+ Meer informatie

Alleen het geloof rechtvaardigi

5 minuten leestijd

8. Gij vraagt nu echter: opwelke manier gaat dat dan toe dat alleen het geloof rechtvaardigt en zonder onze werken ons een schat van zovele goederen schenkt, terwijl toch zo vele werken, ceremoniën en wetten ons in de Heilige Schrift voorgeschreven zijn? Ik antwoord: voor alle dingen moet ge gedachtig zijn aan wat gezegd is, dat het geloof alleen, zonder de werken, rechtvaardigt, redt en behoudt, wat we aanstonds duidelijker zullen maken. Intussen moet worden vastgesteld: het gehele W oord van God bestaat in twee delen: geboden en beloften. De geboden welke ze zijn, geschieden ze daar nog niet mee: de geboden maken ons duidelijk wat wij moeten doen, maar zij geven niet de kracht om het te doen; tot dit doel dan zijn zij bij verordening vastgesteld: dat zij de mens zelf tot een aanwijzing zullen dienen opdat hij in deze weg zijn onvermogen tot het goede zal leren kennen en aan zijn krachten zal vertwijfelen. Daarom ook heten zij en zijn zij het Oude Testament. Om een voorbeeld te nemen: het„Gij zult niet begeren ”is een gebod, waardoor we ervan worden overtuigd dat wij allen zondaars zijn, omdat niemand buiten alle begeren kan blijven, wat hij er ook tegen zou ondernemen. Opdat hij echter toch niet moge begeren en het gebod moge nakomen, wordt hij gedwongen aan zichzelf te vertwijfelen en elders en bij een ander de hulp te zoeken, die hij bij zichzelf niet vindt, zoals Hosea zegt: „Uwer is het verderf Israël; alleen in Mij is uw hulp”. W at nu evenwel van dit ene gebod geldt, hetzelfde geldt ook van alle geboden; het is

ons immers omtrent die alle onmogelijk ze te volbrengen.

Indien nu evenwel een mens door de geboden der wet indachtig is gemaakt op zijn vermogen (om ze te houden) en nu zeer bezorgd is geworden of hij wel langs enige weg van ijverig pogen aan de wet voldoening zal kunnen verschaffen, terwijl hij toch weet dat dit zal moeten, dat hij zelfs niet aan een jota of tittel der wet zal kunnen voorbijgaan, of anders zal hij zonder enige hoop op verlossing verdoemd worden - dan vindt hij, in waarheid verootmoedigd en tot niets teruggebracht in eigen oog, in zichzelf niets, waardoor hij zal gerechtvaardigd en behouden worden.

En hier is nu het tweede deel van het goddelijk W oord: Gods beloften, die de heerlijkheid van God aankondigen en die zeggen: W ilt gij de wet vervullen, wilt ge komen tot het „niet begeren”, gelijk de wet eist, wel ziehier: geloof dan in Christus in W ie u worden toegezegd genade, gerechtigheid, vrede, vrijheid en alle dingen. Indien gij gelooft, zo zult ge ze hebben; indien gij niet gelooft, zo zult gij ze missen. W ant hetgeen u onmogelijk is, al deed gij alle werken der wet, die vele zijn en nochtans onnut, dat zult gij langs de gemakkelijkste en kortste weg vervullen door het geloof. Want God de Vader heeft alle dingen in het geloof gelegd, opdat wie dit zal hebben alles zal hebben, terwijl wie het niet zal hebben niets zal hebben. W ant God heeft hen allen onder ongehoorzaamheid besloten om zich over hen allen te ontfermen, Rom. 11: 32. Zo geven de beloften van God datgene, wat de geboden eisen en zij vervullen wat de wet beveelt, opdat het alles moge zijn van God alleen, zowel de geboden als ook de volle vervulling ervan. Hij Zelf alleen gebiedt; Hij ook alleen vervult. Daarom behoren de beloften van God tot het Nieuwe Testament; ja zelfs: zij zijn het Nieuwe Testament.

10. Omdat nu deze beloften van God heilige woorden zijn en ware, rechtvaardige, vrije, vredige, en die Hij gevuld heeft met een universele goedheid, gebeurt het dat de ziel, die ze met een sterk geloof aanneemt, zozeer er mee verenigd wordt, ja zelfs er geheel en al door verzwolgen wordt, dat zij niet alleen deel verkrijg aan, maar zelfs verzadigd wordt met en geestelijk dronken gemaakt door de grote kracht ervan. W ant als het Christus aanraken genezing bracht, hoeveel te meer zal dan niet deze allereerste geestelijke aanraking, ja een indrinken van het Woord alles wat des W oords is aan de ziel mededelen? Op deze wijze dus wordt de ziel door het geloof alleen, zonder de werken, uit het W oord Gods gerechtvaardigd, geheiligd, van leugen gezui’ erd, tot vrede gebracht, taevrijd en met alle uoed vervuld en waarlijk tot een„dochter van God ”gemaakt, gelijk Johannes 1:12 zegt: „Hij heeft macht gegeven kinderen Gods te worden hun die in Zijn Naam geloven”. Hieruit is gemakkelijk te verstaan hoe het komt dat het geloof zoveel vermag en waarom geen enkel goed werk noch alle goede werken tezamen aan het geloof gelijk te stellen zouden zijn; immers geen enkel goed werk hecht zich zo aan het Woord noch ook kan zo in onze ziel leven; immers alleen het geloof en het W oord heersen in haar. Zo als het W oord is, zo wordt ook de ziel door het Woord, gelijk het ijzer even gloeiend rood wordt als het vuur door de vereniging met het vuur. Hierdoor wordt het duidelijk dat een christen aan zijn geloof genoeg heeft tot alle dingen en de werken hem niet nodig zijn om gerechtvaardigd te worden; maar indien hij de werken niet nodig heeft, heeft hij ook de wet niet nodig; en indien hij de wet niet nodig heeft, is hij toch zeker vrij van de wet en blijkt het waar: „de rechtvaardige is geen wet gesteld”.

In dit is nu die (bekende) Christelijke vrijheid: ons geloof dat maakt niet dat we werkeloos blijvend ledig gaan, of slecht zouden leven, maar dat niemand wet of werken nodig heeft tot zijn rechtvaardiging en zijn behoud.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.