+ Meer informatie

De Willem Arntz Hoeve gaat inkrimpen

Gasthuis vol „dollen ende rasenden menschen" maakte plaats voor menselijke behandeling in psychiatrische inrichtingen

9 minuten leestijd

ZEIST - De Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder is de laatste jaren in een snel tempo aan het veranderen. Spreiding van de activiteiten, uitbreiding van de dienstverlening en meer diepgang in de behandeling zijn daarbij de uitgangspunten. Aan de jarenlange isolatie en concentratie van psychiatrische patiënten komt een eind. In plaats daarvan komen de decentralisatie in de regio Utrecht en integratie in de samenleving. Op 1 januari fuseerde de Willem Arntsz Hoeve met het Christelijk Sanatorium in Zeist, het Willem Arntsz Huis, het Instituut voor Psychiatrische Dagbehandeling in Utrecht en De Windehof in Bilthoven.

A. P. J. Höppener, psychiater en directeur van de W. A. Hoeve, verwacht veel van de vernieuwde aanpak. Afdelingen en behandelmethoden worden beter op elkaar afgestemd, met als doel "zorg op maat" te kunnen leveren.

Veel is er gebeurd in de afgelopen :tachtig jaar sedert de oprichting van de W. A. Hoeve in Den Dolder. Ook de behandelingsmethoden hebben in de achter ons liggende eeuwen allerlei verschillende visies te zien gegeven. Opmerkelijk is volgens Höppener dat anno 1992 enkele opvattingen uit de oprichtingstijd van de W. A. Hoeve (1911) nog steeds actueel zijn. Bij voorbeeld dat arbeid voor psychiatrische patiënten erg belangrijk is en soms meer resultaat heeft dan therapie.

Dolhuis

De vestiging van de W. A. Hoeve in Den Dolder had een lange voorgeschiedenis. Na een legaat van Willem Arntsz kon rond 1460 in Utrecht op de huidige plaats van het W. A. Huis een gasthuis gebouwd worden ten behoeve van „dollen ende rasenden menschen".

Dit gebaar was in die tijd al bijzonder, want verstandelijk gehandicapten en krankzinnigen werden veelal aan hun lot overgelaten. Zij werden „dol" en ongeneeslijk verklaard en in een kamer gestopt waar stro op de grond lag, dat eens per week werd ververst. In de winter kon men zich nergens aan warmen. Bevroren ledematen door het slapen op de grond waren meer regelmaat dan uitzondering. In die tijd werden dan ook geesteszieken in één adem genoemd met ketters en heksen. Veel verstandelijk gehandicapten werden aangezien voor heksen en op een vreselijk wijze vervolgd en gemarteld. Höppener: „Zo zag men dat toen: een Directeur A. P. J. Höppener. krankzinnige was van de duivel bezeten".

In de zeventiende eeuw kreeg Utrecht er een attractie bij, schreef Lize Stilma in het boekje "Tussen hoop en wanhoop" bij het tachtigjarig bestaan van de W. A. Hoeve vorig jaar. Tijdens de Paasraarkt-dagen konden de 'gezonde' marktbezoekers „gekken kijken". De entreegelden kwamen ten goede aan de regenten.

Toch liet niet iedereen deze mensen aan hun lot over, verklaart Höppener. Ook na Willem Arntsz ontstonden er initiatieven van" „godvruchtige" mensen die zich het lot van de zieke en zwakke medemens aantrokken. In Den Bosch was Reinier van Arkel daar een voorbeeld van. De psychiatrische inrichting Voorburg in Vught is een voortzetting van zijn werk.

Ommekeer

Een ommekeer in het onmenselijk bestaan van en het denken over deze mensen kwam tot stand na een rede tijdens de senaatsvergadering in Utrecht door professor J. L. C. Schroeder van der Kolk in 1827. Het was een jonge regent, die hoogleraar was aan de medische faculteit en een voortrekkersrol vervulde op het gebied van dé psychiatrie. Hij pleitte voor een menselijke behandeling en betere woon- en levensomstandigheden. Dit resulteerde in de eerste Krankzinnigenwet in 1841.

