+ Meer informatie

Vernieuwing en verwarring (5)

4 minuten leestijd

Hoe kon het toch gebeuren dat ds. R. Kok, deze door velen gewaardeerde predikant, werd geschorst vanwege onzuiverheid in leer en prediking, terwijl hij zich beriep op onverdachte predikers uit het verleden, geciteerd door niemand minder dan ds. G.H. Kersten?

Dat was de vraag waarmee ik mijn bijdrage de vorige keer besloot. Ik ben nog bezig mèt u te lezen in de boeiende dissertatie die ds. M. Golverdingen wijdde aan de ontwikkelingen in de Gereformeerde Gemeenten in de jaren 1946 tot 1950. Centraal daarin staat het geding rond de Veenendaalse ds. R. Kok. Na veel moeizame verwikkelingen en tal van voorafgaande kerkelijke vergaderingen besluit de Generale Synode op 12 januari 1950 ds. Kok te schorsen in zijn ambtsbediening. Ds. Golverdingen toont met de feiten aan dat dit op een kerkordelijk onjuiste manier gebeurt. Er vindt geen ordelijk onderzoek naar de gronden van de beschuldigingen plaats. Een procedure van hoor en wederhoor ontbreekt. Het oordeel van de synode wordt niet onderbouwd op grond van Schrift en confessie. En vooral: de synode is bewust samengesteld door broeders die bij voorbaat contra ds. Kok zijn. Daarbij: de schorsing van ds. Kok vindt plaats bij mondelinge stemming tegen de achtergrond van de onuitgesproken dreiging dat iedere ambtsdrager die tegen de schorsing zou stemmen, zelf ook het risico van een schorsing loopt. Al met al: zeer onzorgvuldig, een kerkelijke vergadering onwaardig.
Blijft bij dit alles de vraag: hoe kon het zover komen? Wat is de directe oorzaak van deze trieste gebeurtenis? Veel jaren had ds. Kok een alom gerespecteerde plaats in de kring van de gemeenten gehad. Zijn bediening in de Gereformeerde Gemeenten telde al bijna 35 jaren.

De oorzaak van de kerkelijke maatregel, zoals ze doorgaans onder woorden wordt gebracht, luidt dat ds. Kok in prediking en geschriften het algemene aanbod van genade en de beloften van Gods verbond vereenzelvigt. Geen onderscheid maakt tussen deze beide dus. Het was een aangelegen punt. Immers in 1931 had de Generale Synode van ds. Koks kerkgemeenschap uitgesproken dat het verbond der genade staat onder de beheersing van de verkiezing ter zaligheid. Het wezen van het verbond geldt daarom alleen de uitverkorenen en geldt nooit ‘het natuurlijk zaad.’ Aldus de leeruitspraak van zo’n twintig jaar eerder. De prediking en publicaties in de jaren veertig binnen de Gereformeerde Gemeenten lieten een zekere verabsolutering van deze stellingname zien. Dat was zeker het geval toen in 1943 dr. C. Steenblok naar de kring der gemeenten overkwam.
De accenten in de prediking van ds. Kok echter lagen meer in een bewogen appel op het hart, een hartelijke oproep tot geloof en bekering en een aanbieding van het heil in Christus aan allen en een ieder. De grond voor deze voorstelling vond de Veenendaalse prediking in de belijdenis van de algenoegzaamheid van Christus’ offerande. En hier schuurde het met de gebruikelijke prediking binnen de Gereformeerde Gemeenten. Er ontstond achterdocht en kwaadspreken aangaande de prediking van ds. Kok. Zelfs klonken er beschuldigingen als ‘arminiaans’ en ‘zielsmisleidend’. En dat terwijl Kok nooit enige afstand genomen had van de uitspraken van 1931. En van de zogenaamde leer van de drie verbonden heeft hij altijd afstand genomen.
Wel moet gezegd worden dat ds. Kok niet zelden slordig was in zijn bewoordingen. Veel uitdrukkingen die hij deed, waren voor meerdere uitleg vatbaar. Ook zijn onverzettelijke karakter heeft eraan meegewerkt dat de geschillen op de spits werden gedreven. Maar vooral maakt ds. Golverdingen in zijn boek duidelijk dat het binnen de Gereformeerde Gemeenten ontbrak aan een bijbels-theologische doordenking van de begrippen die men hanteerde. Bedoelde iedereen hetzelfde als het ging over de prediking van Gods beloften?

Bekend is dat iemand als ds. G.H., Kersten (die overigens in 1950 niet meer leefde) veel waardering had voor de visie op verbond en prediking van de hervormde ds. I. Kievit. Deze legde in de lijn van Joh. Calvijn veel meer nadruk op de belijdenis van de twee-erlei kinderen des verbonds. Hij en veel anderen in zijn kring brachten een duidelijk onderscheidende prediking.
Opmerkelijk was de reactie op de schorsing in het Gereformeerd Weekblad, het landelijk kerkblad dat het stempel van ds. I. Kievit droeg. “Wat bedoelt de synode van de Gereformeerde Gemeenten met de veroordeling van de stelling dat het aanbod van genade niet vereenzelvigd mag worden met de beloften? Want men predikt daar toch een aanbod van genade. En wat is dan de inhoud van dat aanbod van genade? Dat mag toch wel eens duidelijk uiteengezet worden. De inhoud van het aanbod van genade kan toch niet anders zijn dan de verkondiging van het evangelie, dat de Heere Jezus gekomen is om zondaren zalig te maken. Zoals Paulus schrijft aan Timotheüs: Dit is een getrouw woord en aller aanneming waardig, dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken. En men zal toch niet kunnen ontkennen dat dit aanbod van genade iets met ‘beloften’ te maken heeft. Men kan toch geen aanbod van genade brengen zonder de ‘beloften’!”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.