+ Meer informatie

Verkapte vaccinatie-dwang voor echtpaar dat adopteert

6 minuten leestijd

"Menigeen weet nog — zo niet van ondervinden dan wel van horen zeggen — van het "pokkenbriefje". In 1872 bepaalde de volksvertegenwoordiging dat slechts onderwijzers en leerlingen de scholen mochten bezoeken die waren ingeënt. De in 1900 ingevoerde leerplicht betekende dus indirecte vaccinatiedwang. In 1880 kwam onder voorzitterschap van de anti-revolutionaire mr. L. W. C. Keuchenius de „Bond tegen vaccinedwang" van de grond. Ook de staatkundig gereformeerde politici verzetten zich. In 1939 kwam een definitieve regeling tot stand voor gewetensbezwaarden. Het ging toen om de vaccinatie tegen pokken. De verplichting daartoe is al lang afgeschaft. Thans is echter de vaccinatie tegen polio actueel. Die is niet wettelijk verplicht gesteld. Wel wordt een dergelijke verplichting op verkapte wijze — niet openlijk of bij de wet, o nee — ingevoerd.

Niet dat de Groninger hoogleraar Roscam Abbing — die tijdens de polio-epidemie van 1978 bepleitte ouders voor een dag uit de ouderlijke macht te ontzetten om hun kinderen te vaccineren — niet dat hij zijn zin krijgt. De kwestie van de vaccinatiedwang is weer actueel in verband met interlandelijke adoptie.

Adoptie
Vooral na 1970 nam het aantal buitenlandse pleegkinderen dat naar Nederland kwam om geadopteerd te worden, sterk toe. En juist bij adoptie kan inenten als absolute eis, grote problemen veroorzaken. Dat bleek ook weer tijdens de vorige week gehouden jaarvergadering van de „Adoptie vereniging der gereformeerde gezindte".

Voordat een ouderpaar tot adoptie kan overgaan is namelijk een beginseltoestemming vereist van het ministerie van Justitie. Aan die toestemming gaat een „gezinsonderzoek" vooraf. Dat is opgedragen aan de Raad voor de kinderbescherming in het arrondissement

Nu bestaat er (nog) geen officieel pakket richtlijnen voor dat gezinsonderzoek. Men hanteert meestal de regels van de FIOM, de "Nederlandse Federatie van instellingen voor de ongehuwde moeder en haar kind". In 1976 stelde de staatssecretaris van Justitie de werkgroep-Boeke in. Die moest onderzoeken of de FIOM-regels bruikbaar zijn voor interlandelijke adoptie en mogelijke aanpassing voorstellen. Vervolgens zouden die richtlijnen door de Raden voor de kinderbescherming vastgesteld worden.

Eisen
Het in 1978 uitgebrachte rapport van de werkgroep-Boeke noemde een aantal eisen aan ouders die een kind wilden adopteren. Een daarvan was dat alleen zij in aanmerking komen „die het voornemen hebben het kind die gangbare medische behandelingen van preventieve of curatieve aard te laten ondergaan die van levensbelang zijn voor het kind".

Mevr. Haars, staatssecretaris van Justitie nam een samenvatting van het rapport-Boeke op in haar nota aan de Tweede kamer van mei 1980 over de „praktische gang van zaken rond adoptie en adoptievoorbereiding". Maar reeds voor behandeling van die nota stuurde zij een brief naar de Raden voor de kinderbescherming, op 6 juni 1979, waarbij zij alleen het onderwerp „vaccinatie" uit het rapport-Boeke lichtte. Ouders die bezwaar hebben tegen inenten of bloedtransfusie ,,komen niet in aanmerking voor een beginseltoestemming", zo schreef zij.

Bemiddeling
Het feit dat de Stichting Nederlands bureau voor interlandelijke adoptie (BIA) die (na verkregen toestemming) als bemiddelaar optreedt tussen het buitenland en de ouders die willen adopteren, bemiddeling weigert indien men vaccinatie weigert, zal wel met de brief van Haars samenhangen. Dat is overigens in strijd met de nota en met het rapport-Boeke. Daarin stelde men dat ,,in de bemiddelingsfase geen tweede toets mag worden ingebouwd met betrekking tot de geschiktheid van de aspirant adoptief-ouders".

De weigering van BIA is dunkt mij ook zo'n geweldige ramp niet. De hoop van Justitie dat die semi-overheidsinstelling, opgericht in 1975, de bemiddelingsactiviteiten zou centraliseren bleek ijdel. Slechts ruim vijftig procent van de plaatsingen per jaar verlopen via het BIA. Het voornemen van Haars is dan ook de monopolie-positie van het BIA te laten vallen en een vergunningenstelsel in te voeren voor bemiddelaars. Desnoods zou men in de gereformeerde gezindte ook in dit geval de koppen bij elkaar kunnen steken. Daarbij is te denken aan samenwerking met de Vrijgemaakte adoptie vereniging.

