+ Meer informatie

PREDIKANT EN DIACONIE

9 minuten leestijd

1. Diaconaat - Een zaak voor diakenen alleen?

Binnen onze kerken groeit het Schriftuurlijk inzicht, dat de gemeente van Christus de gestalte heeft te vertonen van een diaconale gemeenschap, naar binnen en naar buiten. Er wordt meer en meer aandacht gevraagd voor de diaconale roeping van de gemeente en de ambtelijke taak van diakenen met het oog op de vervulling van die roeping.

De verschijning in 1991 van het boek ‘Zichtbare liefde van ~Christus, (red. D. Koole en W.H. Velema) over het diaconaat in de gemeente is daarvan een uiting, die tegelijk stimuleert tot verdere bezinning en verwerking. De generale synode van 1992 gaf deputaten ADMA twee bijzondere opdrachten, die beide beogen de aandacht voor het diaconaat en het functioneren van de diakenen in de kerken en op de kerkelijke vergaderingen te bevorderen. Dit voorjaar was er de landelijke ambtsdragersconferentie met als thema de titel van bovengenoemd boek.

Daar werd onderstreept hoe noodzakelijk het is, dat de gemeente met het oog op haarzelf en haar plaats in de samenleving haar diaconale roeping als roeping van Christus’ wege weer gaat verstaan en gehoorzamen.

Voor de doorwerking van die aandacht in plaatselijke gemeente en diaconie is echter meer nodig. Terecht werd in de uitnodiging voor genoemde conferentie gesteld dat het diaconaat in de gemeente ook tot de verantwoordelijkheid van de andere ambtsdragers behoort.

Daarbij aansluitend wil dit artikel nader ingaan op de relatie tussen predikant en diaconie en met name de vraag onder ogen zien: Hoe kan een predikant zijn verantwoordelijkheid voor het werk van de diaconie concreet gestalte geven? Wat mogen diakenen in dezen van hun predikant verwachten?

2. Basis

Op basis waarvan mogen diakenen het één en ander van hun predikant verwachten? Allereerst is te wijzen op de fundamentele eenheid en gelijkwaardigheid van alle ambten in de gemeente, voor wat betreft herkomst en taakstelling: Zij zijn door Christus gegeven om de leden van de gemeente toe te rusten tot het werk der bediening, tot opbouw van het lichaam van Christus (Ef. 4:11,12). Dat geldt ook van de diakenen. Samen met de andere ambtsdragers zijn zij betrokken in de dienst van Christus. ‘Het hart van deze dienst is de bediening der verzoening (2 Kor. 5:18-20). De verkondiging van de verzoening vormt de grondslag en het fundament voor alle diensten in de gemeente, dus ook de dienst van het helpen’ (Dr. A. Noordegraaf, ‘Oriëntatie in het diakonaat’, p. 109). Die dienst is de in het bijzonder aan de diakenen toevertrouwde dienst der barmhartigheid, het zichtbaar maken van de liefde van Christus. Daarin mogen de diakenen de gemeente voordoen en voorgaan, ‘opdat deze meer en meer aan haar doel en bestemming moge beantwoorden’ (a.w., p. 109v.).

Van deze eenheid in verantwoordelijkheid voor de gemeente waarin de verschillende ambten, ondanks onderscheid in taken en bevoegdheid, verbonden zijn getuigt ook de Ned. Geloofsbelijdenis in art. 30 en onze kerkorde in art. 16, 23, 25, 37 en 40. Ook het bevestigingsformulier (1971/72) wijst daarop: ‘De diakenen hebben samen met de dienaar des Woords en de ouderlingen zorg te dragen voor de gemeente’.

Deze korte verwijzingen bieden voldoende grond om in te stemmen met Noordegraaf: ‘Voor de diakenen betekent dat, dat deze een volwaardige plaats heeft in de kerkeraad. Diakenen dragen medeverantwoordelijkheid voor het kerkeraadsbeleid. Omgekeerd mag van ouderlingen en predikanten verwacht worden dat zij het beleid van een diakonie mede helpen dragen en in de hun speciaal opgedragen ambtstaken meenemen’ (a.w., p. 112v.).

