+ Meer informatie

FEMINISTISCHE THEOLOGIE

14 minuten leestijd

1. Een van de nieuwste vormen van theologie is de theologie van het feminisme of de feministische theologie - een zeer actuele aangelegenheid. Dat blijkt uit de vele pu-biikaties, die over dit onderwerp de laatste twee jaar zijn versehenen. Het blijkt uit allerlei artikelen - pro en contra - die ons onder ogen komen. In Amerika zijn proeven versehenen van een feministische Bijbelvertaling. Ambtsdragers krijgen indirect met de invloed van deze theologie te maken. Blijkens de benaming gaat het in deze theologie immers om de vrouw (femina is vrouw in het Latijn). Als het over de vrouw, haar plaats en taak, inzonderheid in Christus’ gemeente gaat, snijden we een gevoelig onderwerp aan. Zeker iedere meelevende vrouw voelt zieh betrokken bij datgene wat door de feministische theologie aan de orde wordt gesteld.

In een aantal kerken nemen de zusters van de gemeente deel aan de verkiezing van ambtsdragers - in hoeveel kerken: meer dan de helft? In andere kerken van ons kerkverband blijft men bezwaren hebben tegen dit kiesrecht.

Nu begint in onze kerken blijkens de Utrechtse brochure en de rectorale rede van prof.dr. J.P. Versteeg ook de discussie over „de vrouw in het ambt” op gang te komen.

Heeft dat iets met de invloed van de feministische theologie te maken? Dat behoeft niet - met nadruk zij dat hier gesteld om misverstanden te voorkomen - maar het kan wel. Onwillekeurig kunnen motieven uit de feministische theologie een rol speien in de gevoerde en te voeren discussies. Reden te meer om deze theologie onder de loupe te nemen en te weten wat deze theologie aan de orde stelt.

2. Er zou van geen feministische theologie sprake zijn als het feminisme niet was opge-komen. Het laatste was er eerder dan het eerste.

Het feminisme is de uiterste consequentie van de emaneipatie van de vrouw. Eman-eipatie is op zichzelf genomen een neutraal woord - het betekent: onder de hand vandaan halen, ontvoogding, zelfstandigwording. Zo spreken we over de „emaneipatie van de gereformeerden”, de emaneipatie van de arbeider etc. Maar in onze krin-gen wordt emaneipatie direct op de vrouw betrokken. In zoverre er sprake is van een duidelijke achteruitzetting van de vrouw en een overheersende positie van de man, kunnen we die emaneipatie, die dit wil doorbreken, niet afkeuren. Wel zullen we de motieven goed moeten analyseren om, niet toegevend op een punt, meegezo-gen te worden door de emaneipatiestroom.

Het blijkt nu dat het feminisme emaneipatie in het kwadraat betekent. Ging het bij emaneipatie om de eigen, gelijkwaardige plaats van de vrouw naast de man, bij het feminisme is veel meer aan de orde. Bij emaneipatie gaat het om gelijke kansen, ge-lijke rechten, gelijke beloning, maar bij het feminisme om het bewerken van een bewustwording van vrouwen ten aanzien van de plaats die zij feitelijk innemen in de maatschappij en dat gevoed door een fundamentele kritiek op de eenzijdig manne-lijk gevormde cultuur, politiek, wetenschap en religie, met als doel het aanbrengen van structurele Veranderungen die een meer menselijke samenleving zullen scheppen - naar Maria de Groot, geciteerd in het boek van Christina Smalbrugge-Hack „Feminisme voor vrouwen en mannen”.

De feministische theologie wil nu duidelijk de ideeen van het feminisme uitwerken voor theologie en kerk. Enerzijds zijn er feministische theologen, die aan het feminisme een schriftuurlijke fundering willen geven (vgl. de bundel „Vrouw zijn in het licht van het Evangelie” onder redactie van prof, en mevr. Bolkestein, Ten Have-Baarn 1982); anderzijds zijn er theologen, die de ideeën en idealen van het feminisme willen indragen in theologie en kerk en om die reden ernstige kritiek hebben op de trend van de klassieke theologie en de kerkelijke praktijk en organisatie. De feministische theologie ontstond in Amerika - Mary Daly is een bekende figuur die deze theologie heeft bevorderd - maar kwam via de contacten van de Wereldraad van Kerken al spoedig in Duitsland en ook in ons land, waar ze de laatste vijf jaar steeds meer veld won. Een belangrijke factor was de leerstoel die aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen werd gevestigd voor het onderwijs in de feministische theologie, die bezet werd door dr. Catharina Halkes die reeds vele, vaak scherpzinnige publikaties op haar naam heeft staan.

