+ Meer informatie

De Pelgrimsreis is voor Oud en Jong

7 minuten leestijd

72.

Toen de zwaar beproefde bedelaar, deons wel bekende Lazarus, daar zijn grote Meester tot onze vertroosting van hem heeft gesproken, gekomen was aan het einde van zijn pelgrimsreis, werd hij door de engelen gedragen in de schoot van Abraham. En zie, nu wordt hij vertroost door de Heere.

Maar bij de stervenssponde van de rijke man waren geen lichtende gestalten om hem thuis te halen. Hij had zich niet met God laten verzoenen. De ernstige bede: „Laat u met God verzoenen”, was door hem in de wind geslagen. Als zoon van Abraham en kind des verbonds, had hij de besnijdenis des harten niet gezocht. Bij het sterven is het hem ten voile duidelijk geworden, dat het niet mogelijk is met een uitwendige verbondsgemeenschap zalig te worden, maar toen was het voor eeuwig te laat. Hij moestdereisalleenmaken. Op de ernstige vraag: „Hoe zult ge rechtvaardig verschijnen voor God?” was het bevredigende antwoord niet meer te bekomen. In de hel kan de grote kloof niet geheeld, de brandende tong niet verkoeldendevlamvan Gods wraak niet geblust worden. Hij zal op aarde door Lazarus wel vermaand zijn geweest, de waarachtige bekering te zoeken, daar hij zijn broeders door hem vermaand wilde hebben, want hij beseft het, toen het voor eeuwig te laat was, dat de onbekeerlijkheid des harten de oorzaak was van zijn eeuwig verderf. Maar nu is het voor hem te laat, en dat voor eeuwig. Duidelijk wordt het ons door deSchrift geleerd, dat er tweeerlei kinderen zijn op de erve des verbonds. De kinderen des koninkrijks zullen uitgeworpen worden, maar de koningskinderen, die uit God geboren zijn, zullen opgenomen worden in de eeuwige heerlijkheid. Laat ons dan de Heere bidden om de dierbare en onwederstandelijke werkingen van Zijn Geest, opdat door die kracht het onvergankelijke zaad, het levendeen eeuwig blijvende Woord Gods, kwam te worteleninonshart en de vrucht der waarachtige bekering er van gezien werd. Want ons oog moet met dat van Mozes gevestigd worden op de vergelding des loons, waarvan hier zo duidelijk gesproken wordt, daar de pelgrims het land der eeuwige heerlijkheid begonnen te erven. En dat loon is het door Christus verdiende loon der genade. Zij spraken met de lichtende gestalten over de heerlijkheid van de stad, waar zij heengingen en dezen vertelden hun, dat haar schoonheid en glans met geen woorden waren uit te spreken. „Daar”, zeiden zij, „is de berg Sion, het hemels Jeruzalem, daar zijn de vele duizenden engelen en de geesten der volmaakte rechtvaardigen. Gij zijt nu op weg”, zeiden zij, „naar het Paradijs Gods, waar gij de boom des levens zien zult, en van zijn onverderfelijke vrucht zult eten. Zodra gij aankomt zullen u witte klederen worden gegeven, en gij zult de Koningzien en spreken al de dagen tot in eeuwigheid. Gij zult niet weder dedingen zien, die gij gezien hebt toen gij op aarde waart in lager streken, n.l. moeite, ziekte, verdrukking en dood, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. Gij gaat nu tot Abraham, Izak en Jakob en de profeten, mannen, die God heeft weggeraapt voor de dag des kwaads en die nu rusten op hun slaapsteden, een iegelijk van hen, die in zijn oprechtheid gewandeld heeft”.

