+ Meer informatie

De Pelgrimsreis is voor Oud en Jong

9 minuten leestijd

4

Maar toen zijn vrouw en kinderen dat bemerkten, wilden zij geen afstand van hem doen. Zij liepen hem na en riepen hem terug, wat hem niet mogelijk was te doen. Zijn hart was met de band van de liefde des geloofs aan de Heere verbonden. Daarom was zijn keus om de Heere te vrezen dan ook onberouwelijk. Uit de aard van dat nieuwe leven had hij de Heere boven alles lief. Dus ook meer lief dan vrouw en kinderen.

Maar desniettemin viel het hem hard hen achter te laten. Door het geroep van terug te keren en bij hen te blijven werd zijn hart diep getroffen, week gemaakt. En begrijpelijk, want wat het natuurlijke leven betreft, had hij vrouw en kinderen hartelijk lief.

Om niet voor dat ingrijpend geroep te bezwijken, stak hij zijn vingers in de oren. Hij moest door al die tegenstand heenbreken. Hij sprak tot versterking van zijn geloof met een forse stem tot zijn hart, wat ook door zijn huisgenoten gehoord kon worden: Leven! leven! Eeuwig leven! Het ging bij hem, en dat wist zijn gezin ook wel, om het allervoornaamste: het deelachtig worden van het eeuwige leven.

Het licht, waardoor hem de weg naar de enge poort des behouds gewezen werd, hield hij in het oog. De man heeft het onderwijs dat hem gegeven was, ter harte genomen. Natuurlijk was het bekend in de stad des verderfs dat er een keerpunt was gekomen in het hart en leven van deze man. Vanwege zijn humor en vrolijk karakter was hij daar bekend en bemind. Met zijn grote vaardigheid in het spreken wist hij de mensen bezig te houden in het spel van deze wereld.

De buren liepen hem na en zochten hem van zijn voornemen af te brengen. Deze gevierde burger van de stad kon niet gemist worden. Hij wist de gezelligheid des genoeglijken levens meesterlijk in stand te houden.

En toch was dat niet het enige waarom verschillende burgers hem naliepen om hem terig te halen. Zij wisten heel goed waarom die reis ondernomen werd. Het was hun duidelijk gezegd dat de stad zou vergaan in de grote dag des gerichts. En dat maakte het geweten van deze mensen onrustig. De gedachte aan het oordeel, aan het vuur van Gods verbolgenheid veroorzaakte bij verschillende burgers, en inzonderheid bij zijn buren, slapeloosheid.

Twee buren hadden het plan opgevat de vluchteling uit de stad des verderfs in te halen en hem desnoods met geweld terug te brengen. Dat zou het onrustige hart dan wel weer rustig doen worden.

Ingehaald en aangesproken door zijn buren is het werkelijk een vermaak te luisteren naar het spreken van de pelgrim. Het lezen in de schrift is hem tot zegen in het spreken tot zijn smaders. Hij weet te antwoorden tot verdediging van de zaak des HEEREN. Als hij met beslistheid des harten de poging hem terug te brengen tot de stad van zijn geboorte heeft afgeslagen, gaat hij terstond over tot een heftige aanval.

Hij dan, wetende de schrik des HEEREN, zoekt zijn buren te bewegen tot het geloof dat de stad zal vergaan, om met hem mede te gaan in de hem gewezen weg.

Door te spreken uit de rijkdom van Gods genade worden al de bezwaren weggevaagd die door Halsstarrig tegen hem ingebracht werden. De onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis werd door hem aangeprezen. En dat wist hij met klaarheid vanuit het Woord des HEEREN te staven.

Met dit woord: Neen, want ik heb mijn hand aan de ploeg geslagen” is het zijn smader duidelijk, dat hij het licht, dat hem ontstoken is, blijft volgen. En dat deed Halsstarrig wederkeren naar de stad des verderfs.

Maar de welmenende roepstem die hij gehoord en versmaad heeft zal tegen hem getuigen in de dag des gerichts. Wat is het groot, in afhankelijkheid van Gods genade, de lokstem van het Evangelie ter harte te nemen.

Met ernst heeft de pelgrim Halsstarrig vermaand met hem mee te gaan, om in de gaan door de enge poort. Maar het mocht niet baten. Hij bleef halsstarrig staan in de vijandschap van het ongeloof. De dwaasheid der ongerechtigheid had in hem geheel de overhand. Teleurgesteld keerde Halsstarrig terug. Met al de zeggenskracht van zijn ongeloof wist hij het de pelgrim niet uit het hoofd te praten de reis naar het land des Heeren voort te zetten.

Dat kon ook niet, want het was de keus van zijn hart de Heere te vrezen en in Zijn wegen te wandelen. Maar desniettemin was het voor de man, wiens aangezicht naar Sion gekeerd was, een beproeving. En te meer daar hij nog in de eerste beginselen stond van het geestelijk leven.

Door staande te blijven in het geloof is het geestelijke leven in hem versterkt, tot wasdom gekomen. Hoe dapper mocht hij getuigen van de Heere en Zijn wegen. En daarin smaakte zijn hart vrede en blijdschap. Het heeft ook ons verkwikt en hoop gegeven dat deze pelgrim in beginsel reeds een strijdbare held is. Aandachtig heeft Plooibaar geluisterd naar het krachtig en duidelijk getuigen van de Heere en van het land der eeuwige heerlijkheid. Bij hem hadden de dingen nog wel ingang, maar van de nodige diepgang is ons nog niets bekend. In het godsdienstig leven is de man buigzaam, meegaand.