3. De theologie van het feminisme is de zoveelste theologie van de genitivus (tweede naamval). We kennen de theologie van de revolutie, van de hoop, van de bevrijding, van het lijden. De theologie heeft een katholiek karakter. Wie theologie van de tweede naamval gaat bedrijven gaat vanuit de gekozen visie - revolutie, hoop, bevrijding, de vrouw - de hele theologie opzetten en doorlichten; het gekozen thema wordt beheer-send voor alle loci - onderdelen - van de dogmatiek, ja van alle Segmenten van de theologie. Dat betekent een verenging, versmalling en vereenzijdiging van de theologie. De theologie wordt dan in een bepaald keurslijf gewrongen.

De feministische theologie is een vorm van bevrijdingstheologie; ze is erde toepassing en consequentie van. In de bevrijdingstheologie, ontstaan in Zuid-Amerika, wordt alle nadruk gelegd op de bevrijding van de armen, de onderdrukten, de paria’s, de ontheem-den en de gediscrimineerden. In die theologie herkennen feministische theologen de grondlijnen van hun denken. „Theologie van vrouwen zal vanzelf een theologie van bevrijding zijn. Ze wordt geschreven vanuit de ervaring van het onvrij-zijn, met de ogen van degene die nooit macht bezeten heeft, met de hand van de arbeidster” (Mariade Groot in Wending, 30, 533; ook opgenomen in de bundel Bij de Bron, pag. 92). Ook de genoemde Cath.J.M. Halkes legt grote nadruk op dit karakter van de feministische theologie. Deze theologie wil niet alleen nadenken over een bevrijding uit onderdruk-king, maar ze wil ook in zusterschap zoeken naar vrijwording tot een nieuwe bestaans-wijze - in Rondom het Woord, 19, 124, serie Als vrouwen aan het woord komen.

Tegelijk moet worden gezegd dat de feministische theologie ook ervaringstheologie is; daarmee is deze theologie ook een vorm van nieuwere theologie, waarin de ervaring van de mens een grote rol speelt, ja die ervaring een nieuwe openbaringsbron wordt. Feministische theologie heeft als „kenmerk de ervaring van vrouwen die zieh realiseren hoe-zeer de traditionele theologie vrouwen vervreemdt van haar eigen levenservaring” (S.J. Noorda, Het gezag van de Schrift en de bevrijding van vrouwen, in genoemde bundel van de Bolkesteins, pag. 120; men zie ook J. Firet, Theologie en fundamentele ervarin-gen in Geref.Theol.Tijdschrift, 833). De eigen ervaring van vrouwen is fundamenteel voor deze wijze van theologiseren en dat is een ervaring van onderdrukking en achter-uitzetting, een zieh niet herkennen in de Bijbel en zieh niet kunnen inpassen in de be-staande kerkelijke strueturen - aldus deze redenering.

4. Na het bovenstaande kan het langzamerhand duidelijk worden wat deze feministische theologie wil, bezielt en bedoelt.

Zij heeft bezwaar tegen de Bijbel, zoals die - in welke taal ook vertaald - voor ons ligt. De Bijbel is een „mannen” boek vol vrouw-vijandige teksten, afgewisseld door een paar verdwaalde vrouw-vriendelijke teksten. Maar die uitzonderingen bevestigen de regel: de Bijbel is een „mannen"boek. De hele voorstelling van God, zoals we die in de Bijbel tegenkomen is een mannelijke voorstelling: God is een Hij, een Krijgsman, een Koning, hard, streng, rechtvaardig - allemaal mannelijke eigenschappen die maken dat vrouwen moeite hebben met het lezen van en geloven in de Bijbel.

Feministische theologen voelen zieh in en door de Bijbel tekort gedaan in hun waar-achtig-vrouw-zijn.

Het ligt voor de hand dat men vanuit die gezichtshoek proclameert dat de Bijbel ont-daan moet worden van het mannelijk gezag. Het feminisme wil de vervrouwelijking van de wereld: de feministische theologie de vervrouwelijking van de Bijbel. Daarom wordt gepleit voor een andere Bijbelvertaling in alle taal - de huidige vertaling is seksistisch: altijd hij, nooit zij. Achteruitzetting van het vrouwelijk geslacht. Het wordt tijd dat we nu een Bijbel kunnen lezen, waarin deze seksistische trekjes worden en zijn geëlimi-neerd. In Amerika is men daar reeds hard mee bezig. Dat betekent b.v. dat voortaan niet meer over Jezus als de Zoon van God, maar als het Kind van God wordt gesproken om van andere vertalingen maar te zwijgen. De Bijbel moet anders worden gelezen dan we tot dusver hebben gedaan.

