+ Meer informatie

De reformatorische boodschap in Limburg

„Ten diepste is het struikelblok voor elk mens hetzelfde: zondaar worden voor God''

13 minuten leestijd

De grond onder de voeten van veel rooms-katholieken is weggeslagen. De leer van de heilige moederkerk zegt hen weinig meer. In het vacuüm dat daardoor is ontstaan zoeken ze houvast. Velen komen terecht in pinksterkringen, bij Jehovah's Getuigen en andere sekten. De reformatorische prediking is schaars in het roomse deel van ons land. Her en der een enkele gemeente of evangelisatiepost. Zoals in het Limburgse Horst, waar vanaf 1985 de boodschap van vrije genade wordt gebracht. Sinds twee jaar heeft de post een eigen evangelist, die zelf bevrijd is uit de strik van het roomskatholicisme.

Er lag geen weloverwogen strategie ten grondslag aan de stichting van de evangelisatiepost in Horst. Het was de Heere Zelf, Die een deur opende. Begin '85 kreeg ds. D.J. Budding, toen nog predikant van de hervormde gemeente in Nederhemert, bezoek van twee mannen uit Horst. Ze vroegen hem of hij bereid was daar het Evangelie te verkondigen.

Beiden waren op verschillende wijze met het Woord van God in aanraking gekomen. De predikant uit Nederhemert ervoer hun bezoek als een verhoring van een gebed dat hij vele jaren eerder opzond. „Toen ik nog geen predikant was, ben ik eens een paar dagen op vakantie in Limburg geweest. De geestelijke nood van de mensen daar is toen sterk op me afgekomen en ik heb daar ook in het gebed mee geworsteld. In de loop van de jaren is dat vervaagd, tot die twee Limburgers bij me kwamen met hun verzoek. Daardoor werd ik in gedachten teruggeleid. Ik zag daarin Gods hand en leiding. Dat heeft me de vrijmoedigheid gegeven om ja te zeggen."

Positief
Op 28 februari 1985 werd de eerste evangelisatieavond gehouden in 't Östenriekske, een buurthuis in Horst. Behalve een groepje belangstellenden uit Nederhemert waren een tiental mensen uit de streek en wat kennissen en familieleden van de twee initiatiefnemers op komen dagen. Voor de pakweg zestig bezoekers sprak ds. Budding over het thema "Wat is het doel van mijn leven?", naar aanleiding van de tekst: „En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt."

Vanaf die tijd werd elke maand een evangehsatiebijeenkomst gehouden. Omdat 't Östenriekske niet de gelukkigste locatie was voor dit doel, werd naar een ander onderkomen gezocht. Het werd een deel van de kapel van 't Gasthoês, een voormalig ziekenhuis, dat nu dienst doet als cultureel centrum. De kracht werd niet gezocht in confrontatie en polemiek. „We hebben geprobeerd de roomskatholieke bezoekers uit een positieve invalshoek te benaderen, door niet te hameren op wat het niet is, maar te prediken wat het wel is. Ik vind het onjuist om mensen opzettelijk te schokken ofte kwetsen. Dat deed Paulus ook niet."

Veelkleurig gezelschap
In '89 werd begonnen met het houden van kerkdiensten op zondagmiddag en ontstond de Stichting Evangelisatie Limburg. Bewust werd voor deze ruime benaming gekozen. „Onze doelstelhng is breder dan evangelisatie in Horst", verklaart ds. Budding. „We hopen en bidden dat het werk op den duur kan worden uitgebreid naar andere plaatsen." Een voormalig administratiekantoor werd aangekocht en omgebouwd tot het evangeiisatiegebouw Rehoboth, waarin een kerkzaal en wat bijzaaltjes zijn gerealiseerd. Sindsdien is er ook zondagsmorgens dienst. Voorganger L. van der Sluijs uit Veenendaal was bereid parttime pastoraal werk te verrichten in Horst. September 1990 benaderde het stichtingsbestuur theologisch student J.A.J. Bals, met het verzoek evangelist te worden. De voorkeur van de voormalige politieman lag op een ander terrein, maar de Heere boog zijn hart naar de kleine kudde in het vergeten Limburg. De achterliggende jaren groeide het aantal bezoekers van de zondagse diensten uit tot een dertigtal. Het is een veelkleurig gezelschap van katholieken en ex-katholieken, reformatorische schippers en "verstrooide Grieken". In het zomerseizoen stroomt het gebouwtje vol met toeristen uit de gereformeerde gezindte, die het een uitkomst vinden dat ze nu op hun vakantieadres in noord-Limburg naar de kerk kunnen.

