+ Meer informatie

Uit de Praktijk

7 minuten leestijd

17

Als ik van sommige oude mensen hoor, dan gebeurden er vroeger weleens wonderen, maar tegenwoordig hoort men er niet van. Ik denk weleens: Zou het dan daaraan liggen dat alles tegenwoordig zo vervlakt is? Wat denkt u ervan? Dit werd ons eens gevraagd door een vrouw des huizes op huisbezoek. Wij horen ook in deze tijd soms van wonderlijke dingen, waarvan wij zeggen moeten: hoe is het mogelijk!

Iemand zeide eens: een mens wordt geleefd, en terugziende op het voorbijgegane leven zeggen wij: ja, dat is zo. Als erlicht mag vallen op het leven dat reeds achter de rug is, mag weleens ingestemd worden met de dichter: Gij hebt mij onderhouden van mijn jeugd aan. Als men terug mag zien en opmerken de leidingen des Heeren in het leven, dan staat men soms verwonderd stil; hier bijzonder bewaard voor ongeval of groot kwaad, daar kennelijk doorgeholpen waar men geen uitkomst zag, of bijzonder ondersteund in een moeilijke weg, ja wie is in staat om inordede bemoeienissen des Heeren op te sommen en te verhalen? En hoewel een ieder die van geestelijke zaken voor eigen hart en leven wel van deze dingen afweet, zo zijn er nochtans ervaringen die in deze wel bijzonder genoemd kunnen worden. U weet wel uit welk geslacht ik afkomstig ben. Eén ervan waarvoor ik zeer veel achting had in mijn jeugd, heeft mij uit zijn eigen ervaringen het volgende verteld: Mijn oudste broer heeft voor zijn lot gediend bij de infanterie. Na zijn diensttijd is hij getrouwd. In de wintermaanden werkte hij in de grienden van de Biesbos, dan ging hij ’s maandagsmorgens vroeg weg en kwam hij vrijdagsavonds weer thuis. Maar het gebeurde op een vrijdagavond dat hij niet thuiskwam en ook zaterdags niet, hetwelk zijn vrouw en broers zeer verontrustte. Men besloot omhemtegaanzoeken,daarhem mogelijk een ongeval of ziekte overkomen was. Na lang zoeken vond men zijn lichaam in een greppel en bleek dat hij verdronken was. Dit was een zware slag voor zijn vrouw, waarmede hij maar zeer kort getrouwd was. Niet lang daarna werd ik opgeroepen voor de loting voor de militaire dienst. Toen ik mijn lot trok, bleek het, dat het hetzelfde nummer was dat eenmaal mijn broer, die verdronken is, ook getrokken had. De oproep tot de dienst meldde mij dat ik bestemd was om te dienen bij hetzelfde regiment infanterie, dezelfde stad en dezelfde kazerne; en toen ik ter plaatse aankwam werd mij dezelfde kamer en krib toegewezen als mijn overleden broer. Wat werd ik ontroerd en zeer bang daar al deze dingen mij herinnerden aan hetgeen mijn broer overkomen was. Vele dagen liep ik in bange vrees, niet wetende waar ik het zoeken moest; gedurig voor mijn aandacht; zal dan mijn einde ook zo moeten zijn als van mijn broer? Te meer daar wij geen gegronde hoop voor hem hadden betreffende de eeuwigheid. Dit dreef mij uit in bidden en smeken tot God onder veel strijd en benauwdheid, totdat mijn druk verlicht werd met deze woorden: Ik zal raad geven. Mijn oog zal op u zijn. Toen gevoelde ik dat die hange vrees van mij werd weggenomen, en mocht ik een aanklevend en nauw leven beoefenen, en van die tijd af heeft er een ommekeer in mijn leven plaats gehad. Tot zover deze wonderlijke gang in het leven van deze man; in zijn leven getuigde hij van het leven door een teder leven en nauwgezette en voorbeeldige wandel. Ik heb u dit maar kort verhaald, maar u hebt zelf deze man van nabij gekend nietwaar; ’t is toch een wondere weg, die de Heere gebruikt om een ziel te overtuigen en te trekken.