Al was het niet zijn doel bij het komen tot de Pelgrim met hem mee te reizen en in te gaan door de enge poort, zo is de reis hem nu door het horen van deze dingen toch enigermate aantrekkelijk geworden. Hij is al bereid met zijn leermeester en leidsman mee te reizen naar het beloofde land, mits hij de weg goed weet.

Het is waar, om een ander de weg te wijzen, moet men zelf de weg goed weten. En vooral in dit geval, daar de reis niet voor de tweede maal gemaakt kan worden. Wee de mens die denkt in te gaan en in plaats daarvan verwezen wordt naar de buitenste duisternis. Zeker, de weg naar de enge poort is de Pelgrim bij het licht van Gods Woord gewezen. Door het onderwijs van Evangelist heeft hij een schriftuurlijke beschouwing van de weg, maar daarmee heeft hij nog niet de kennis van de innerlijke beleving.

Het is een weg die op sommige punten levensgevaarlijk is. En er zijn ook dwaalgeesten die er vermaak in hebben deze reizigers op een dwaalspoor te brengen, tot grote schade van het geestelijke leven. Op deze weg hebben wij de Heere te bidden om de onderwijzing en de leiding van Zijn Geest. Hij kan en wil ons leiden op het rechte spoor.

Al sprekende over de geestelijke en eeuwige dingen van Gods Koninkrijk gaan deze twee reisgenoten de vlakte op. En daar zij zochten in te gaan door de enge poort, werd gebruik gemaakt van de stenen die daartoe waren gelegd.

Met vreugde luisterde Plooibaar naar de beschouwing die de Pelgrim hem gaf van het hemelleven bij licht van de Schrif. Het is van grote betekenis de heerlijkheid van het hemelleven te stellen tegenover de vergankelijkheid van al het aardse. Door Mozes werd de versmaadheid van Christus boven de schatten van Egypte gesteld, want hij zag op de vergelding des loons.

Maar wat denkt u, zou Plooibaar ook gekomen zijn tot de onberouwelijke keus de Heere te vrezen? Hierin heeft iedereen, diezoekt in te gaan door de enge poort zijn innerlijk leven te beproeven door gebruik te maken van de proefsteen van het Woord. Maar voor een ander moet dat in de vrucht van het leven uitkomen. Als de boom goed is, brengt hij vanzelf goede vruchten voort. En zulke mensen zijn dan leesbare brieven van Christus.

Maar bij de overeenstemming van deze twee reizigers is toch al enig verschil op te merken. De Pelgrim is niet zo vaardig in het lopen, heeft, als je goed kijkt, er moeite mee Plooibaar bij te houden. En dan loopt hij ook nog wat gebogen. Er is iets dat hem drukt, zijn gemoed bezwaart.

En als de Pelgrim wordt opgewekt wat harder te lopen, dan kan hij niet vanwege de zware last op zijn rug. Het willen is wel bij hem, maar het kunnen ontbreekt. Bij Plooibaar is willen en kunnen het zelfde. Hij gaat niet gebogen onder de zware last van zijn ongerechtigheden. Hij zoekt wel de hemel, maar niet in de weg van verzoening met God. De Pelgrim is door Gods goedentierenheid tot bekering gekomen. Het is hem een wonder nog in het heden der genade te zijn, en dat er nog een weg van ontkoming is.

Het is niet tegen te spreken: door een wezenlijk en geestelijk verschil zijn deze twee reizigers van elkaar onderscheiden. De een leeft nog zoals hij is geboren, en de ander is door wedergeboorte gekomen tot de staat der genade.

Al sprekende over het doel van de reis, werd te weinig gelet op het gevaar van de weg, daar hij gelegd was door een poel. Inplaats dat zij bleven lopen op de stenen, kwamen zij te stappen in de poel en zakten in de modder. Weg was ineens het genot des gevoels en het licht der beschouwing. In deze poel is geen grond, waarop men kan steunen, en geen steen,waarop men kan vertrouwen. Het is dan ook de poel Moedeloosheid. Een poel, waarin de oprechten door duizend zorgen en doden gekweld worden. Ge kunt er zeker van zijn, dat zij het in dezemoedeloosheid menigmaal bang en benauwd hebben.

Als vanzelf rijst in beider harten de vraag: Hoe kom ik uit de modder van deze poel Moedeloosheid? En het duurde niet lang, of Plooibaar wist raad. De man, die alle kanten uit kan, keert zich nu naar de kant van de stad, die hij nog boven alles lief heeft. Hij kiest de stad zijner geboorte, daar hij dewederbarende genade van de Heilige Geest niet deelachtig is. En wie dat mist, is met al zijn Godsdienst nog een wereldburger.

Maar geheel anders was hetinhethartvan de Pelgrim. Op devraag: Hoe kom ik uit de modder van de poel Moedeloosheid? wist hij geen antwoord te vinden. Vanwege zijn zware last kon hij er niet uit komen, hij kwam met al zijn worstelen steeds dieper in de modder van de moedeloosheid.

Maar onder dat alles bleef zijn oog toch gevestigd op de enge poort, hij dacht er niet aan terug te keren naar het leven van zijn eertijds. De wortel der zaak was in hem. De onberouwelijke keuze om de Heere te vrezen deed haar werk. Het onaantastbare leven van het wezen des geloofs blijft den Heere aankleven, wat er ook tegen op moge komen. In al deze noden ziet de Heere ontfermend op Zijn bedrukten terneder. Hij weet, dat zij zwak van moed en klein van krachten zijn. De man, wiens naam was Helper, is aan de vaderlijke hand der Goddelijke voorzienigheid gebracht aan deze plaats, tot hulp van de arme Pelgrim. Het heeft zijn hart verkwikt de Heere begeeft en verlaat hem niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.