In dat verband mogen diakenen met name van hun predikant iets verwachten. Het behoort tot zijn dienst aan het Woord van God dat hij diakenen en samen met hen de gemeente onderwijst in wat de Schrift ons openbaart omtrent de diaconale roeping van de gemeente en de taak van diakenen daarin. Het is zijn verantwoordelijkheid en het behoort zijn zorg te zijn, dat het Woord van Christus ook op het terrein van het diaconaat tot doorwerking en heerschappij komt in de gemeente.

3. Huidige situatie

Wat komt daarvan in de praktijk terecht? Overvolle kerkeraadsagenda’s laten weinig ruimte voor inhoudelijke en structurele aandacht voor het diaconaat.

Diakenen klagen soms, dat ook buiten de vergaderingen om er weinig gelegenheid is voor contact met predikant of ouderlingen over diaconale zaken. Anderen merken op, dat diaconaat in de prediking niet of weinig concreet aan de orde komt.

Daar komt nog bij dat vele gemeenteleden en ambtsdragers geen Bijbelse visie hebben op de plaats en betekenis van het diaconaat in de gemeente en het fundamenteel-diaconale karakter van de gemeente zelf. Ook hebben velen moeite om het nauwere verband te zien tussen de prediking van zonde en genade en de diaconale roeping.

Met name dat laatste werkt negatief door in de beeldvorming van het diakenambt.

Evenals vele gemeenteleden (en ouderlingen) zien ook diakenen zelf hun ambt als ondergeschikt ten opzichte van de beide andere ambten in de kerkeraad, vooral ook als minder ‘geestelijk’. Deze achterstelling van het diakenambt is mede oorzaak van de vaak beperkte inbreng van diakenen op de kerkeraadsvergadering. Dat heeft weer gevolgen voor de mate waarin en de wijze waarop het diaconaat in de kerkeraad ter sprake komt en vanuit de kerkeraad leiding en stimulansen ontvangt.

In deze situatie treden steeds nieuwe diakenen aan zonder dat zij van de kerkeraad veel instructie en begeleiding te verwachten hebben. En al hebben deze broeders als gemeentelid intensief meegeleefd, zij zullen als diaken eerst zelf moeten leren wat diaconaat is, voordat zij de gemeente daarin kunnen voorgaan.

4. Wat kan een predikant doen?

Het moge duidelijk zijn dat de houding van de predikant in dezen van cruciaal belang is. Reeds wees ik op de verkondiging van de verzoening als fundamenteel ook voor de diaconale dienst. Dat raakt het centrum van de ambtelijke opdracht van elke predikant. De Schrift moet geopend worden om zicht te krijgen op onze diaconale roeping en de weg te wijzen tot de vervulling daaraan in nauwe verbondenheid aan Christus, door Zijn Geest en naar Zijn Woord. De eigen predikant is de eerstaangewezene om zijn ambtsbroeders, de diakenen, te stimuleren en toe te rusten voor hun ambtswerk.

Zo vanzelfsprekend als dat lijkt en behoort te zijn, is het echter niet. ‘Predikanten weten gewoonlijk, wanneer zij hun werk in de gemeente beginnen, weinig van het diaconaat af’ (‘Zichtbare liefde van Christus’, p. 170). Een leemte, waaraan zij zich zullen moeten laten ontdekken, om die vervolgens ook op te vullen. Wanneer die kennis ontbreekt, kan een predikant het spreken van de Schrift omtrent het diaconaat geen recht doen. Niet in de prediking, zodat de gemeente niet wordt onderwezen omtrent haar roeping. Daarmee verzwaart, om niet te zeggen belemmert hij het functioneren van de diakenen in de gemeente. Maar ook kan hij zo niet adequaat leiding geven aan de kerkeraad. Gevolg is, dat een wezenlijk aspect van de gemeente, die geroepen is om als koninkrijk van priesters dienstbaar te zijn, en daarmee de functie van de diakenen feitelijk buiten de aandacht van de kerkeraad blijft.

Daarom is allereerst nodig, dat een predikant zelf zich laat onderwijzen vanuit de Schrift om een gedegen visie op het diaconaat te ontwikkelen. Alleen al een eerlijke bestudering van het beeld dat in de eerste hoofdstukken van Handelingen getekend wordt van de gemeente na Pinksteren, geeft al zicht op een hoofdlijn van wat in de Bijbel onder diaconaat en het werk van diakenen verstaan wordt.