Aan het eind van de negentiende eeuw kreeg de zienswijze van Schroeder van der Kolk gestalte. Laat de vrouwen en mannen werk verrichten, adviseerde Schroeder, waardoor hun zelfrespect terugkeert en zij zich kunnen voorbereiden op terugkeer in de maatschappij. Het grootste onrecht dat men de krankzinnigen kan aandoen was volgens hem het bouwen van inrichtingen die het herstel tegenwerken. Het gevolg was, dat in het begin van deze eeuw diverse psychiatrische inrichtingen in bossen en duinen gebouwd werden. De mensen moesten in alle rust in de natuur kunnen werken en ook de verpleging in een rustige en mooie omgeving werd als heilzaam gezien. Dit had tot gevolg dat door de vernieuwde zienswijze en een nijpend ruimtetekort in het Willem Artsz Huis in Utrecht naar de vestiging van een buitengesticht werd gezocht.

In 1905 kocht de Stichting van de gemeente Zeist 207 hectare om daarop te kunnen bouwen. Het dorp Den Dolder, dat nauwelijks inwoners telde, groeide in de daaropvolgende decennia mee, vanwege de werkgelegenheid die het centrum met zich meebracht. De straatnaamborden nu in Den Dolder verwijzen naar bekende psychiaters in ons land en oud-directeuren van de W. A. Hoeve. Het duidt op de wederzijdse invloed die de inrichting en de buurtschap door de jaren heen op elkaar hebben uitgeoefend.

Boerderij

De onlangs verkochte boerderij verrees als eerste gebouw in verband met de „nuttige landarbeid". Daarna volgden de andere gebouwen op het terrein, zoals de patiëntengebouwen, gehoorzaal, werkplaatsen, mortuarium, directiegebouw en de woningen voor de geneesheren en het overige personeel. Het complex was gebouwd voor zowel psychiatrische patiënten als voor zwakzinnigen, waarbij mannen en vrouwen afzonderlijk werden ondergebracht.

Veel van de eerste paviljoens bestaan niet meer. Zij hebben plaatsgemaakt voor modernere gebouwen die voldoen aan de huidige eisen. Van het „witte complex", zoals het vroeger werd genoemd door treinreizigers die langs het terrein reden, is dan ook weinig meer over.

Van een kleine vorm van integratie was toen ook al sprake. Naast de arbeidstherapieën kreeg ook de gezinsverpleging gestalte op de W. A. Hoeve. In de dienstwoningen aan de rand van het terrein namen personeelsleden na aangebrachte voorzieningen een patiënt in huis.

De vermenging op het terrein tussen zwakzinnigen en psychiatrische patiënten duurde tot een jaar of dertig geleden. Tot die tijd werden psychiatrische patiënten en zwakzinnigen gezien als één groep. Een geneesheer had de zorg voor beide groeperingen. Daarna kwam door de opkomst van de gedragswetenschap een scheiding tot stand. In die periode botste het dan ook nogal eens tussen het medische model van de psychiaters en de therapie die de gedragswetenschappers noodzakelijk vonden.

De specialisatie op beide terreinen nam daarna steeds grotere vormen aan. De behandelingsmethoden voor psychiatrische patiënten, dus mensen met een ziektebeeld dat bij iedereen kan ontstaan, en de zorg voor zwakzinnigen, mensen met een aangeboren verstandelijk handicap, groeiden steeds verder uiteen. Dit resulteerde erin dat in de jaren zeventig beide een eigen weg zijn gegaan.

Uitwassen

„De gebeurtenissen in 1974 rondom de zwakzinnigenzorg binnen Dennendal, hier op dit terrein, waarbij op last van Justitie de paviljoens werden ontruimd, moet gezien worden in het toenmalig heersende maatschappelijke klimaat, hetgeen soms tot uitwassen leidde. De verdere ontwikkeling van de emancipatiezorg voor de zwakzinnigen heeft daarmee geen schade opgelopen".

Het is een goede zaak volgens de directeur van de W. A. Hoeve dat na 25 jaar weer toenadering is ontstaan tussen zwakzinnigenzorg en psychiatrie. Dennendal is op 1 januari 1991 als zelfstandige stichting verdergegaan en heeft een dependance in Nieuwegein en IJsselstein.

Dennendal ontwikkelt een eigen richting met betrekking tot de zwakzinnigenzorg. De W. A. Hoeve vernieuwt binnen de psychiatrie. Uit het betoog van Höppener valt op te maken dat enkele zienswijzen van Schroeder van der Kolk nu nog in zwang zijn: met name werk, integratie in de samenleving en vooral de privacy van de patiënten hebben bij Höppener een hoge prioriteit.