Ja man, vroeger hoorden wij meer van zulke bijzondere dingen dan tegenwoordig, maar zijn nu al die wonderlijke dingen wel tot een echte bekering leidende, het laat zo weinig na bij sommigen die ik van nabij ken. Niet van allen, die van wonderlijke dingen kunnen vertellen, kan gezegd worden: het komt uit de vruchten openbaar. Men hoort soms dingen vertellen die wel wonderlijk schijnen, diesoms jaren geleden gebeurd zijn, maar men is er zo dezelfde in gebleven, het schijnt of het niets heeft nagelaten dan een wetenschap: het is gebeurd. Gaat men een weinig vragen dan blijkt het dat men er rust mee gekregen heeft, en dat er geen werkzaamheden uit voortgevloeid zijn; in zulk een geval hebben wij wel gevraagd: Kunt u dit nu maar altijd vasthouden, wordt dit nooit eens betwijfeld, weet u wel zeker dat dit van God is, en wat heeft het in u uitgewerkt? Dan gebeurt het dat men daarop geen antwoord weet te geven, of men ziet een wondere uitredding uit lichamelijke of tijdelijke nood aan voor inwendig geestelijk werk, en men gaat er wettisch op leven, en men weet niet van oude dingen die vernieuwd worden of van nieuwe zaken die er aan toegevoegd worden.

Maar u hebt gevraagd: Gebeuren er tegenwoor dig nog wonderen? wij verantwoorden: Ja, er gebeuren nog wonderen. Een oude vrouw heeft mij eens gezegd: als wij op mogen merken, dan ziet men de wonderen. Samuel prees de opmerkzaamheid zo aan, en het is een zegen ais wij dat mogen doen; en hoe is het in deze met een godvrezend mens gesteld? Wanneer hij mag opmerken dan moet hij zeggen: Heere elke dag dat U mij nog draagt is een wonder; als hij ingeleid wordt in zijn bestaan en zich bevindt als een gans verdorven schepsel, die niets vóórtbrengen kan dan doodsvruchten, die zich gedurig moet aanklagen dat hij na zo vele weldaden des Heeren nog zo’n hart omdraagt dat niet alleen naar zijn waarneming onbekeerd, maar nog meer onbekeerlijk is, en dat de Heere hem nochtans draagt en verdraagt. Voor zulken wordt dat zo’n wonder, en als dan nog op zijn gemoed gedrukt wordt: Ik wist dat gij hard zijn en Uw nek een ijzéren zenuw is: die voorwetenschap des Heeren en nochtans die bemoeienissen, wat zakt dan een ziel in het wonder weg, en dat temeer als men verwaardigd wordt en teruggeleid naar het begin; wat een wondere leidingen des Heeren, welke bestieringen en omtuiningen; welke wegen werden geopend als er geen weg meer scheen te wezen, en dat bij het begin als een berooid en hulpeloos zondaar, die geen mogelijkheid meer zag, maar ook bij de verdere leidingen als er geen doorzicht of opening was. En dan soms zo eenvoudig een weg geopend, zodat men zich niet alleen verwonderen moest over de wondere daden des Heeren, maar ook over de eenvoudigheid van dat werk.

Ja man, in deze versta ik u wel, als een ziel maar veel in afhankelijkheid mag verkeren dan heeft zij een gezegend leven. Dat is zeker waar, vrouw, een aanklevend leven is ook zulk een aangenaam leven, wat heeft men dan een vrijmoedigheid en smaakt dat onverklaarbare zoet als men in alle omstandigheden en met alle dingen tot de Heere mag naderen, en zo gemakkelijk zijn hart mag openleggen voor de Heere. Welk een vertrouwen wordt er dan geoefend dat Hij het alles maken zal tot Zijn eer, ja dan wordt ervaren met welk een wonderdoend God men te doen heeft, en hoe getrouw de Heere is inde onderhouding van Zijn eigen werk. Maar hoe menigmaal is het anders gesteld, als men alles zelf kan en de Heere zo tot alles niet nodig heeft, en onder alles door toch gevoelt dat het verkeerde wegen zijn die men bewandelt, en toch maar volhouden; dat zijn schadelijke wegen. Maar als daar de ogen weer voor open gaan, en men weer in het gemis terecht komt, wat gaan dan de begeerten weer uit om in Zijn voetstappen te mogen wandelen. Welk een profijtelijk leven is het om bij de gedurigheid de Heere nodig te hebben ook voor dit leven, dan werkt het inwendige met het uitwendige samen, en wordt ervaren dat de Heere nog wonderen werkt in en aan een volk van het wonder.

Bent u het nu met mij eens? De dichter bad: ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen Uwer wet. Dat is noodzakelijk voor u en voor mij om uit Hem te leren leven, Wiens naam is Wonderlijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.