+ Meer informatie

Tweehonderd jaar Verenigde Staten: lof of kritiek ?

Op 4 juli 1976 herdenken de V.S. het tweehonderdjarig bestaan als onafhankelijke natie. De vierde juli 1776 scheurden immers dertien koloniën de band door met het Engelse moederland. Hun Onafhankelijkheidsverklaring luidde een nieuw tijdperk in voor Amerika en Europa: de jonge natie zou zich ontwikkelen van koloniaal gebied tot wereldmacht.

6 minuten leestijd

Aan de bakermat van die stormachtige ontwikkeling in de Amerikaanse geschiedenis staat de befaamde Onaihankelijkheidsverklaring. Zijn daarin inderdaad, zoals sommigen beweren, calvinistische invloeden aan te wijzen? Heeft het Plakkaat van Verlatinghe gericht tegen Filips II, model gestaan voor de opstellers van de „declaration of independence"? Het is bekend dat Kuyper een direkt verband legde tussen de Nederlandse opstand tegen Spanje en de opstand van de Amerikaanse koloniën. Zijn tegenstander Hoedemaker had eveneens grote waardering voor de VS. Hij bewonderde deze samenleving, waar een christelijk stempel op leek gedrukt. Inderdaad is de Amerikaanse samenleving een staalkaart van religieuze groeperingen. Men vindt er independenten presbyterianen, baptisten, quakers (Pennsylvania is genoemd naar hun voorman Penn), piëtisten en afgescheidenen (ds. Scholte). 'Bekend werd de calvinistische universiteit te Princeton, waar Kuyper in 1898 zijn Stone-lezingen hield, en waar op dat moment Woodrow Wilson, de latere president, hoogleraar was in de geschiedenis.

Christelijk.

 De VS een christelijke natie? Hoedemaker wist dat de presidenten af en toe bid- en dankdagen uitschreven, dat de vergaderingen van het Congres met gebed geopend werden en dat de zondagen er als rustdag gerespecteerd werden. Toch: er is een andere zijde. De Onafhankelijkheidsverklaring heeft ook sterke invloeden ondergaan van Verliohtingsdenkbeelden. Zij is in zulke rationalistische termen vervat, dat een nauwe verwantschap met verschillende Franse denkers niet valt te ontkennen (met name Montesquieu en Rousseau). Dat blijkt o.i. al uit die zo vaak geciteerde zinsnede: „Wij houden de volgende waarheden voor vanzelfsprekend: dat alle mensen gelijk geschapen zijn; dat zij door hun Schepper met zekere onvervreemdbare rechten begiftigd zijn; dat tot deze rechten behoren: het Leven, de Vrijheid en het Streven naar Oeluk..." De oude redenering om de twee revoluties (de Amerikaanse en de Franse) te plaatsen op rekening van deze 18e eeuwse. Franse filosofen, ligt dan ook voor de hand. De Verklaring van 1776 baseert zich op onvervreemdbare mensenrechten en op de verdragsleer VEUI het natuurrecht. Karakteristiek is de optimistische toon die uit de Verklaring spreekt. Zij weerspiegelt een idealisme, het gevoel een zending te moeten yolbrengen, dat de Amerikaan altijd is bijgebleven. Woodrow Wilson trok in 1917 ten strijde met de leus „to make the world safe for democracy". In zijn voetspoor bewoog zich Franklin Roosevelt, die in 1941 vier fundamentele vrijheden van de mens formuleerde (vrijheid van vergadering, vrijheid van godsdienst, vrijheid van honger en vrijheid van angst voor onderdrukking). De titel die Eisenhower aan zijn boek mee gaf, tekent eveneens deze sfeer: Kruistocht door Europa.

