+ Meer informatie

„Maar ik helaas, ik slaak weer droeve zuchten"

5 minuten leestijd

Onlangs ben ik naar een concert van het Festival Oude Muziek in Utrecht geweest. Een gevulde grote zaal in Muziekcentrum Vredenburg, maar wel met een wat ander publiek dan er doorgaans zit. Voelend aan mijn stropdas werd ik mij ervan bewust dat ik deel uitmaakte van een culturele minderheid. T-shirts, slobbertruien, spijkergoed gaven de toon aan. Hoe komt zoiets, vraag je je dan af. Het kan iets te maken hebben met het religieuze aspect dat dit jaarlijkse gebeuren in Utrecht heeft. De stad heeft gedurende de festivaldagen iets van een middeleeuws pelgrimsoord, zoals Santiago de Compostela in Spanje. Sommige concertbezoekers hebben dan ook meer weg van bedevaartsgangers: blikken die nergens op gericht zijn, gezichten die half schuil gaan onder ordeloze krulslierten en baarden die nog nooit een schaar zijn tegengekomen.

Niet vrolijk
Nee, mensen met pretogen van het type "Fijn een avondje uit", zag je hier niet. Maar ik moet zeggen, gezien wat er die avond te beluisteren viel, was er ook weinig reden tot vrolijkheid. Wanneer de stelling van de historici opgaat dat na de donkere middeleeuwen de verlichte renaissance volgde, moet ik na deze avond vaststellen dat die renaissance weinig licht heeft gebracht. Gezongen werden madrigalen uit de zestiende eeuw, van Claudio Monteverdi. De teksten stonden afgedrukt op een programma dat we bij de ingang kregen uitgereikt. Zes dicht bedrukte pagina's gevuld met kommer en kwel over scheidende gelieven, schone vrouwen die bij iedere stap vele harten "dodelijk" verwondden en dito pijlen, afgeschoten door Amor, die de getroffenen in diepe melancholie deden wegzinken. Maar ik helaas, ik slaak weer diepe zuchten om. haar die ik liefhad maar die onverwacht * van 't leven hier op aarde weg moest vluchten.

Niet zonder risico
Wat een tijd! Geliefden van wie de ene partner op reis moest, gingen ervan uit dat ze elkaar nooit meer terug zouden zien. Over de gevaren van het tegenwoordige verkeer gesproken! 't Was vroeger al net zo. Maar ook al ging er niemand van huis, dan nog leek het alsof een op de twee verhoudingen van amoureuze aard gedoemd was te stranden door het vroegtijdig verscheiden van een der geliefden. De treurzangen die werden gezucht op koude grafstenen in die tijd waren dan ook legio: "Voor mij was smart voedsel, tranen mijn drank, en, daar ijzige aarde mijn lief bedekte, o koele zerk, jouw schone borst, mijn bed." Verliefd zijn was in Monteverdi's tijd niet zonder risico en daarom ook geen drijfveer voor een huwelijk. Daarvoor koos men doorgaans een andere basis: geld en toekomstig nageslacht. Ook al had men het laatste niet in de hand, er werd wel degelijk gekeken of er in de familie van de toekomstige huwelijkskandidaat kinderloosheid voorkwam. Een huwelijk was vroeger een zakelijk transactie, die zorgvuldig werd voorbereid door de ouders. En het wonderlijke was dat ook toen gelukkige huwelijken eerder regel dan uitzondering waren, gezien het feit dat met verbintenissen waar dat niet zo was, op grove wijze de draak werd gestoken.

Bakermat
Trouwens, al die droevige teksten die door Monteverdi op al even droevige noten werden gezet, gaan terug op de Griekse mythologie, een verzameling verhalen over goden en halfgoden, die ook wel de bakermat van onze beschaving genoemd wordt. Geen bakermat overigens om blij mee te zijn. Die mythologische verhalen zijn niet meer dan aaneenschakelingen van leugen en bedrog, van mensen die elkaar het leven zo zuur mogelijk proberen te maken en voor wie eigen belang het enige motiefis om in aktie te komen. Jaloezie is de drijfveer voor het handelen van de betrokkenen en daarvoor offeren ze hun eigen leven en dat van hun ondergeschikten op. Dan zie ik toch meer in de "christelijke" bakermat van onze beschaving, de Bijbel, waar de zichzelf opofferende liefde ten bate van de ander wordt gezien als het voldoen aan Gods eis en waar ook nog wordt erkend dat geen mens daartoe echt in staat is, tenzij God hem daartoe de kracht geeft. Daarom hoor ik dan ook liever die prachtige Psalm 128 over het huwelijk waar men „blijft horen naar 's wet" : Gij zult zolang gij leeft, Jeruzalem zien bloeien, ´t welk God Zijn zegen geeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.