaieren de diensten van diaken en ouderling uit in verscheidenheid, en als gevolg daarvan ook hun huisbezoeken. Voor mij zijn in dit verband huisbezoeken, de bezoeken die een ouderling of diaken periodiek aflegt bij die gemeenteleden thuis die aan zijn zorg zijn toevertrouwd, zonder dat daar een bijzondere gebeurtenis aanleiding toe is. Met welke regelmaat dat gebeurt, hangt af van de afspraken binnen de kerkenraad.

Ik formuleer de volgende doelstelling voor een PHB en DHB:

• De pastorale zorg die een ouderling op een pastoraal huisbezoek wil geven, is zorg voor dat gemeentelid als christen, voor zijn komen tot en blijven in geloven, hopen en liefhebben in de feitelijkheid van elke dag.

• De diaconale zorg die een diaken op een diaconaal huisbezoek wil geven, is zorg voor dat gemeentelid als mens Gods, en voor hulp in zijn diaconale dienst uit liefde tot Christus in kerk en samenleving.

De doelstelling van een DHB is veel specifieker dan die voor een PHB. Het huisbezoek van de ouderling heeft de totale breedte van het geloven. Het huisbezoek van de diaken beoogt de diaconale dienst, zowel aan dit gemeentelid als de diaconale dienst door hem!

GEZAMENLIJKE EN VERSCHILLENDE GESPREKSONDERWERPEN

Ik ben in het geheel geen tegenstander van gezamenlijk bezoek door een ouderling en diaken. Als dat bewust en weloverwogen gebeurt, is er zelfs veel voor te zeggen. Als de ouderling maar als ouderling gaat en de diaken als diaken. Die taak heeft Christus hen immers in handen gelegd, en daarvoor gaan ze, zo hebben ze bij hun bevestiging beloofd. Als ze beiden beseffen, dat er meer dan pastoraat of diaconaat aan de orde moet komen, dan moet het kunnen. Ik kan me alleen wél indenken, dat je niet gezamenlijk op huisbezoek gaat, omdat het diaconale bewustzijn bij de ouderling-medebezoeker nog niet sterk genoeg is en hij de diaken onvoldoende ruimte geeft of zelfs voor de voeten loopt in diens aandacht vragen voor diaconale dienst. Misschien moetje het ook (nog) niet gezamenlijk doen, omdat of zolang er nog een inhaalslag gemaakt moet worden in de diaconale bewustwording van de gemeenteleden.

Tot beider taak hoort het om met te bezoeken gemeenteleden over het gelovig verbonden zijn met Christus en zijn gemeente in gesprek te raken. Beiden kunnen de deelname aan en voeding door de kerkdiensten aan de orde stellen. Beiden kunnen een heel gesprek voeren over het gebruiken van de gaven van de Geest tot opbouw van de gemeente. Beiden zullen aandacht willen geven aan het als christen functioneren in de samenleving. Omdat het christelijke leven een eenheid is, kan geen enkele ambtsdrager zeggen: dat gebied is exclusief van ‘mij’.

Toch blijft er genoeg over om vanuit een afzonderlijke taakopvatting aan de orde te stellen. De ouderling zal het geestelijke leven rond tot geloof komen en in geloof blijven bespreken; de voeding tot en groei in geloven zijn specifiek des ouderlings. En alles wat dat raakt in persoonlijk bijbellezen, deelname aan de kerkdiensten en gespreksgroepen e.d.

ONDERWERPEN VAN DE DIAKEN

Ik pleit zeker niet voor het openlaten van de mogelijkheid om gezamenlijk als ouderling en diaken op huisbezoek te gaan, omdat er niet genoeg te bespreken is voor een diaken. Ik zie meer dan voldoende onderwerpen om (als het moet jaarlijks) in een diaconaal huisbezoek afzonderlijk de orde te stellen.

Neem bijvoorbeeld de volgende onderwerpen resp. vragen (in het hieronder genoemde artikel uit 1996 is een systematisch overzicht te vinden):

• de diaconale aspecten van de kerkdienst als een stimulans tot diaconale dienst door de week;

• de gastvrijheid in de gemeente t.o.v. elkaar, t.o.v. vreemdelingen in de samenleving, (thuisloze) kinderen/jongeren/Ouderen enz.;

• het dagelijkse werk zien als dienst aan God, aan de naaste en de schepping

• het noodzakelijke gesprek/contact met gemeenteleden zonder werk of problemen met/op het werk;

• eventueel aanwezige jongeren vragen hoe het met hun school- en beroepskeuze staat en of ze geloven dat het dienen van God en de naaste daar ook iets mee te maken heeft;

• al pratend op een DHB — ook dat is een onderscheid van het PHB — informatie geven over:

○ de diaconale hulpverlening die binnen en buiten de gemeente gegeven wordt en hoe

○ de betrokken leden daarover denken; o de mogelijkheid om zelf bij diaconale hulpverlening binnen en buiten de gemeente direct betrokken te raken, enz.

• in de vertrouwelijkheid van het DHB polsen of dit gerneentelid zelf nog hulp nodig heeft, en/of eraan herinneren dat men dat in voorkomende gevallen kan vragen;

• de vraag of dit gemeentelid nog (dringende) diaconale taken ziet, die nog niet worden aangepakt;

• door allerlei gesprekspunten heen kan aan de orde komen dat Christus de bron is voor ons dienen;

• tenslotte kan door de diaken metterdaad de nood van de betrokkene, van kerk en wereld in gebed aan God worden voorgelegd.

Ik hoop de twijfelende diaken, de zich bezinnende diaconie en de plannen makende kerkenraad bemoedigd, gestimuleerd en/of geïnformeerd te hebben. Want diakenen in gesprek met gemeenteleden thuis over het diaconaat: dat is volgens mij een geweldige bijdrage aan de opbouw van het gemeentediaconaat.

1. K.T. de Jonge, Diakenen op huisbezoek, AC 25e jrgnr4 april 1986 pag. 580–583.

2. idem, De samenwerking tussen ouderling en diaken, ADMA-Info 7e jrg nr. 2 pag. 5–7.

3. idem, Diaconaal huisbezoek AC 35e jrg nr 10 december 1996 pag. 777–781.

4. A. Noordegraaf, Oriëntatie in het diakonaat. Zoetermeer 1991.

Ds. K.T. de Jonge (1946) is predikant van de gemeente te Nieuwegein. Hij is al jarenlang betrokken bij het kerkelijk werk op het terrein van hulpverlening en diaconaat Momenteel is hij lid van het betreffende deputaatschap diaconaat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.