Smeltkroes

Voor velen werd de VS het symbool van idealisme, eerlijkheid, fatsoen, gelijkberechtiging en openheid. Honderdduizenden emigranten trokken in de loop der jaren naafr dit „land of hope and glory": Italianen, Grieken, Spanjaarden, Ieren, Schotten, Engelsen, Duitsers, Polen, Tsjechen, Hongaren, Joden enz. De VS werden de smeltkroes der volkeren. Toch waren de verwachtingen wel eens te hoog gespannen. Amerika had nog een ander gezicht. Op onvoorstelbaar harde wijze werd opgetreden tegen de Indianen. Over de emancipatie der negers ontstonden laaiende conflicten. In1963 verklaarde ds. King op een massa- bijeenkomst te Washington: „Ik heb een droom, dat op een dag deze natie zal verrijzen en zal leven volgens de ware zin van haar belijdenis: wij beschouwen het als een vanzelfsprekende waarheid dat alle mensen gelijk geschapen zijn". Ook corruptie, vaak gepaard gaande met de georganiseerde misdaad, werd een vertrouwd verschijnsel in de Amerikaanse samenleving. Zo bleek in de twintiger jaren van deze eeuw een minister van binnenlandse zaken oliereserves van de vloot in handen van particulieren gespeeld te hebben. Een andere minister ontdook het in 1919'iiiigeateldQ: alcoholverbod. Aan het gangsterwezen dat zich na 1919 specialiseerde in de dranksmokket en tn kinderontvoering (o.a. het kind van de uiterst populaire luchtvaartpionier Charles Lindbergh) kon geen eind worden gemaakt. De Watergate-affaire, die Nixon het politieke leven heeft gekost, heeft dus zijn voorgeschiedenis in andere schandalen tot In de hoogste regeringskringen toe. Harding, president van 1921 tot 1923 werd wel genoemd „de grootste onbenul die ooit het presidentschap veroverde". Voor de talloze emigranten echter zal vooral de hoog geroemde Amerikaanse welvaart aantrekkingskracht hebben gehad. Nog in 1928 (aan de vooravond van de grote crisis in 1929 dusl) verklaarde president Hoover trots: „Wij zijn in Amerika dichter bij de definitieve triomf over de armoede dan enig land in de loop der geschiedenis ooit is geweest". Hij gaf met deze uitspraak een verkeerd beeld van de bestaande situatie. Van de drie grote problemen van bijna elke maatschappij (armoede, ziekte en misdaad) is er in Amerika geen verbijsterender qua omvang dan het eerste. De welvaart kwam aan slechts een kleine groep ten goede. Orote armoede kwam voor te midden van grote welvaart. „Nog is Amerika bepaald geen welvaartsstaat. Onder een twintig procent van dit 180 miljoen mensen tellende volk (telling van 1960) richt de werkloosheid gruwelijke verwoestingen aan, een „economische onderwereld scheppend, waarbinnen men alle hoop kan laten varen". (Pressor). De strijd om het bestaan is hard in de VS; alleen de sterksten kunnen zich handhaven. Desondanks bleef de „American way of life" het aanlokkelijke voorbeeld voor velen.

Bezinning

Het vrije westen heeft veel te danken aan de VS. Was het land in voorgaande eeuwen een vrijplaats voor vervolgden, in deze eeuw was Amerika tot tweemaal toe „het arsenaal voor de democratie", en bleek het bereid liet berooide Europa financieel en militair bij te springen. „In 1941 gordde de gehele natie zich aan tot een prestatie, die dan wel overal het merk van alle mensenwerk draagt, maar die in de wereldgeschiedenis ondanks alles eenvoudig uniek is. In een minimum van tijd schakelden de Amerikanen zich geestelijk en materieel om naar de oorlog en pakten die aan met een kracht, een durf, een overleg, waar geen superlatieven meer voor zijn". (Pressor). Het is goed ook dit te waarderen in een tijd waarin zó de staf over Amerika wordt gebroken als in onze dagen het geval is. Trouwens, de VS mogen dan aan intern verval van krachten lijden, hebben allerlei ontbindingsverschijnselen in West-Europa niet even grote, zo niet grotere vormen aangenomen? Dreigen wij niet voorbij te zien aan eigen falen? Wij kunnen alleen maar hopen dat de VS zich zelf zullen hervinden en opnieuw bereid zijn op de voorposten van de Westerse beschaving te staan tot haar verdediging. Immers, een volk dat meer om zijn gemak denkt dan om zijn vrijheid, zal zijn vrijheid verliezen en zijn gemak bovendien. Het tweehonderdjarig bestaan der VS vormt een goede aanleiding tot bezinning.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.