Voor verdere studie is naast ‘ons eigen’ boek in de afgelopen tijd veel literatuur verschenen, die de rijkdom van het Bijbelse getuigenis over het diaconaat van de kerk in allerlei verbanden openlegt. Zie de uitvoerige literatuuropgave in ‘Zichtbare liefde van Christus’ (p.236 e.V.).

Zo kan de predikant zicht krijgen op de lijnen waarlangs de Heilige Geest de gemeente bouwen wil en op het doel, dat Hij daarmee beoogt. Daarmee zal hij zichzelf en de andere ambtsdragers kunnen helpen om overzicht te krijgen over, stuur te geven aan en zo samen verantwoordelijk te zijn voor het geheel van kerkewerk.

Naar de diaconie toe kan de predikant om te beginnen de winst van deze studie delen met de diakenen. Voor de praktische uitwerking zijn verschillende mogelijkheden denkbaar. Laat de predikant eens een jaar lang de diaconievergaderingen dienen met een inleiding over diaconale woorden en motieven vanuit de Schrift. Als hij niet elke vergadering bij kan wonen, maak dan op de agenda ruimte voor inhoudelijke bezinningsuren, waarin hij inbreng hebben kan.

‘Zichtbare liefde van Christus’ is een praktische handreiking voor diakenen. Laten diaconieën het samen doorwerken, terwijl de predikant bepaalde onderdelen toelicht ter inleiding op de bespreking. Samen studeren en bespreken, daar gaat wat vanuit naar verschillende kanten. Zo raakt de predikant ook bij dit werk in de gemeente betrokken. Hij krijgt kennis van de taken en de problemen van de diakenen en van wat er praktisch aan diaconaat in de gemeente gebeurt of mankeert. Dat mag niet afhankelijk zijn van zijn persoonlijke interesse. Volgens onze kerkorde behoort het tot de taak van de dienaar des Woords’…Dat zij opzicht houden over hun medebroeders, ouderlingen en diakenen… en zorgen, dat alles betamelijk en in goede harmonie geschiede’ (K.O. art. 16). Hoe zal hij die taak behartigen ten opzichte van de diakenen zonder goede kennis van diaconale zaken?

Zo worden diakenen serieus genomen in hun ambt. Hun ambtswerk krijgt grond onder de voeten en kan winnen aan inhoud. Zo kunnen zij zich ontwikkelen tot serieuze leden van de kerkeraad, die de gemeente gemotiveerd kunnen voorgaan in de vervulling van haar diaconale roeping.

Waar zo de relatie predikant - diaconie inhoud krijgt, zal dat ook doorwerken in de kerkeraad. Samen kunnen zij bevorderen dat de diaken daarin een volwaardige plaats krijgt; dat de kerkeraad zich medeverantwoordelijk weet voor het werk van de diaken en daarover meedenkt. Als voorzitter kan de predikant stimuleren, dat er op de agenda van de kerkeraad ruimte komt voor diaconale vragen. Tegelijk kan hij de diakenen helpen die ruimte optimaal te benutten. ‘Vooral het punt van informatie over-en-weer en de bezinning op de opdracht is van belang. (…) Zo kan de kerkeraad een plek zijn waar men onderling elkaar toerust voor de ambtelijke dienst’ (Dr. A. Noordegraaf, a.w. p.113v.).

Ter toerusting van de gemeente is nodig, dat in prediking en catechese de gemeente wordt onderwezen omtrent haar diaconale roeping. Diakenen mogen dat van hun predikant vragen. Gedegen Schrftstudie zal voldoende stof bieden om in de prediking diaconale lijnen te laten zien, de gemeente haar roeping op het hart te binden en weerstanden daartegen op te ruimen, zonder te vervallen in diaconialistische activisme of een optimistische gemeentebeschouwing.

Als catecheet heeft de predikant tot taak om de jeugd der kerk te leren onderhouden alles, wat Christus ons geboden heeft (Matth. 28:19). Het diaconaat is een wezenlijk onderdeel van dat ‘alles’. Wanneer het diaconaat aan de orde komt in de catechese, kunnen diakenen komen vertellen over het werk van de diaconie.

Mogelijk komt er een mooi stuk jeugddiaconaat uit voort. En jong geleerd…!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.