Nu vroegen zij: „Wat moeten wij doen als wij in die heilige plaats zullen zijn gekomen?” De engelen antwoordden: „Gij zult daar ontvangen de troost van al uw arbeid; gij zult daar vreugde hebben voor al uw droefheid; gij zult daar oogsten wat gij gezaaid hebt, zelfs de vrucht van al uw gebeden en tranen en van al wat gij hebt geleden voor de Koning toen ge op de weg waart. In die plaats zult gij gouden kronen dragen en de voortdurende aanschouwing genieten van de alleen Heilige, want gij zult Hem zien gelijk Hij is. Daar zult gij Hem ook gedurig dienen met lof, met gejuich en met dankzegging. Hem, Die gij wenstet te dienen in de wereld, hoewel dit met vele moeilijkheden gepaard ging vanwege de zwakheid van het vlees. Daar zullen uw ogen zich verlustigen in het zien van de Almachtige, en uw oren in het horen van Zijn stem. Daar zult gij uw vrienden wederzien, die u daarheen zijn voorgegaan en met blijdschap zult gij ontvangen alien, die na u daar aankomen en binnengelaten worden in die heilige plaats. Dhar zult gij bekleed worden met eer en heerlijkheid en mogen rijden op de zegewagen met de Koning der eer. Wanneer Hij zal komen opdewolken als op de vleugelen des winds met het geluid der bazuin, dan zult gij wederkomen met Hem, en wanneer Hij gezeten zal zijn op de rechterstoel, zult gij nevens Hem zitten, ja, wanneer Hij het vonnis zal uitspreken over alle werkers der ongerechtigheid, hetzij engelen, hetzij mensen, zult ook gij een stem in dat oordeel hebben, omdat zij Zijnen uw vijanden waren. En als Hij tot de stad zal wederkeren, zult gij medegaan onder het geklank der bazuin en voor eeuwig met Hem zijn!”

En dat is het nu waar het hart der oprechten in deze bedeling heilbegerig naar uitgaat. Altijd met de Heere zijn in de heerlijkheid van de Vader om door de Heilige Geest geleid te worden in al dedieptenGods. Hij wildan ook dat de oprechten elkander vanuit dieheerlijke toekomst vertroosten, want dat blijde vooruitzicht streelt het hart van alien, die gasten en vreemdelingen zijn op aarde.

Toen zij nu bij de poort gekomen waren, ziet, een menigte van hemelseheirlegers kwam hun tegemoet. En nu zeiden de beide mannen, die in blinkende kleding waren, tot hen: „Dit zijn de mannen, die onze Heere liefhadden toen zij in de wereld waren en die alles hebben verlaten voor Zijn heilige Naam. Nu heeft Hij ons uitgezonden om hen af te halen en wij hebben hen tot hiertoe gebracht op hun begeerde reize, opdat zij mogen ingaan en hun Verlosser aanschouwen van aangezicht tot aangezicht”. Toen juichte het koor der hemellingen met een grote stem, zeggende: „Zalig zijn zij, die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft des Lams”. Nu kwamen ook verhen te begroeten. Deze waren gekleed in witte, blinkende klederen, en hun welluidende stemmen deden de hemelen weergalmen van lof. Zij verwelkomden de Pelgrim en Hoop, zijn trouwe reismakker, en het bazuingeschal werd tienduizendmaal herhaald.

Daarop omringden zij hen aan alle zijden. Sommigen gingen voor, anderen volgden, enigen gingen ter rechter-, anderen ter linkerzijde. Zij alien wilden hun tot een wacht verstrekken door dehogeresferen, enhetheerlijke bazuingeklank weergalmde naar alle zijden. Het scheen als ware de ganse hemel neergekomen om hen te ontvangen. Zo gingen zij steeds voort onder de tonen der hemelse muziek en alien gaven als om strijd hun verrukking te kennen, dat zij de Pelgrim en Hoop in hun midden mochten ontvangen.

Nu waren deze beide mannen als het ware reeds in de hemel nog voor zij er waren binnengegaan, omringd als zij waren voor de duizenden van engelen en medegevoerd op de tonen der liefelijkste muziek! Zij aanschouwden de stad zelf, en het was als hoorden zij het geluid der klokken om hen te verwelkomen. Maar wat hen het meest verkwikte was de heerlijke gedachte, dat zij ook hun woning daar hadden en in dat voortreffelijke gezelschap eeuwig zouden verkeren. O, welketong, welke pen zou hun vreugde kunnen beschrijven? En zo hadden zij eindelijk de poort bereikt. Daarboven lazen zij in gouden letters: „Zalig zijn zij, die deze geboden doen, opdat hun macht zij aan de boom des levens en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.

A.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.