+ Meer informatie

Verslag van de begrafenis van wijlen Ds. M. S. Roos

5 minuten leestijd

Dinsdag 24 augustus 1971 blijft voor velen een onvergetelijke dag. Voor de familie die een onzegbare pijn en droefheid gevoelt, omdat een echte vader van hen is weggenomen. Een vader, die met de rijke liefde die God hem verleend had, intens meeleefde met zijn kinderen.

Onvergetelijk ook voor de gemeente Elburg, die eveneens een vader verloren heeft. Want dat was hij als herder en leraar, een vader voor de gemeente.

Dit alles bleek ’s morgens in de Hervormde Kerk van Elburg, die geheel gevuld was met Elburgers en verder ook vrienden uit het gehele land.

De rouwdienst werd geleid door ds. R. Kok. Hij was het die onvergeteüjke momenten beleefde aan het ziekbed in Zwolle. Daar mocht hij dienen om het hart van zijn mededienstknecht te verruimen met de kracht van het Woord Gods. Voor de kinderen betekende hij daarna een hechte steun.

We zongen bij het begin: „Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort”. Onder de droefheid mengde zich de blijdschap omdat hij nu zijn wens verkregen heeft en luisteren mag naar het geklank des Konings.

Ds. Kok sprak vanuit het Woord: Openb. 7 : 13-14. De lange witte klederen van hen die uit de grote verdrukking komen. Het bloed des Lams is de uiteindelijke grond van de gerechtigheid die volkomen voor God bestaan kan. Maar het vormt ook de enige toevlucht in de dagelijkse besmetting der zonde en des vieses. Het geeft ook heiligheid voor de heilige God.

Dit woord werpt veel licht over het ontslapen van hem, die velen lief was. God zorgt vaderlijk voor Zijn volk. Hier in het strijdperk van dit leven, maar ook als de laatste gang gemaakt wordt.

De dienst wordt besloten met het zingen van ps. 27 : 7. Dit geloof was het, dat hem aan de Heere verbond, en menigmaal uittilde boven de duistere moeiten van de strijd.

Om twee uur vond de begrafenis plaats op het kerkhof te ’s-Gravenzande, waar zijn echtgenote reeds begraven lag, al bijna tien jaar. Ook hier waren het velen, die gekomen waren om een laatste vaarwel toe te roepen.

Ds. Kok sprak over de woorden uit ps. 73: „Gij hebt mijn rechterhand gevat; Gij zult mij leiden door Uw raad, en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen”. Er is een geweldige tegenstelling: het lichaam gaat naar beneden, diep in de groeve der vertering, waar de ontluistering plaats vindt, en toch is dit in hoger licht een opnemen in de hemelse heerlijkheid. Vanuit dit sterven wordt een krachtige roepstem uitgezonden tot allen die de Heere kennen, maar ook tot hen, die „er geen zin in hebben”. Ook tot hen komt de vriendeüjke nodiging des Heeren.

Na hem spreekt ds. P. Sneep, namens de gemeenten, die door de overledene zijn gediend. Gods kinderen mogen rusten van hun arbeid, en hun werken volgen met hen. De werken van een Dienaar des Woords, die volgen, zijn m.n. diegenen, die onder de prediking getrokken werden. Hartelijke en ernstige woorden, die getuigden van achting en broederlijke verbondenheid.

Namens de classis spreekt daarna ds. H. van Leeuwen. Hij laat aan het einde van zijn toespraak zingen: „Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen”. Een dankwoord wordt gesproken door ds. P. Roos. In dit dankwoord wordt vooral aan Aartje (allen welbekend) de erkentelijkheid gebracht voor het vele goede, dat zij mocht doen. Aan ds. Kok voor de waardige wijze, waarop hij een ieder mocht wijzen op de genade van God. Aan alle belangstellenden, die van verre zelfs gekomen zijn, en hun tijd beschikbaar stelden. Dit warme medeleven heeft ons allen zeer goed gedaan.

In de kerk van ’s Gravenzande kunnen diegenen die van buiten komen, koffie drinken, met liefde door de vrouwenvereniging aldaar geserveerd. Br. Gremmer spreekt hartelijke woorden aan het adres van de familie namens de gemeente van ’s Gravenzande.

Voor de velen, die uit Elburg meegekomen waren, was de broederdienst in ’s Gravenzande een welkome verkwikking.

Het behoeft geen nader betoog, maar het zij nogmaals onderstreept: de gemeente Elburg heeft getoond, wat deze dag en deze persoon voor hen betekende. Ook de kerkeraad stond, vooral in de persoon van br. van Hattem, de familie in alles terzijde. Dit mag niet onvermeld blijven.

De nagedachtenis van deze rechtvaardige zal tot zegen zijn. Er is rond het heengaan van Gods Kerk veel vrede. Wat blijkt dan de rijkdom van Gods volk en de armoede van de wereld in sterke mate. Wat moge dan uw en mijn wens zijn tot dat volk te behoren dat vergeving der zonden zal hebben.

Terugblikkend weten we nu, dat deze dienstknecht des Heeren reeds voor acht maanden door de Geest des Heeren werd losgemaakt van het aardse, om verbonden te worden aan de dingen, die boven zijn, waar Christus is. Met kracht mocht hij toen zien op de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Die hem toen verzekerde van de zekere intocht in het Kanaan der ruste. Dat heeft Hij nu volkomen waargemaakt. Thans geldt volmaakt: „zij zullen in Uw Naam zich al den dag verblijden!”

Gaarne geven we plaats aan dit verslag, dat welwillend voor ons blad werd opgemaakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.