+ Meer informatie

Uit liefde tot Christus en Zijn gemeente

8 minuten leestijd

Dit is de titel van een boek, dat enige maanden geleden verscheen onder redactie van D. Koole en Prof. Dr. W.H. Velema. Verder werkten mee Dr. T. Brienen en de hoogleraren Dr. J. van Genderen, Dr. W. van ’t Spijker, Dr. B.J. Oosterhoff en Dr. J.P. Versteeg, het boek is uitgegeven door de Uitgeversmij. J.H. Kok b.v., postbus 130, 8260 AC Kampen, tel. 05202-13545. Het kost ƒ 29,90.

De inhoudsopgave geeft enig inzicht in de onderwerpen, die aan de orde komen. Na een Verantwoording door de redactie komen de volgende artikelen:

1. Nieuwtestamentisch profiel van de ouderling door Dr. P.J. Versteeg

2. De ouderling als ambtsdrager door Dr. J. van Genderen

3. De ouderling en zijn werk in het licht van de kerkorde door Dr. W. van ’t Spijker

4. Het werk van de ouderling in de gemeente door Dr. W.H. Velema

5. De ouderling en de geloofsvragen van deze tijd door Dr. B.J. Oosterhoff

6. De ouderling en ethische vragen door Dr. W.H. Velema

7. Ouderlingen met speciale opdracht door Dr. T. Brienen

8. De ouderling persoonlijk door D. Koole

Uit de Verantwoording willen we een gedeelte overnemen:

Dit boek dankt zijn ontstaan aan de landelijke ambtsdragersconferentie van christelijke gereformeerde ambtsdragers op 19 april 1980 in Amersfoort, waarop het onderwerp „het toezicht van de kerkeraad op de prediking” aan de orde was. Tijdens en na deze conferentie is door velen de wens uitgesproken dat een poging zou worden gedaan de ouderling van vandaag een handreiking te doen in de vorm van een stuk voorlichting over en toerusting tot de taak waartoe hij zich in de kerk van Christus geroepen ziet. (....) In dit boek is een poging gedaan op deze en andere aspecten van het werk van de ouderling in te gaan. Het heeft niet de pretentie alle vragen rond dat werk van een antwoord te hebben voorzien. Getracht is bij het licht van de bijbel en vanuit de geschiedenis van de kerk te laten zien wat het ouderlingenambt inhoudt en hoe de ouderling in deze tijd vol veranderingen en verschuivingen aan zijn ambt onder Gods zegen inhoud kan geven.

Tot zover de Verantwoording. Het boek wil de ouderling een handreiking doen. Bij het lezen van het werk kwam uiteraard de vraag op of het boek aan dit doel beantwoordt, of het werkelijk ouderlingen helpt, ten dienste is, zodat ze door het kennis nemen van dit boek (beter) toegerust worden.

We willen dadelijk erkennen, dat er veel goeds in dit boek staat, maar menen toch dat men er voor de toerusting tot het ambt niet te veel van moet verwachten.

Dat is ook wel te begrijpen. In het gewone leven geldt al dat niet het vergaderen van kennis iemand bekwaam maakt tot het vervullen van bepaalde functies. Daarvoor is allereerst een bepaalde aanleg en wijsheid nodig. Die zijn niet aan te leren, maar een gave van God. Dat geldt trouwens van alle dingen. Hoeveel te meer geldt dit het ambt. Bij dienaren des Woords werd vroeger de nadruk gelegd op genadestaat en roeping. Die de Heere roept maakt Hij ook bekwaam. Dit geldt voor een ouderling niet minder.

Als dit het uitgangspunt bij de samenstelling van dit boek was geweest zou de opzet en inhoud heel anders zijn geweest. Misschien zou dan wel de uitgave achterwege zijn gebleven uit overweging dat ouderlingen een andere leerschool nodig hebben, het onderwijs van Gods Woord en Geest. En hoeveel goede lectuur is er in de loop der jaren verschenen met een praktische inslag. We zouden hiermee kunnen volstaan, maar willen toch hier nog iets aan toevoegen, zonder nu alle bijdragen afzonderlijk te bespreken.

Het uitgangspunt in dit boek is dat het gaat over de arbeid in de gemeente van Christus. Dat blijkt ook uit de titel. Die gemeente wordt wel zeer ideaal gezien, alsof een ieder die belijdenis des geloofs aflegt ook een levend lidmaat van de kerk is. Dat moest zo zijn, maar dat is niet zo. Dat is nooit zo geweest, ook niet onder Israël weleer. Het is altijd slechts een klein gedeelte geweest van de belijders, dat deel had of kreeg aan de genade Gods in Christus. Het uitgangspunt maakt dat zaken als roeping, wedergeboorte, bekering, leiding op de weg des levens enz. niet of nauwelijks aan de orde komen. En dit zijn juist zaken die in de bearbeiding van een gemeente voortdurend de aandacht moeten vragen.