Van belang is ook dat de subsidie aan het BIA wordt teruggedraaid.

Gevolgen
De brief van Haars aan de Raden voor de kinderbescherming is voor kinderloze echtparen die adoptie overwegen en bezwaren hebben tegen inenten inmiddels hoogst onplezierig. Weliswaar is de voorwaarde vanuit het standpunt van de staatssecretaris begrijpelijk.

Buitenlandse kinderen komen immers vaak uit verwaarloosde situaties. De liefde van de adoptief-ouders wordt op de proef gesteld in soms langdurig tobben met ziekten. Reeds op reis naar ons land blijkt in sommige gevallen dat ze een kwaal onder de leden hebben. De redenering is dan al gauw dat ze anderen kunnen besmetten. Het is opmerkelijk dat Haars' brief in juni 1979 verscheen. Hield dat verband met de polio-explosie van 1978?

Maar hoewel begrijpelijk is het standpunt van mevrouw Haars onjuist. Er bestaat immers totaal geen wettelijke basis voor haar eis. Integendeel, in het verleden is — zoals we hebben gezien — juist rekening gehouden met gewetensbezwaarden inzake vaccinatie.

Overstag
Ondertussen zijn verschillende mensen overstag gegaan. Zij hebben hun bezwaar laten varen om toch tot adoptie over te kunnen gaan. Het komt ook wel voor dat men vanuit de Raad voor de kinderbescherming de vraag naar inenten vergeet(?). Zo hebben leden van de Adoptie vereniging der gereformeerde gezindte tot nu toe nog geen beroep gedaan op de commissie die is ingesteld voor hen die zich niet kunnen verenigen met de beslissing van de Raad voor de kinderbescherming.

De jurist mr. J. Schep (die een aantal jaren voorzitter was van de Vrijgemaakte adoptie-vereniging) adviseerde om, wanneer er een duidelijk geval is dat de beginseltoestemming niet wordt verleend wegens vaccinatie-weigering, dat voor te leggen aan de rechter. Zo'n proefproces zou doorgezet kunnen worden tot aan de Raad van State. Zelfs de overheid zou zich moeten houden aan een uitspraak van dat college.

Welk resultaat?
Toch is men daar bij de Adoptie vereniging der gereformeerde gezindte niet zo happig op. Men vreest dat de uitspraak van een beroepscommissie als maatstaf voor een toekomstig beleid zou kunnen gelden. Indien zo'n uitspraak uitvalt in het nadeel van degenen die bezwaar hebben tegen vaccinatie, zou dat slechts van de wal in de sloot helpen.

Een betere methode lijkt politici in te schakelen voor het stellen van vragen in de Tweede kamer. Het antwoord zal stellig argumenten bevatten die veel kunnen leren ten aanzien van te ondernemen stappen.

Met evenveel verwachting kijkt men uit naar de uitslag van een binnenkort te verwachten uitspraak van de Raad van State inzake bloedtransfusie. Jehova's getuigen weigeren immers vanuit hun geloofsovertuiging die medische ingreep. Zuiver medisch gezien is dat onverantwoord. De verwachte uitspraak kan een graadmeter zijn voor een eventuele uitspraak ten aanzien van vaccinatie van geadopteerde kinderen.

Argumenten
Nieuwe argumenten om nu juist deze kinderen te vaccineren heeft staatssecretaris Haars in haar nota aan de Tweede kamer niet aangedragen. Zij noemt het belang van het kind en dat van de eigen volksgezondheid. Terecht hebben Velema en Douma in hun boekje „Polio" gesproken van „selectieve verontwaardiging" als het ging om de „rechten van het kind".

De redenering van overheidswege: wij hebben aan andere landen beloofd dat de kinderen een optimale geneeskundige behandeling krijgen, lijkt op argumentatie achteraf.

Het argument dat ziekten meegebracht kunnen worden is reëel. Maar rechtvaardigt dat meer dwang dan de bestaande regeling voor Nederlandse kinderen? Absoluut niet.

In de kring waarin men zich verzet tegen vaccinatie leeft soms ook wel verzet tegen adoptie. De rechtmatigheid daarvan laat ik buiten beschouwing. Bespreking daarvan zou — evenals de behandeling van de meningsverschillen rond de doop van geadopteerde kinderen — aparte artikelen vergen.

Maar de staatssecretaris van Justitie doet er goed aan het besluit van de staatssecretaris van volksgezondheid in september 1978 te volgen: dat is geen maatregelen te nemen tot verplichte vaccinatie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.