+ Meer informatie

Commentaren op nota gezondheidszorg

4 minuten leestijd

Het viel te venvachten, dat er tal van commentaren zouden loskomen op de langverwachte structuurnota gezondheidszoi^ van staatssecretaris J. P. M. Hendriks. Over het algemeen is er waardering voor het feit, dat dé „eerste lijn" sterkere aandacht zal krijgen.'

Het Nationaal centrum voor geestelijke volksgezondheid zei in een commentaar op de dinsdag gepubliceerde structuurnota gezondheidszorg, regionaal zelfbestuur in principe een erg goede zaak te vinden.

Verder ziet het NCGV; in de nota een kloof tussen de ambulante en de klinische voorzieningen voor geestelijke gezondheidszorg. Tenslotte zet het vraagtekens bij de bestuursvorm van de gezondheidszorg in de gewesten en bij de financiering.

KNMG

De voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, dr. A. E. Leuftink, liet zich in een eerste reactie zeer positief uit over de nota. De KNMG is blij dat de nota er nu eindelijk Is en dr. Leuftink zei dat de artsen met „heel grote stukken ervan wel een eind mee kunnen gaan". 'Erg belangrijk noemde hij- het, dat de herstructurering via de wetgeving tot stand zal komen en niet langs het „achterdeurtje"' van het openen en sluiten van financiële kranen.

De KNiMG is voor regionalisatie, mits ook de deskundigen in de besturen vertegenwoordigd eullen zijn en uit de nota valt af te leiden, dat dit ook zal gebeuren.

Een „wat zwakker punt" vindt dr. Leuftink, dat de preventie in de nota erg summier aan bod komt.

Hij toonde zich tevreden over de grote voorzichtigheid waarmee de staatssecretaris blijkbaar te werk wil gaan. „Beslist geen stier in de porceleinenkast". zei hij.

Een groei van het aantal artsen met 50 procent tot 1982 betekent, dat er dan 1,8 artsen per 1000 inwoners zullen zijn. Vergeleken bij andere landen is dat aan de hoge kant. Als de overheid een verdere uitbreiding van het artsenbestand na 1982 wil voorkomen, zullen op korte termijn al maatregelen moeten worden genomen met betrekking tot het aantal opleidingsplaatsen.

KRUISWERK

Het Nationaal centrum voor kruiswerk vindt het een positief punt in de nota, dat aan de eerste lijn een belangrijker taak wordt toegedacht. Het gewicht dat daarbij aan de functie van de huisarts wordt gegeven lijkt de kruisorganisatie op het eerste gezicht wat overtrokken en ten nadele van de mogelijkheden van anderen.

Het centrum is er blij om, dat in de nota „de hoofdgedachte is terug te vinden van hetgeen de kruisorganisatie al jajnlang heeft gestimuleerd". „Namelijk regionalisering en samenwerking met de partners in de eerste lijn. Een deel van die gedachte heeft het kruiswerk grotendeels op eigen kracht, al verwezenlijkt. Daarom doet het wat vreemd aan, aldus het centrum, dat na alle overleg met het departement in de nota toch een beeld is geschetst van een situatie, die de kruisorganisatie ai enkele jaren achter zich heeft. , Of de kruisorganisatie haar weg naar herstructuering kan vervolgen, hangt af van de mogelijkheden die de toekomstige overheidsregelingen bieden. Het bestaande ingewikkelde patroon van regelingen biedt die mogelijkheden niet. Een belangrijk probleem is verder, dat een verantwoord salarisniveau en de rechtspositie van de wijkverpleegsters en andere medewerkers nog steeds niet voldoende zijn gewaarborgd.

ZIEKENFONDSEN

Er kan uit deze nota een impuls ontstaan voor een versnelde aanpak van het vraagstuk van de gezondheidszorg. Aldus de heer J. de Vries, secretaris van de unie van ziekenfondsen. Hij hoopt, dat de volksvertegenwoordiging spoed zal betraohteii met de behandeling van de nota en dat zij duidelijk uitspraken zal doen, omdat de verkderingen anders te lang zich zullen laten wachten. op

Of de in de nota neergelegde beleld'ilijnen fcunnen worden verwezenlijkt, is volgens de heer De Vries nog de vraag. Ze kunnen nog worden geamendeerd of zelfs verworpen. Anderzijds is het zo, dat de structuurnota in feite de discussie herhaalt die de afgelopen jaren al op het terrein van de gezondheidszorg is gevoerd.

APOTHEKERS

De nota zegt, dat aandacht moet worden geschonken aan de prijsvorming van geneesmiddelen. IMr. E. D. Harderwijk van de Koninklijke Nederlandse maatschappij ter bevordering der pharmacie merkt in dit verband op, dat de apothekers in grote lijnen positief oordelen over het bestaande ziekenzielcenfondssysteem (een afzonderlijke vergoeding van de geneesmiddelen naast aan abonnementsvergoeding met een honorarium een onkostendeel). „Onze ervaringen met het huidige ziekenfondssysteem zijn zodanig", aldus de heer Harderwijk, „dat wij, als er een volksverzekering tegen zieE-; tekosten komt, niet zullen stellen dat dit systeem wezenlijke veranderingen zal moeten ondergaani".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.