De Bijbel heeft een patriarchaal Stempel - niet alleen in het Oude, maar evenzeer in het Nieuwe Testament. De man heeft de eerste, de voornaamste, de beheersende plaats en de vrouw mag volgen. Hoe volgzamer zij is, hoe beter zij aan de verwachtingen beant-woordt en hoe meer zij door de man wordt geprezen en in de Bijbel op een hoog voet-stuk wordt gezet. Maar o wee, als zij zieh een klein beetje verzet, als zij niet tevreden is met deze haar door mannen toegedachte en naar mannenvisie haar door God toege-schikte rol. Dan is het huis en de kerk te klein……

Het behoeft geen betoog dat de feministische theologie weinig waardering kan opbren-gen voor de plaats die de vrouw in de loop der eeuwen in de kerk heeft gehad. Er is sprake van kerkvaders en concilievaders en apostolische vaders. Karakteristiek zeggen deze theologen. Maar zo behoeft het voor ons niet meer.

Overbodig om te zeggen dat alle feministische theologen er van overtuigd zijn en daar-om ook sterk propageren dat vrouwen elk soort ambt in de kerk moeten bekleden. Wie daarvoor vandaag ijvert, krijgt in ieder geval een goedkeurend klopje van iedere feministische theoloog. Men vindt zelfs dat er minstens zoveel vrouwelijke als mannelijke ambts-dragers in elke kerk moeten komen. Het moet uit zijn met de mannenheerschappij.

Het gaat nu om een nieuwe bewustwording van de vrouw, die eeuwenlang teruggedron-gen werd in haar eigen „tent” en wier gevoelens door mannen niet werden begrepen. Vrouwen dachten dat het zo hoorde. Maar ze weten nu beter en ze willen nu anders……

5. Overigens zijn de feministische theologen het met elkaar niet eens over hun opstelling. Globaal genomen zijn er drie stromingen te onderscheiden, zoals Marja Meerburg in Voorlopig van november 1981 heeft uiteengezet.

Er is een radicale stroming, die feitelijk met de Bijbel afrekent omdat in de Bijbel duidelijk gediscrimineerd wordt op grond van sekse. De Bijbel Staat de bevrijding van vrouwen in de weg en om die bevrijding gaat het toch alle feministen. In feite is men op dit radicale standpunt meer feminist dan theoloog.

De tweede stroming wordt gevormd door die feministen-theologen voor wie de Bijbel het bevrijdende Woord van God is - hier zijn te noemen de namen van Letty Russell en Maria de Groot, die haar artikelen bundelde in het boek: De vrouw bij de bron - onder-titel: Fragmenten intuitieve theologie. Deze theologen willen de Bijbel lezen vanuit feministisch perspectief; ze willen nagaan in hoeverre seksistische vooronderstellingen en vooroordelen de uitleg van de Bijbel meebepaald hebben. Men moet onderscheid ma-ken tussen de kern van en de patriarchale schil om de boodschap. Inzicht in de „schil” maakt verstaan van de „kern” beter mogelijk.

Dan is er nog een derde stroming, verwant aan de vorige, maar toch kritischer, meer af-stand bewarend tot de Bijbel. Feministisch bijbellezen raakt maar niet alleen de „schil”, maar voert ook tot een ander zieht op de „kern”. Feministen moeten de Bijbel niet on-derschatten door er niets bevrijdends van te verwachten, maar ze moeten haar ook niet overschatten door te denken dat de bevrijding van vrouwen, zoals die nu wordt gepro-pageerd en wordt beleefd, in de Bijbel wordt gevonden en gelegitimeerd of expliciet gemaakt wordt. De huidige ervaring is een nieuwe openbaringsbron. Laten we niet proberen per se de Bijbel feministisch te lezen. Wij weten nu meer dan Paulus en komen tot Stellingen die niet direct in de Bijbel zijn terug te vinden, ook niet impliciet.

6. In het korte bestek van dit artikel is geen gelegenheid om heel breed en diep op deze theologie in te gaan. De bezwaren, die ik hieronder formuleer, kunnen stuk voor stuk breden uitgewerkt worden.

In het algemeen moet worden gezegd dat deze theologie een bijzonder gevaarlijke theologie is, omdat ze heel gemakkelijk allerlei emoties wakker kan roepen en waar dat ge-beurt, is er vaak geen plaats meer voor argumenten. Wie voor die emoties gevoelig is en ze herkent, gaat heel gemakkelijk overstag.

Er kan in deze theologie een stuk reactie zitten tegen de onderdrukking van de vrouw, zoals die er ongetwijfeld ook in kerkelijke kringen is geweest, maar dat is niet het grondmotief van deze theologie - misschien wel bij verdwaalde aanhangers.