Dorpshuis
De beheerder van 't Östenriekske kijkt verbaasd naar de stemmig geklede vreemdeling, die ineens voor de tap staat. Op de vraag of hier een jaar of zeven terug een evangelisatiebijeenkomst is gehouden, schudt hij ontkennend het hoofd. Er gebeurt van alles en nog wat in 't Östenriekske, maar zo ver hebben ze het nog niet gebracht. „Toch moet het hier geweest zijn", zegt Bals. „In de zaal hierachter." Uit het belendende vertrek Idinkt goedkope hoempamuziek. De man achter de tap pijnigt zijn hersens, tot hij uit de onderste la van zijn herinnering iets weet op te diepen. „Nu ge 't zegt, een collega van me heeft 's contact gehad met een dominee uit Holland. Die heeft hier toen op een avond gesproken voor wat mensen. Maar daarna hebben we gezegd dat dat toch niet zo ideaal was. Dat kun'de ook wel begrijpen." De evangelist knikt begripvol en informeert of hij het laatste Rehoboth-nieuws heeft ontvangen. Het is huis aan huis bezorgd. „Nee, ik woon nogal achteraf', zegt de Limburger, „dus dat soort post krijg ik meestal niet." „Dan breng ik 't een keer langs", belooft Bals. Zijn vraag aan de buurthuisbeheerder of hij God kent, levert een onzekere glimlach op. De wonderlijke bezoeker gaat wel erg recht op zijn doel af Toch luistert hij niet onwelwillend, belooft er eens over na te denken en vindt het best als Bals nog eens terugkomt.

Rood aanlopen
De evangelist uit Horst ziet er de leiding van God in dat hij jaren werkzaam was als politieman. In die functie deed hij een grote dosis mensenkennis op en leerde gemakkelijk contacten te leggen. Het was in zijn politiejaren dat hij tot verandering kwam. Als kind van rooms-katholieke ouders bezocht hij elke dag de heilige moederkerk, leerde het slot van de oude roomse catechismus en deed communie, 's Avonds voor het naar bed gaan ging het hele gezin op de knieën. Contacten met protestanten werden niet onderhouden. „Die hadden het allemaal achter de ellebogen en gingen naar de hel, omdat ze niets wilden weten van moeder de heilige kerk." Van Noord-Holland verhuisde het gezin naar Zeeuws-Vlaanderen. „Dat was een veel liberalere streek. Het kapelletje werd meer gebruikt als vrijershuisje. De pastoor was vooral een notabel, tegen wie het hele dorp opzag. Als hij tijdens zijn preek maar rood aanliep, vonden de mensen dat hij het goed gezegd had. Hetzelfde merk ik nu overigens wel eens in protestantse kringen."

Huichelaar
Net als zijn vader ging hij bij de politie en kwam in het Zuidhollandse Nieuwkoop terecht. „Ik zat in die tijd met de vraag: wat is de ware kerk? Een katholiek leeft met het idee dat er maar één ware kerk is. En welke is dat nu? De Jehovah's Getuigen? Transcendente meditatie? Overal heb ik gezocht. Overdag was ik de vrolijke flierefluiter, 's nachts voelde ik me vaak radeloos." In het beschimpen van een christelijke gereformeerde collega, die vrijmoedig over God sprak, stond hij voorop. Tot zijn verwondering was juist deze collega aanwezig in de huwelijksmis op zijn trouwdag. „Ik keerde me om van het altaar en zag hem zitten, met z'n vrouw. Wat moeten die hier, dacht ik, want ik wist dat die kermistoestanden hem zeer deden. Later vroeg hij me wat ik voelde toen ik voor het Mariabeeld geknield lag. Op dat moment voelde ik me zo'n huichelaar dat ik dacht: man, hou op. Hij heeft me een boekje van ds. Hegger gegeven: "Mijn weg naar het licht". Daarin vond ik, na jaren, een man die me begreep. Vol blijdschap ging ik naar m'n ouders en zei: nu heb ik het gevonden. Deze man beschrijft precies wat ik voel."