Arbeid voor psychiatrische patiënten is erg belangrijk. De W. A. Hoeve stond vroeger bekend om de arbeidstherapie. In de jaren zeventig dacht men daar anders over. Arbeid vond men niet nodig. Het gevolg was dat vele patiënten in een vacuüm terechtkwamen. Höppener: „Het verrichten van arbeid geeft een gevoel dat je meetelt en dat geeft bevrediging. Met een citaat van een patiënt wil ik dit verduidelijken: „De gekte in mijn hoofd is moeilijk te behandelen, maar laat mij werken, dan kan ik leven".

Het is dan ook belangrijk om voor patiënten die langdurige verpleging nodig hebben werk te creëren en voor mensen die hier korte tijd verblijven het werk te behouden.

Met dit laatste wordt veel te weinig rekening gehouden. In Duitsland is dit veel beter geregeld. Een opname in een psychiatrische inrichting en het terechtkomen in de Ziektewet worden daar betaald door één organisatie, namelijk de Krankenkasse. Deze organisatie heeft er dus alle belang bij dat na herstel het arbeidsproces kan worden voortgezet. In Nederland is dit gescheiden, omdat opname van de patiënt en verlies van werk behandeld worden door verschillende organisaties".

Fusie

Door het decentrahseren van behandelingsmogelijkheden en het intensiveren van het integratieproces moet er de komende jaren veel veranderen. De fusie met het Christelijk Sanatorium, het Willem Arntsz Huis, het Instituut voor Psychiatrische Dagbehandeling in Utrecht en De Windehof in Bilthoven in de H. C. Rümke Groep moet daar de komende jaren gestalte aan geven.

Door de fusie worden de taken en functies in de toekomst verdeeld over de subregio's Utrecht, Maarssen, Woerden, Nieuwegein, Vleuten/De Meem en Zeist, waar multifunctionele eenheden worden geopend. Inwoners kunnen in deze nieuwe opzet in principe een beroep doen op hulp in hun directe omgeving, hetgeen drempelverlagend werkt. In veel gevallen betekent behandeling dicht bij huis ook een voordeel met het oog op contact met familie en vrienden.

Höppener: „Dit heeft tot gevolg dat de Willem Arntsz Hoeve gaat inkrimpen. Voorzieningen worden verplaatst over de regio. De capaciteit van de afdeling Wonen in Den Dolder wordt dan ook sterk teruggebracht. Dit heeft ook te maken met het integratieproces. Wij willen de patiënten steeds meer gaan opvangen in sociowoningen, waarvan er honderd extra komen in de regio. Ook zijn wij in onderhandeling met gemeenten en woningbouwverenigingen over het kopen of huren van woningen. Daar willen wij patiënten huisvesten die op zichzelf kunnen wonen. De moderne filosofie is dan ook dat er een scheiding moet komen tussen wonen en therapie. Daar moet de dagbehandeling een bijdrage aan leveren.

Voor de patiënten is dit ook beter. Men woont op zichzelf, wat de eigenwaarde ten goede komt. Ook de sociale controle vanuit de omgeving waar men woont kan een positieve bijdrage leveren aan het geheel. Daarbij komt dat men een eigen huiselijk leven kan leiden. Want daar ontbreekt het in de psychiatrische inrichting nogal eens aan. Patiënten in psychiatrische inrichtingen hebben over het algemeen te weinig privacy. De meesten hebben geen eigen kamer of een te kleine en verblijven soms jarenlang met twee of vier personen in één kamer. Dit moet veranderen. Als gevangenen een eigen cel hebben en deze niet behoeven te delen met een ander, dan is het toch niet te veel gevraagd om hun ook een eigen kamer te geven, want het zijn per slot van rekening toch geen tweederangs burgers".

Ontvolking

Betekent dit dan dat de W. A. Hoeve in de toekomst dreigt te ontvolken? „Dat is in zekere zin ons doel. Wij willen de bestaande isolatiebarrières van het terrein wegnemen. Het terrein kan wat ons betreft een multifunctioneel karakter krijgen, waarbij dus ook woningbouw door de gemeente mogelijk wordt. Wij hebben de gemeente Zeist van de mogelijkheden in kennis gesteld. Hierdoor kunnen wij de gemeente helpen bij de bestaande woningnood. Door het bouwen van woningen op het terrein ontstaat er ook een veel natuurlijker woonklimaat voor de dan nog aanwezige patiënten en kan ook hier een integratieproces plaatsvinden. Op de vraag of er woningen komen op de 50 nog resterende hectaren, kan de gemeente een antwoord geven".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.