Dat grondmotief is m.i. te vinden in de trend van de nieuwere theologie, die ervarings-theologie is. Niet Gods Woord is uitgangspunt, maar de.ervaring van hen, die de Bijbel lezen. De theorie, zoals in het gereformeerde synode-rapport „God met ons” verde-digd - die van het relationele waarheidsbegrip - ondersteunt de feministische theologie. Deze theologie is een door en door revolutionaire theologie, die een andere Bijbel wil en ten diepste een andere God en een anders gestructureerde Verlosser en ook een anders gevulde verlossing.

Immers, de verlossing, die hier wordt verkondigd en „gevierd” is de verlossing uit de mannenheerschappij. Vrouwen zijn dan verlost wanneer ze zieh zelf helemaal kunnen ontplooien zoals ze willen en zieh bevrijd weten van alle mannelijke vooroordelen, machtsoefeningen en overgave aan de heren der schepping.

Het is een theologie die op gespannen voet staat met het gezag van Gods Woord, dat in deze theologie op zeer moderne, eigentijdse wijze wordt verstaan en uitgelegd. De Bijbel wordt ook in deze theologie op subjectivistische wijze uitgelegd. Men haalt eruit wat men er eerst zelf heeft ingelegd.

Deze theologie doet geen recht aan de bijbelse visie op de vrouw, maar wil de vrouw met behulp van de Bijbel, op moderne wijze verstaan, een andere plaats geven dan de gereformeerde theologie haar gaf - de theologie die voortdurend wil luisteren naar wat Gods Woord heeft te zeggen, ook over de plaats van de vrouw.

Ten diepste heeft men in deze theologie bezwaar tegen Gods scheppingsorde. Wie de gelijkheid van man en vrouw gaat poneren en unisex voorstaat, verzet zieh tegen de schepping van de vrouw als zodanig en maakt kritiek op het feit dat God in de schepping van de vrouw enkele zaken heeft ingebouwd die de vrouw achterstellen bij de man.

Deze theologie is een valse theologie, die een van de vele verleidingen van de vorst dezer eeuw om de mensen af te trekken van de waarheid van Gods Woord.

7. Toch zou ik met deze scherpe veroordeling niet willen volstaan. Niet om iets terug te nemen van hetgeen ik hier schreef. Maar wel om aan te dringen op een duidelijke, hel-dere bezinning op de plaats van de vrouw in Christus’ kerk. Dat betekent niet dat ik ga pleiten voor de vrouw in het ambt - in de verste verte niet! Wel meen ik dat de synode van 1968 een juist besluit nam, toen ook de zusters gelegenheid werd geboden aan de verkiezing van ambtsdragers deel te nemen. Wie daar tegenstander van is zal in zijn be-zwaren gestijfd worden door de huidige pleidooien voor de vrouw in het ambt, terwijl we in 1968 uitspraken dat deze vorm van kiesrecht geen eerste stap was op de weg van de vrouw in het ambt.

Maar het is wel waar dat de plaats van de vrouw nog lang niet genoeg doordacht is. Hoe komt het dat bij vele trouwdiensten er toch altijd een meewarig lachje gaat over de ge-zichten als we komen bij de passage: de vrouw zal haar man onderdanig zijn? Zo op de manier van: dat staat er wel, maar dat is verouderd - wij weten wel beter. Helaas be-wijst dit een misverstand in de Bijbeluitleg. Onderdanig zijn betekent niet een verhou-ding heer-slaaf, maar een erkennen van de eigen ordening, die God heeft gesteld; een ho-noreren van de eigen plaats van man en vrouw (zie mijn: Deze twee tot één-pag. 59 vv). Vervolgens: welke plaats heeft de vrouw in het christelijke huwelijk? Is er in sommige huwelijken toch geen sprake van verkrachting en geweldpleging binnen het huwelijk, gebaseerd op de gedachte: al wat de man zegt moet de vrouw doen, graag of nietgraag? (Men leze het artikel: Sexueel geweld binnen het huwelijk in Koers van 23 dec. 1983).

Tenslotte: maken we in de kerk wel voldoende gebruik van de eigen inbreng van vrouwen, getrouwde en ongetrouwde, en zijn we wel voortdurend bezig met bezinning op deze inbreng - vrouwen, die zonder ambt voor menige ambtsdrager onmisbaar zijn ge-weest en nog zijn bij de vervulling van hun ambtswerk?

Nu de feministische theologie opdringt en infecteert is deze bezinning meer dan ooit geboden - niet als zoethoudertje, maar om recht te doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.