De roeping tot het ambt gaat op in de bevestiging. Zo iets hoor je ook wel eens als het gaat om de roeping tot het ambt van dienaar des Woords. We menen dat Gods Woord aanleiding geeft om te stellen, dat bij de roeping tot het ambt niet alleen moet zijn de verkiezing door de gemeente, maar ook de persoonlijke roeping door de Heere Zelf. Dan zal de Heere bekwamen. Dan heeft men ook een pleitgrond.

Hiermee in verband willen we ook denken aan de periodieke aftreding en herverkiezing. In vele gemeenten lijken er wel genoeg geschikte candidaten voor het ambt te zijn. In andere gemeenten worden aftredende ouderlingen herkozen. In de meeste gemeenten, waar we zelf in de loop der jaren op een of andere wijze gearbeid hebben, ontmoetten we jaar en dag dezelfde ambtsdragers, die de achting van de gemeente hadden en hun gaven en krachten ten dienste van de gemeente besteedden. In zulke gemeenten is er nog een zekere stabiliteit, een blijven bij de waarheid, zoals die van de vaderen is overgeleverd.

Als de Heere iemand tot het ambt roept, is dat dan voor een paar of enkele jaren? Deze vraag komt op of periodieke aftreding en niet-herkiezing in overeenstemming is met Gods Woord, dat zegt dat de Heilige Geest tot opzieners aanstelt. Indertijd is op een kerkelijke vergadering hierover een vraag gesteld, maar de inleider kon toen geen bevredigend antwoord geven.

Moeten anderen ingeleid worden tot het ambt om anderen die ouder worden tijdig te kunnen vervangen? Een begrijpelijke vraag. Het antwoord daarop hoorden we eens van een ouderling, die beleed: je leert het nooit. De bekwaamheid is alleen van de Heere.

We hebben waardering voor de goede bedoeling van de schrijvers, maar zouden graag gezien hebben, dat de zaken waar het wezenlijk om gaat meer naar voren gebracht waren. We missen te veel de dingen die van wezenlijk belang zijn bij de bearbeiding van mensenzielen. Een mens komt geestelijk dood ter wereld, moet levendgemaakt worden door de Heilige Geest. Hoe bearbeiden we de mensen, die van nature allemaal gesloten en vijandig van hart zijn? Wat vraagt dit van ambtsdragers? Er zouden meer vragen gesteld kunnen worden.

Prof. Oosterhoff schrijft over de ouderlingen de geloofsvragen van deze tijd. In het artikel komen belangrijke zaken aan de orde. Maar het gaat niet over geloofsvragen, maar over vragen die overal leven, ook bij leden van de kerk. Geloofsvragen liggen in hoofdzaak toch wel op een heel ander terrein. In de Catechismus lezen we de vraag: hoe kan ik de welverdiende straf ontgaan en weder tot genade komen? Dat is een geloofsvraag.

Ook tegen wat Prof. Oosterhoff schrijft komen allerlei bedenkingen op. We willen er slechts twee noemen. Volgens Prof. Oosterhoff zijn er al in de eerste dagen van de schepping aardbevingen geweest, waaraan het is te danken, dat er fossielen worden aangetroffen in gebergten. Hoe is dat te rijmen met de Schrift die zegt, dat God zag wat Hij gemaakt had en dat het goed was? Aardbevingen worden in de Schrift steeds weer genoemd als oordelen Gods. Een ander voorbeeld betreft de betrekkelijke zelfstandigheid, die Prof. Oosterhoff toekent aan het werk van de duivel. Deze heeft Job getroffen. Maar Job zelf zegt: De Heere heeft gegeven .... en later: zouden we het goede van God ontvangen en het kwade niet ontvangen? Hier zou meer van zijn te zeggen. Laten we maar blijven bij wat onze vaderen al omtrent de voorzienigheid Gods beleden hebben: alle dingen in Zijn hand .... Daar ligt troost in voor Gods kinderen.

Bij het lezen van het artikel van Prof. Velema viel het op, dat hij als voorbeeld neemt het bezoek aan een paar samenwonenden. We mogen aannemen, dat Prof. Velema dat samenwonen veroordeelt. Zulke mensen moeten onder kerkelijke censuur (komen te) staan. Maar daar blijkt niets van uit wat de geleerde schrijver hier zegt. Dat betreuren we, omdat zo gemakkelijk een verkeerde gevolgtrekking kan worden gemaakt.

Hiermee willen we besluiten. We hebben veel aandacht aan het werk besteed. De zaak waar het om gaat is het waard. We zouden echter willen benadrukken, dat we in de kerk geestelijke ouderlingen nodig hebben, die door de Heilige Geest onderwezen zijn en worden en zo tot zegen van de gemeente mogen arbeiden.

Steeds weer is, ook in grote gemeenten, te horen, als er een vacature is, dat er geen geschikte candidaten zijn te vinden. De Heere Jezus leert ons te bidden om arbeiders in de oogst. Daaronder mogen we ook wel rekenen het gebed om goede ouderlingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.