+ Meer informatie

De geneigdheid om te straffen is in ons land niet erg groot

Prof. Mulder over afnemend normbesef

7 minuten leestijd

NIJMEGEN — Het huidige strafrecht, zoals dat is neergelegd in het bekende Wetboek van strafrecht, staat met name de laatste jaren in bepaalde kringen sterk op de tocht. Een man als prof. Hulsman, hoogleraar in Rotterdam, zou het liefst het strafrecht afschaffen. Vooral de gevangenisstraffen zijn doelwit van de critici. De algemeen voorkómende werking van deze straffen zou niet bewezen zijn, sterker zelfs: deze richting meent dat celstraffen uit de tijd zijn en volstrekt niets uithalen.

Vorige maand was het honderd jaar geleden dat het Wetboek van strafrecht officieel werd bekrachtigd. Dit wetboek heeft in de Nederlandse rechtspieging, zoals die zich de afgelopen eeuw heeft ontwikkeld een bijzonder grote rol gespeeld. Aan de andere kant gaan er de laatste jaren stemmen op om het huidige strafrecht grondig te herzien. Het zou niet meer passen in de samenleving van de moderne tijd. "De functie van het strafrecht in de verzorgingsstaat" is dan ook het thema waarover gisteren aan de Katholieke universiteit van Nijmegen werd gecongresseerd.

Eén van de sprekers daar was prof. G. E. Mulder, hoogleraar strafrecht aan de Nijmeegse universiteit. Prof. Mulder, die lid is van de Geref. kerken (syn.), was van 1967 tot 1972 als hoogleraar verbonden aan de Vrije universiteit van Amsterdam. Daarvoor was hij onder meer rechter in Leeuwarden. In 1972 volgde hij in Nijmegen de huidige minister-president mr. A. A. van Agt op. Over deze op zich verrassende overstap naar Katholieke universiteit wil prof. Mulder, die dit jaar met pensioen hoopt te gaan, liever niet uitwijden. "Men laat mij hier volledig vrij" is alles wat hij er op dit moment over zeggen wil.


Iemand die tot de vurige bestrijders van deze richting gerekend mag worden, is prof. G. E. Mulder. Hij erkent dat het huidige strafrecht tekortkomingen kent maar ondanks dat dient het strafrecht gehandhaafd te blijven. „De mensen", zegt hij, ,,die menen dat het strafrecht kan worden afgeschaft, gaan ait van het idee dat de mens uit zichzelf in staat is om zonder door straffen gehandhaafde richtlijnen op geordende wijze met anderen samen te leven. Daar geloof ik niet in. De ervaring van elke dag leert dat er normen moeten zijn die dwingend worden voorgeschreven, wil de samenleving goed functioneren. Dat er momenteel anders over gedacht wordt, geef ik toe en ik denk dat het ook één van de redenen is dat de criminaliteit in hevige mate toeneemt."

Die toename van de misdaad dreigt volgens prof. Mulder de laatste jaren te ontaarden in anomie, het aan de Bijbel ontleende begrip voor wetteloosheid. „In feite betekent dit dat mensen niet meer bereid zijn zich aan normen te houden. Het is best mogelijk dat dit niet direct tot rampen leidt, desalniettemin geloof ik dat in zo'n sfeer van alles kan en alles mag. Een tijd zal komen waarin men zal inzien dat door het toepassen van straffen het naleven van regels dient te worden afgedwongen."

Onvrede

Verontrustend vindt Mulder in dit verband dat bepaalde vormen van criminaliteit die vroeger haast niet voorkwamen, zich thans op grote schaal aandienen. Als voorbeeld noemt hij het bekrassen van auto's dat in zijn woonplaats Nijmegen dagelijks voorkomt. "Volstrekt zinloos", oordeelt hij. „Niettemin vindt dit al maandenlang plaats alsof het de gewoonste zaak van de wereld is." Volgens hem hangt dit verschijnsel nauw samen met de onvrede over de huidige maatschappij, al bestrijdt hij de opvatting zoals die in socialistische kring wordt verkondigd, dat door het hervormen van de maatschappij de misdaad zou verdwijnen: ,,In het eerste deel van het Koninkrijk der Nederlanden memoreert prof. dr. L. de, Jong dat ondanks de massale en uitzichtloze werkloosheid in de jaren dertig over het algemeen de samenhang in de gezinnen bewaard bleef en men zich aan regels hield. Ik denk dus dat de wortel van de criminaliteit niet uitsluitend gezocht moet worden in het maatschappelijk bestel. Het is natuurlijk heel populair om daar de oorzaak te zoeken maar de geschiedenis leert anders."