Hard
Zijn bekering veroorzaakte een diepe kloof in de relatie met zijn famihe. „Een katholiek vindt het niet erg als je nergens meer aan doet, maar als je protestant wordt voelen ouders zich op het hart getrapt. Ik had een erg goede band met m'n vader en moeder. Dat was ineens voorbij en dat heeft mij heel veel pijn gedaan. We stonden helemaal alleen, kenden in protestantse kring enkel die collega. In die tijd heeft de Heere meer dan eens krachtig willen spreken. Het is wel gebeurd dat we vertwijfeld de Bijbel opensloegen en daar de tekst lazen dat wie vader of moeder verlaat om Mijn Naam veelvuldig zal terugontvangen, nu en in het eeuwige leven. Die belofte heeft de Heere ook ingelost. Maar de hardheid die ik in de protestantse kerken ontmoet, doet me wel 's zeer. „Als je ouders niet willen luisteren, moet je ze laten liggen." Dat kan ik niet. Wij zijn veranderd, zij niet. De Heere heeft uit onbegrijpelijke genade m'n ogen geopend. Dat is een reden om ze dubbel te eren. Ze vergeten zo vaak dat m'n ouders ook een ziel hebben. Dan kan ik alleen maar zuchten: o God, grijp ze toch in het hart. Nu loop ik hier te evangeliseren en zij zijn nog ongered."

Drempel
Het gezin van de evangelist werd in Horst allervriendelijkst ontvangen.
De leiding van de rooms-katholieke school vindt het prima dat de kinderen met carnaval thuisblijven. In "Echo", het plaatselijk nieuwsblad van Horst, is naast de vaste bijdrage van meneer pastoor plaats ingeruimd voor de protestantse evangelist. Een nieuwe kleur op het religieuze palet. Die tolerantie neemt niet weg dat de drempel tot de evangelisatiepost voor velen hoog is. „We hadden pas open dag van de school. Daar werd ik aangesproken door een onbekende meneer, die me zei dat hij al vijf keer in gedachten naar binnen was gegaan, maar er nog steeds niet toe kon komen. Ik vraag zo iemand dan of hij een avond koffie komt drinken. Dat schrikt minder a£ Op die avond stel ik hem voor om de bijbel/contactavond eens te bezoeken. Zo maak je de stap naar de zondagse diensten minder groot. Mijn ervaring is dat je het leggen van contacten heel sterk vergemakkelijkt wanneer je met de bevolking optrekt. De kinderen in het dorp op school, de inkopen doen bij de eigen middenstand. Je voelt dat dat enorm wordt gewaardeerd. Ik word soms door mensen gevraagd hen in het ziekenhuis te bezoeken, terwijl ze nog nooit in de kerk zijn geweest." Hoewel hij de waarde ervan niet wil overschatten, erkent Bals dat hij als ex-katholiek de gevoelens van de mensen onder wie hij werkt sneller aanvoelt.

Reformatorisch
„Deze mensen voelen zich vaak onbegrepen als ze op zoek gaan naar God. Dat herken ik uit m'n eigen leven. Ook de problemen die in de familie kunnen ontstaan wanneer ze naar onze diensten komen." Opvallend is dat de evangelist soms mensen ontmoet die binnen de rooms-katholieke kerk reformatorische opvattingen huldigen. „Ik ontmoette een man die al acht jaar nauwkeurig de Bijbel onderzoekt, ook niet aan beeldenverering doet en die weet dat hij wederomgeboren moet worden. Uitwendig is hij lid van de rooms-kathoheke kerk, maar hij gaat zijn eigen gang en wil zich alleen aan de Bijbel houden. Anderen hinken op twee gedachten. Ik krijg er op de bijbelavond die toch een mis laten lezen als een familielid is overleden. Ze durven het niet te laten vanwege de sociale controle. Je kunt daar wel eerlijk over praten. Dan krijg je meestal hetzelfde antwoord: ach; niet zo moeilijk; het hoeft van mij ook niet, maar meneer pastoor heeft het graag en we zijn dat zo gewend."

Eenzaam en ellendig
Bals zoekt het vooral in de individuele benadering van mensen.
„Je bereikt het meest als je rustig oplet wie op je weg komt. Ik geef maar een voorbeeld. In het ziekenhuis, waar ik iemand bezoek, ontmoet ik een knaap uit Venlo die naar huis mag, maar z'n ouders zijn niet thuis. Ik vraag hem of ik 'm even moet brengen. Dat vindt-ie natuurlijk best. Hij komt achter me aan met z'n krukken, ik breng hem achter in Venlo en onderweg probeer je dan met zo'n knul te praten over de eeuwige dingen, je geeft hem een Bijbel en het blad van Rehoboth. Of je neemt een lifter mee vanaf het station en je vraagt: geloof jij? Begint die jongen te huilen, want zijn broer is net gestorven. Hij moet naar het sterfhuis en vraagt vertwijfeld: is er wel een God? Het is de Heere Zelf, Die zulke ontmoetingen bestuurt. Dat geeft bemoediging. Het valt me vaak op hoe ontzettend eenzaam en ellendig de jeugd zich voelt. Dat is iets waarbij je kunt aansluiten in een gesprek."

Vreemde houding
Mensen die een Bijbel hebben ontvangen, worden na verloop van tijd door Bals opgezocht. „Dan blijkt dat het gros niet verder wil spreken. Dat moet ik eerlijk zeggen. Maar er zijn er ook die vragen: en hoe nu verder? Dan geef ik ze in eerste instantie heel eenvoudige lectuur. Een kinderbijbel, "De vrouw met het Boek" en meer van dergelijke lectuur. Je moet uitgaan van een kennisniveau dat rond het nulpunt ligt." Het onderscheid tussen evangelisatiewerk in een rooms-katholieke en dat in een liberaal vrijzinnige streek moet volgens de evangelist uit Horst niet worden overtrokken. „De overeenkomst is veel groter. Je moet het Evangelie brengen aan mensen die niet willen. Ten diepste is het struikelblok voor elk mens hetzelfde: zondaar worden voor God. Wij krijgen hier allerlei mensen. Ook mensen die van huis uit protestants zijn, maar lange tijd nergens aan gedaan hebben. Ik proef wel eens dat het de achterban minder aanspreekt als zulke mensen tot verandering komen. De bekering van een katholiek vinden ze mooier. Dat vind ik een wat vreemde houding. Elke ziel is toch even veel waard?"

Koude douche
Hoewel er geen directe samenwerking bestaat tussen de Stichting In de Rechte Straat en de evangelisatiepost in Horst, is de verhouding vriendschappelijk. Zo werd Bals gevraagd of hij na de door IRS in Limburg gehouden campagne tegen de Mariaverering, in het district Roermond de nazorg voor zijn rekening wilde nemen. De soms felle reacties op de campagne hebben hem niet verbaasd. „Ze zijn vaak afkomstig van oudere mensen, of mensen die vinden dat je ieder in z'n waarde moet laten. Blijf van ons geloof af Dat is de gedachtengang van bijna elke katholiek, ook al staan ze niet achter de Mariaverering. Voor een katholiek is de vraag of hij wel of niet praktizerend is, in de praktijk onbelangrijk. Het gaat er maar om dat je weet dat je goed leeft. Laatst had ik een loodgieter nodig. We raakten in gesprek en die man vroeg of ik in een hel geloofde. M'n bevestigende antwoord schokte hem. Maar ik kom wel in de hemel, zei hij, want ik doe zo veel goede werken, dacht u ook niet. Dan moet je eerlijk zijn: als u zo doorleeft komt u er niet, want een mens moet wedergeboren worden. Dat is voor deze mensen een onnoemelijk koude douche."

Liefde
De evangelist uit Horst waakt er overigens voor om in zijn spreken een scheiding aan te brengen tussen rooms-katholieke en protestantse hoorders. „Als ik over het tweede gebod spreek, benadruk ik dat ook protestanten hun beelden hebben. Onbijbelse denkbeelden. Ga je te keer tegen de roomse beeldendienst, dan stoot je niet alleen katholieke mensen af, maar je krijgt ook dat protestantse mensen zich gaan verheffen. Dat is nooit goed. Zo kunnen we ook wel schimpen op de paus, maar ik zeg wel eens: een rooms-katholiek heeft één paus, veel protestanten hebben er meer. Wat gaat er van ons uit voor deze mensen, die door hun kerk bedrogen worden? Dat is de vraag die we ons steeds moeten stellen. Het is toch triest dat in 1992 hier in Limburg nog geëvangeliseerd moet worden, terwijl we al eeuwen lang de reformatorische leer hebben? Wat we nodig hebben is ootmoed en liefde. Zeker in het evangelisatiewerk. Je kunt tien keer het Woord van God herhalen, maar als de warmte van de liefde van de Heere er niet in meekomt is het een klinkend metaal, dat meer kapot maakt dan dat het trekt en heelt."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.