Winkeldiefstallen

De Nijmeegse hoogleraar vindt overigens niet dat het antwoord op het afnemend normbesef gezocht moet worden in het verzwaren van de straffen. „Voor mij staat niet ter discussie", zegt hij, „dat straffen een algemeen voorkomende werking hebben. De vraag is echter of die voorkomende werking groter wordt als je de straffen zwaarder maakt. Ik weet dat niet. Straffen betekent dat je mensen rechten ontneemt die je in de maatschappij aan die mensen toekent. Men zegt wel: het strafrecht snijdt in eigen vlees. Om eigendommen te beschermen worden boetes opgelegd, worden mensen in de gevangenis gezet. Maar ik geloof niet dat je het gezag van normen als gij zult niet stelen en gij zult geen valse getuigenis geven vergroot door alsmaar zwaarder te gaan straffen. Anderzijds vind ik wel dat de kleine criminaliteit, zoals winkeldiefstallen, strafbaar moet blijven. Ik sprak .jaren geleden een zakenman in Amstelveen en die vertelde mij dat er in één jaar voor vijftienduizend gulden uit zijn (middelgrote) winkel was gestolen. Dat proces is de laatste jaren versneld doorgegaan, zelfs in die mate dat gezegd kan worden dat de kleine criminaliteit schrikbarend is toegenomen. Daar kan alleen wat aan gedaan worden als de strafdreiging iemand die iets kwaads in de zin heeft, boven het hoofd blijft hangen. Niet dat die straf bijzonder zwaar hoeft te zijn maar het afschaffen ervan — waarvoor in sommige kringen wordt gepleit — zou onverstandig zijn. Stel dat een vrouw voor het plegen van een winkeldiefstal naar het politiebureau wordt gebracht en daar, nadat er proces-verbaal is opgemaakt, een reprimande van de officier van justitie krijgt; dan zal deze, laten we aannemen brave, keurige huisvrouw zich een volgende keer toch zeker bedenken."

Afkeer van gezag

Is het volgens prof. Mulder niet zinvol en ook niet noodzakelijk de kleine criminaliteit zwaarder te bestraffen, anders ligt dat waar het gaat om ernstiger vormen van misdadig gedrag. Men zal, vindt hij, de moed moeten hebben om hiertegen krachtiger op te treden. ,,Het is mensen die op de hoogte zijn van wat onder de gevangenisbevolking leeft, opgevallen dat bepaalde groepen van beroepsinbrekers dè gevangenisstraf tegenwoordig beschouwen als een soort risico dat nu eenmaal aan het "vak" verbonden is. Als het dus zo is dat zo'n straf gewoon geaccepteerd wordt omdat het erbij hoort als men steelt, dan heeft die straf voor degenen die er hun beroep van maken onvoldoende uitwerking. Naar mijn idee zou dat een reden kunnen zijn om op dit soort mensen een zwaardere straf toe te passen

De geneigdheid om te straffen is echter volgens de Nijmeegse hoogleraar op het moment niet erg groot. Daar zijn een aantal oorzaken voor: „Ik weet niet of het juist is om het op dit moment te zeggen maar ik doe het toch: er is een tendens dat mensen een zekere afkeer krijgen van gezag. We zien dat bij allerlei mogelijke rellen, politie-uniformen werken haast allergisch. In de tweede plaats is gevangenisstraf in vrij brede kring impopulair. De bereidheid om bijv. voor vermogensdelicten een vrijheidsstraf op te leggen, is daarom niet erg groot. Dat zijn dus een aantal redenen waarom het zo moeilijk is om de wet te handhaven."

Filosoferend over de taak van de strafrechtspleging, zegt Mulder dat die taak nimmer kan zijn het onmogelijk maken van de criminaliteit. Het gaat erom dat de criminaliteit wordt ingedamd. "Verder kun je met je eisen niet gaan en moet je ook niet gaan", meent hij. "Als je in aanmerking neemt dat in, Nederland over het algemeen niet zwaar gestraft wordt, zeker niet als je dat vergelijkt met landen als Engeland en Polen, blijft de criminaliteit hier nog beperkt. Aan de andere kant heb ik wel m'n bezorgdheid."

Mulder vergelijkt in dit verband de taak van het strafrecht met de taak die een dijk heeft ten opfzichte van het water. Hij gelooft dat het strafrecht de criminaliteit inderdaad indamt en dat het optreden van politie en justitie wel degelijk zin heeft. "Dat de criminaliteit desondanks toeneemt, komt daarmee niet in strijd. Je zou kunnen zeggen: als het hard waait, komt het water tegen de Afsluitdijk hoger te staan en zal er wel eens een zwiep water overheen gaan. Maar daarom is die dijk nog niet ondeugdelijk! Zo geloof ik ook dat het strafrecht zijn dijkfunctie heeft behouden. Het is geen potje geworden, het niet zo in Nederland dat het nergens meer op lijkt. Er zijn allerlei aanwijzingen dat de wetteloosheid in ons land toeneemt maar dat we in een sfeer terecht zijn gekomen waarbij ieder, om het met Richteren te zeggen, doet wat goed is in zijn ogen, is toch echt niet het geval. Op bepaalde punten slaat het water over de dijk maar de zwaarste golven worden over het algemeen tegengehouden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.